Het lot

In een land hier ver vandaan

Waar nooit wonderen hebben bestaan

Danst een meisje met witte schoentjes aan

Haar danspartner is weggegaan

Hij is gevallen pardoes kapot

En het meisje staat in de kast met de deur op slot

Ze is van heel wit porselein

O wat zal ze breekbaar zijn

Maar het meisje danst en danst maar door

Dat is haar doel, daar bestaat ze voor

Ze bleef maar dansen in het rond

O nee daar viel ze op de grond

Helaas haar benen lagen naast haar, ze was kapot

Het is jammer maar het was haar lot

Ze werd naar buiten gegooid, op straat

Toen brak ze ook nog een arm, het was voor haar te laat

Eigen gedicht van Esther van Vliet, 12 jaar, Rotterdam