In Papoea is de oorlog tegen `separatisme' al begonnen

In Indonesië zijn alle ogen gericht op Atjeh, waar het leger op het punt staat ten strijde te trekken tegen `separatisten. In Papoea is die oorlog al begonnen.

Het Indonesische leger oefent een terreurbewind uit in de Baliemvallei en het omringende bergland van de provincie Papoea. Militairen vallen dorpen binnen op zoek naar aanhangers van de beweging voor een `vrij Papoea' (OPM). Huizen worden in brand gestoken en van `separatisme' verdachte personen worden bij ondervraging getrapt, geslagen en met brandende sigaretten bewerkt. De soldaten worden bijgestaan door burgermilities die het leger heeft geformeerd in het Centrale Bergland. Een arrestant is bezweken. Vrouwen en kinderen vluchten het bos in waar zij blootstaan aan honger, ziekte en bittere kou.

Dit blijkt uit het rapport `Kasus Wamena' (de zaak Wamena) dat deze week is gepubliceerd door `Koalisi HAM', een samenwerkingsverband van acht niet-gouvernementele organisaties. Koalisi HAM liet, op verzoek van de religieuze leiders van Papoea, door drie juristen een onderzoek instellen in en rond de hoofdstad Wamena van het regentschap Centraal Bergland.

Aanleiding voor de terreurgolf was een inbraak op 4 april in het wapendepot van het militaire district Centraal Bergland in Wamena. Die inbraak werd uitgevoerd kort na middernacht, toen de stroom in de legerplaats was uitgevallen. De inbrekers ontkwamen met 19 automatische wapens en duizenden patronen. Twee militairen kwamen om. De commandant schoot een belager dood en verwondde enkele anderen. De doden werden zonder autopsie begraven. Toen het onderzoeksteam twee weken later de legerplaats bezocht, waren alle sporen van de actie uitgewist.

Betrouwbare bronnen in Wamena reppen van doorgestoken kaart. Militairen zouden de inbraak hebben uitgelokt ter verhoging van hun operationele budget. Plaatselijke notabelen zouden de inbrekers geld hebben gegeven. Volgend jaar zijn er verkiezingen en zij zouden de zittende regent willen wippen. De plaatsvervangend regent onderhoudt goede contacten met de districtscommandant, die hem twee uur voor de inbraak opzocht in zijn woning. De landmachttop in Jakarta rept al maanden van de noodzaak paal en perk te stellen aan het separatisme in Atjeh en Papoea.

Binnen 24 uur na de inbraak landde in Wamena een Hercules-toestel met 186 militairen uit Jakarta, merendeels commandos van het gevreesde Korps Speciale Troepen (Kopassus). Zij verspreidden zich over de vallei en het aangrenzende bergland en vielen dorpen binnen, bijgestaan door tientallen leden van de Rood-Witte Ordedienst, een door het plaatselijke garnizoen opgerichte burgermilitie.

Notabelen van een dorpje bezuiden Wamena, die gezien de inzet van Papoea-milities vreesden voor stammenoorlog, overreedden enkele plegers van de wapenroof zich over te geven en achterhaalden drie gestolen wapens. Een van de uitgeleverde inbrekers, Yapenas Murib, werd bij een reconstructie in het open veld dusdanig met touwen rond zijn nek gekweld dat hij later stierf. Autopsie is niet verricht maar volgens familie vertoonde het lijk sporen van verstikking.

Zes verdachten werden zwaar mishandeld en pas na tien dagen overgedragen aan de politie. De wet schrijft voor dat het leger arrestanten na 24 uur naar de politie brengt. Negen leden van het garnizoen van Wamena worden vastgehouden door de militaire politie in de provinciehoofdstad Jayapura.

Hoewel getuigen melden dat ook de andere gestolen wapens zich in de buurt van Muribs dorp bevinden, wordt een gebied van enkele honderden vierkante kilometers uitgekamd. De wapendiefstal wordt aangegrepen om jacht te maken op leden van de Beweging Vrij Papoea. De OPM is de laatste jaren uiteengevallen. Menige OPM-commandant heeft de gewapende strijd opgegeven. Restanten van de OPM worden door het leger gemanipuleerd om het `separatistische' gevaar in de verf te zetten.

De handhaving van de openbare orde in het bergland is nu in handen van het leger. Toen de onderzoekers van Koalisi HAM toegang tot de arrestanten vroegen, weigerde de politiechef in Wamena dat met de woorden: ,,Deze vallei wemelt van het tuig. We gaan hen opjagen en oppakken, met honderden tegelijk. En toen het onderzoeksrapport deze week werd overhandigd aan de politiechef van Papoea, inspecteur-generaal Budi Utomo, bekende deze machteloos te staan. Hij zou zijn ondergeschikten in Wamena instrueren Koalisi HAM toegang te verlenen tot de arrestanten en zei disciplinaire maatregelen nemen. Hij vroeg de onderzoekers hun bevindingen nog niet openbaar te maken ,,om de legercommandant niet voor het hoofd te stoten''. De militaire commandant van Papoea, generaal-majoor Nurdin Zainal, had het ,,te druk'' om de onderzoekers te ontvangen.