Het luchtige register van `Leven &cetera'

Drie jaar geleden werd het literaire debuut van Heleen van Royen `De gelukkige huisvrouw' in deze krant gekraakt als een clichématig boek. Inmiddels zijn 125.000 exemplaren verkocht en in acht landen is het boek vertaald. Toen vorige week zaterdag Van Royens boek `Godin van de jacht' verscheen, kreeg zij alle aandacht, ook van NRC Handelsblad. Niet in het Cultureel Supplement of de Boekenbijlage, maar in het katern Leven &cetera.

Het kan best zijn dat de boekenredactie alsnog een recensie aan `Godin van de jacht' wijdt – misschien staat die wel in de krant van heden. Maar hoe die recensie ook uitvalt, de gang van zaken blijft een aardige illustratie van de journalistieke ontwikkeling van deze krant en tegelijk van het verschil in aanpak bij de afzonderlijke deelredacties.

Het Cultureel Supplement is weliswaar minder elitair dan vroeger, maar maakt toch wel onderscheid tussen wat grofweg wordt aangeduid als A- en B-cultuur. Net als de rest van de krant is de cultuurredactie selectief met interviews, maar zo nu en dan treedt toch een schrijver voor het voetlicht. Zo werd recentelijk Mensje van Keulen uitvoerig geïnterviewd.

Vervolgens krijgen boeken die naar het oordeel van de redactie de moeite waard zijn, een bespreking in het katern Boeken. Een welwillend interview garandeert geen positieve bespreking en omgekeerd kan een scherp interview best worden gevolgd door een lovende recensie. Want de recensent is vrij in zijn of haar oordeel.

Het debuut van Heleen van Royen werd drie jaar geleden in eerste instantie geen afzonderlijke recensie waardig gekeurd. Wegens haar onderwerp (een bij tijd en wijle overspelige vrouw raakt na een zware bevalling in een emotionele crisis) of wegens haar verkoopsucces was een interview met de schrijfster mogelijk geweest, maar dat paste niet in het beleid van de cultuur- en boekenredactie. Pas later volgde een verzamelrecensie waarin verschillende boeken onder één noemer (jonge-vrouwenromans) werden besproken. Het oordeel over `De gelukkige huisvrouw' was vernietigend.

Toen `Godin van de jacht' verscheen, was de situatie anders. Niet alleen was de schrijfster inmiddels wereldberoemd, maar de promotiecampagne van uitgeverij Vassallucci draaide ook op volle toeren. Het aan overspelige neigingen bij vrouwen gewijde boek was bovendien meteen een kassucces: de eerste 40.000 exemplaren zijn al bijna verkocht.

Inmiddels was er ook bij NRC Handelsblad iets veranderd. Sinds begin 2001 is er op zaterdag een katern `Leven &cetera', ten dele geënt op buitenlandse voorbeelden. Oorspronkelijk was het idee vooral aandacht te geven aan human interest en lifestyle. Op aanraden van chef Paul Steenhuis werd aan die mix het element `populaire cultuur' toegevoegd. Desgevraagd licht Steenhuis dat toe: ,,Wij kiezen onderwerpen die met persoonlijk leven of populaire cultuur te maken hebben, die niet direct in de rest van de krant aan bod komen. Wij trekken ons in de onderwerpkeuze minder aan van de veelgehanteerde grens tussen hoge en lage cultuur. Ons adagium is: `een krant die weet wat in de wandelgangen van het Witte Huis wordt besproken, moet ook op de hoogte zijn van wat om de hoek van ons eigen huis wordt besproken'.''

En reken maar dat er over Van Royens tweede boek wat is afgepraat, ook door hen die het boek niet hebben gelezen. Al had deze krant er geen regel aan gewijd, dan nog zou de overspelige neiging van vrouwen aan menige borreltafel bediscussieerd zijn. Want vele media gingen gretig mee in het pr-offensief van Vassallucci. Interviews op radio en tv, stukken in kranten (,,Alle piemels zijn lief'', citeerde het Algemeen Dagblad) en een coververhaal in Opzij, dat het vorige boek van Heleen van Royen nog had afgekraakt. Zo'n publiciteitsgolf kan ook NRC Handelsblad niet negeren.

Dankzij het katern Leven &cetera heeft de krant nu ook ruimte voor zulke `populaire' cultuuruitingen. De vraag of daarbij andere journalistieke normen (gauwer een interview, minder kritische benadering) worden gehanteerd dan in de rest van de krant, schiet Paul Steenhuis in het verkeerde keelgat. ,,Wij zijn niet kritischer of onkritischer dan de rest van de krant. Dat blijkt ook wel uit het feit dat onze redacteuren schrijven voor de hele krant, en omgekeerd redacteuren van andere deelredacties bijdragen leveren aan Leven &cetera.''

Steenhuis beaamt wel dat dit katern een ander ,,register'' bespeelt. ,,Wij zijn niet recenserend, maar staan open voor dingen die onder mensen leven. Daardoor kunnen wij onderwerpen behandelen die bij andere deelredacties niet door de selectie komen.''

Toch is het vreemd dat de negatieve kritiek (`pulp') die eerder in NRC Handelsblad is gegeven op het debuut van Heleen van Royen in het interview van vorige week zaterdag nauwelijks aan bod kwam. In de inleiding werd wel verwezen naar de unanieme `walging' van literaire critici, maar in het gepubliceerde interview werden daarover geen vragen gesteld.

Dergelijke detailkritiek doet niet af aan de waardering voor de poging een luchtiger element toe te voegen aan de tamelijk zware zaterdagkrant. Uit lezersonderzoek via een zogenoemde focusgroep blijkt dat die aandacht voor human interest, lifestyle en publieke cultuur door veel lezers wordt gewaardeerd. Het katern krijgt net zo'n hoog rapportcijfer als het Cultureel Supplement. Sommige lezers verklaren zelfs dat ze de krant op zaterdag beginnen bij het laatste katern.

Conclusie: niet alleen de redacteuren van NRC Handelsblad beheersen diverse registers, ook lezers herkennen die. Zij lezen een interview in Leven &cetera met andere ogen dan een recensie in de Boekenbijlage.

Piet Hagen, oud-hoofdredacteurjournalist van `De journalist' blikt eens in de veertien dagen kritisch terug op de berichtgeving in NRC Handelsblad.

www.nrc.nl/krant

achteraf: alle eerder verschenen afleveringen