Liefde leidt altijd weer naar de fles

De Poolse auteur Jerzy Pilch (1952) begeeft zich met zijn vierde roman In de Sterke Engel op een vaak betreden pad in de wereldliteratuur. Alcoholisme, verslaving aan fles en roes, het delirium, de drang tot vergetelheid. In de Amerikaanse literatuur staat dit genre bekend als geschreven onder invloed van the alcoholic Muse. Was het Malcolm Lowry niet, auteur van het befaamde drank- en doodsboek Under the Volcano, die schreef: `Er is geen korrel graan die ik niet heb laten zingen'? En dan zwijgen we nog over William Faulkner, Ernest Hemingway, de latere Jack Kerouac die zich dooddronk in Florida aan goedkope wijn en, niet te vergeten, de belijdenis van de roes die Charles Jackson beschrijft in The Lost Weekend. De Rus Venedikt Jerofejev balde heel de Russische drankzucht samen in het meesterlijke Moskou op sterk water.

Drinken en schrijven: het is een riskante onderneming. De dronken schrijver creëert wartaal en de nuchtere, maar desalniettemin verslaafde schrijver bevindt zich in een schimmig gebied, bijna een patstelling. Hij moet drinken om te schrijven maar schrijvend kan hij niet drinken. In het Nederlandse taalgebied komen we glas, fles en kroeg tegen in het werk van Gerard Reve, in het dagboek Overal stilte door Jeroen Brouwers en in A.F.Th. van der Heijdens Vallende ouders.

Op bladzijde 86 van In de Sterke Engel staat de kernvraag van het drinken. De nieuwe, maar vanzelfsprekend kortstondige geliefde van de ikfiguur hangt de guillotine boven zijn nek en vraagt: `Waarom drink je?' De man komt er niet uit: `Ik weet het niet, of liever gezegd, ik ken duizend antwoorden. Geen ervan is helemaal waar en elk ervan bevat een luttele waarheid. Ik drink omdat ik drink. Ik drink omdat ik bang ben. Ik drink omdat ik erfelijk belast ben. Ik drink omdat er iets in mijn hoofd is verschoven. [..] Ik drink omdat ik triest ben en ik mijn ziel wil opvrolijken. Ik drink als ik gelukkig verliefd ben. Ik drink omdat ik vergeefs naar liefde zoek.'

Deze bijna Homerische opsomming beslaat helaas slechts anderhalve bladzijde, maar daarin onthult Pilch precies de paradoxale drijfveren die het drinken veroorzaken. Want zowel de gelukkige als de ongelukkige liefde leidt naar de fles. De winnaar wil drinken, maar de verliezer ook. Pilchs roman kan niet anders dan de alcoholische variatie zijn op het meesterwerk van Thomas Mann Der Zauberberg (De toverberg). Dit boek begint zo zoetjes aan een eigen traditie te creëren met slechte en goede imitaties. Wat bij Mann een hoog gelegen bergsanatorium is, is bij Pilch, netjes gezegd, een `delirantenafdeling', de Poolse variant op de Nederlandse Jellinek. `Afkicken', dat is wat de hoofdpersoon wil. Wat meteen vanaf het begin duidelijk is: zo'n kuur leidt tot niks. De therapeuten zijn ofwel te onverschillig ofwel te begripvol of beide, maar nooit zo goed toegerust dat ze het verlangen naar de roes wat iets anders is dan drankzucht kunnen wegnemen. De dokter stelt aan de ikfiguur de vraag of hij zich soms `dood' wil drinken, waarop de laatste repliceert: `Dat zal ik bevestigen noch ontkennen.'

Opnieuw die heilloze en ook veelbetekende paradox. Ja en nee. Stoppen en niet kunnen stoppen. Pilchs boek is fascinerend in zijn weergave van de hyperbool der drinker: eerst niet willen, dan over de schreef gaan, steeds meer en steeds verder en dan terugdeinzen, want er gaat veel kapot in het leven van iemand die drinkt en niet alleen de stukgeslagen flessen of glazen.

De titel ontleent deze roman aan het gelijknamige café De Sterke Engel, waar de stoet van wonderlijke personages die de kliniek bevolkt heen gaat zodra ze op vrije voeten zijn. Onderdeel van de therapie is het schrijven van verhalen. Pilchs hoofdpersoon schrijft, tegen betaling, voor diverse patiënten verschillende verhalen. Tijdens het voorlezen raken de patiënten met elkaar in de strijd, want de autobiografische hartenkreten lijken verrassend veel op elkaar. Ook Pilchs boek zelf lijkt het resultaat te zijn van een in de kliniek geschreven manuscript.

Zoals veel boeken over drankzucht heeft In De Sterke Engel geen nadrukkelijk plot. Stijl, observatievermogen en vooral humor dragen het boek, dat voortreffelijk is vertaald door Karol Lesman. Nooit is Pilchs proza larmoyant, integendeel, het is krachtig en op vitale wijze opgewekt. Dat tegen het einde de verslaving van de man afvalt `zoals de slangenhuid van de slang' is mooi en optmistisch, maar de wanhoop die spreekt uit de slotzin waarin hij belooft in de toekomst alleen maar `thee te drinken', is beklemmend. Alleen het woord al, thee, na de delirische poëzie van wodka, bier, wijn, whisky en nog meer wodka.

Jerzy Pilch: In De Sterke Engel. Uit het Pools vertaald door Karol Lesman. De Geus, 223 blz. €20,–