Kippen

Koen Vanmechelen maakt kunst van kippen. Hij kruist nationale kippenrassen. Is dat kunst? Critici nemen maar zelden de moeite zich hier serieus over te buigen. Ook Bianca Stigter niet (Cultureel Supplement, 2 mei 2003). Hebben wij enig idee welke rol dieren in de kunst zouden kunnen spelen? De marmotten die Kurt Schwitters door zijn Merzbau laat lopen, de paarden die Kounellis tentoonstelt: wat deden die anders dan zich volgens dierlijke logica te gedragen? Zij werden als dier ingezet. Ze werden niet als artistiek materiaal gebruikt, omdat het in het licht van ons concept van kunst besloten ligt dat dieren in de kunst geen artistiek relevante betekenis kúnnen verkrijgen. De enige kritiek die Stigter noemt is het bezwaar `dat je niet aan de schepping moet morrelen'. En daar maakt ze terecht korte metten mee – omdat we uit naam van ons welzijn allang ingrijpen in de natuur. Het gaat om iets wezenlijkers. Om een kunstwerk te waarderen moet men een artistieke houding aannemen, een houding waarbij het ongepast is om moreel adequaat te willen ingrijpen in hetgeen men voor zich ziet. Kunst is autonoom. Iemands keus om zo'n artistieke houding aan te nemen is echter moreel van de allergrootste betekenis. Dieren tot kunstwerken maken, tot objecten van artistieke houdingen, is hun hun dierlijke logica ontzeggen omwille van een nonmorele beleving. Vanmechelens `werk' kan geen kunst zijn, omdat het geen kunst mag zijn.