Teruggang

HET LAG voor de hand dat de Nederlandse economie in het eerste kwartaal van dit jaar een belabberd resultaat zou laten zien. De dreiging van de oorlog in Irak en daarmee gepaard gaande de stijging van de olieprijzen en koersval op de effectenbeurzen had een verlammend effect op de consumentenbestedingen en de investeringen. Voeg daar de afwezigheid van een politiek handelingsbekwaam kabinet aan toe, en de ingrediënten voor een nationale pas op de plaats van de economie zijn gegeven. Maar er is meer aan de hand dan een kortstondig dipje. De Nederlandse economie sputtert al sinds de zomer van 2001. Dit is het derde jaar van stagnatie en met twee opvolgende kwartalen van negatieve groei is er officieel sprake van een recessie. Niet alleen in Nederland gaat het slecht: door heel euroland, met name door grote landen zoals Duitsland, waait de kille wind van recessie. Nederland, sterk afhankelijk van intra-Europese handel, ondervindt hiervan direct de gevolgen.

Met korte-termijnsturing van de economie valt hooguit tijdelijk iets te bereiken. Er moeten dus maatregelen genomen worden die op de langere termijn vruchten afwerpen. Dat moet Nederland in Europees verband nastreven. De dringendste stap is dat de Europese Centrale Bank aangespoord wordt om een snelle en aanzienlijke verlaging van de rente aan te kondigen. De ECB is nog altijd gespitst op inflatie, terwijl de dreiging uitgaat van deflatie. Een spiraal van deflatie – prijsdalingen waardoor bestedingen worden uitgesteld in afwachting van verder dalingen – zou dramatische effecten hebben. Rentedaling is ook nodig om de oplopende koers van de euro te stoppen. Een sterke munt heeft ontegenzeggelijk voordelen, maar niet als de Verenigde Staten op alle manieren – lage rente, extra overheidsuitgaven, belastingverlaging – de economie stimuleren en de internationale verzwakking van de dollar op de koop toe nemen.

TEN TWEEDE moet helderheid komen over het begrotingsbeleid in de eurolanden. Een jaar lang is gesteggeld tussen de lidstaten over de toepassing van het Stabiliteitspact, dat in een maximaal tekort van drie procent voorziet. De Europese Commissie heeft voorgesteld dat landen zorgen voor een gestage daling van het structurele tekort, waarbij rekening gehouden wordt met de stand van de economische conjunctuur. Dat biedt ruimte voor tijdelijk oplopende tekorten en het spoort aan tot ingrepen die op termijn vruchten afwerpen. In alle Europese landen betekent dit verdere aanpassingen van het stelsel van sociale zekerheid, de arrangementen van de verzorgingsstaat en de gezondheidszorg.

Een derde onmisbaar ingrediënt is loonmatiging. Niet alleen ter versterking van de positie van het bedrijfsleven, maar ook om de uitgavengroei voor salarissen en uitkeringen door de overheid te beperken en om de komende decennia de pensioenen betaalbaar te houden. Dit is een gezamelijk belang geworden van werkgevers, werknemers en overheid.

In Nederland gaan de voornemens van het nieuwe kabinet in deze richting. Hiermee zal de recessie niet worden afgewend. De enige zekerheid is dat er na een teruggang weer herstel komt. Periodes van lichte recessie moeten uitgezeten worden.