Groothandel in kennis

Al dertig jaar organiseert de scheikundige en filosoof André Klukhuhn (1940) de Studium Generale-programma's van de Universiteit van Utrecht, een functie die hij zelf ironisch betitelt als die van `kennismakelaar'. Ook in zijn nieuwe boek De geschiedenis van het denken heeft Klukhuhn veel van een makelaar, zoals hij de lezer bij de hand neemt en het ene fraaie citaat na het andere laat zien, van grote denkers als Nietzsche, Rorty, Cioran en Musil. De schrijver praat ze allemaal aan elkaar, en probeert zo een overzicht te geven van de `filosofie, wetenschap, kunst en cultuur van de oudheid tot nu'.

Klukhuhns leidmotief, de verhouding tussen de wetenschappelijke rationaliteit en artistieke intuïtie, is zo algemeen dat hij er alles mee in verband kan brengen, van de geschiedenis van de roman en de werking van de hersenen tot het postmodernisme en de chaostheorie. Als eerste inleiding op deze gebieden is dit wel een verdienstelijk boek. Maar soms gaat de schrijver veel te ver in zijn citeerdrift: als hij Schopenhauer citeert, die schreef dat wij mensen als lichamelijke wezens nu eenmaal geen `gevleugelde engelenhoofden zonder lijf' zijn, dan kan hij het niet laten om ook nog even F.B. Hotz te citeren. Die griezelde als kind immers van zo'n gevleugeld hoofdje dat aan zijn ledikantje vastzat. Om dan tenslotte nog even Borges en Kierkegaard aan te halen, over de onmogelijkheid om aan jezelf te ontsnappen. En als hij het heeft over de kunstenaar die al scheppend deel meent te hebben aan het hogere, volgen er ter illustratie twee bladzijden met zeventien citaten.

Dit boek is geen essay, zoals de schrijver meent, maar een collage. Natuurlijk beroept hij zich ter rechtvaardiging op andere auteurs, onder wie Walter Benjamin die eens gezegd heeft dat hij een boek wilde schrijven dat alleen maar uit citaten zou bestaan. Bovendien, zegt Klukhuhn, iedere bewering is al een citaat in verhulde vorm, alles is al eens geformuleerd. Zo ontslaat hij zichzelf wel heel postmodern van de plicht tot parafraseren, ook al doet dat ernstig afbreuk aan de leesbaarheid van zijn boek. Alle verdere argumenten die hij aanvoert om de vorm van zijn boek te verdedigen doen vermoeden dat hij zelf ook niet geheel zeker is van zijn zaak.

De geschiedenis van het denken is de neerslag van dertig jaar kennismakelarij, geschreven door een generalist die, in zijn eigen woorden, `vrijwel niets weet van bijna alles'. Dit `vrijwel niets' heeft toch ruim zeshonderd bladzijden opgeleverd, waarvan een belangrijk deel bestaat uit de woorden van andere auteurs. Het notenapparaat beslaat maar liefst zestig bladzijden. Voor zoveel belezenheid neem ik mijn hoed af. Het is alleen jammer dat al dat materiaal niet als grondstof heeft kunnen dienen van een originelere verhandeling.

André Klukhuhn: De geschiedenis van het denken. Filosofie, wetenschap, kunst en cultuur van de oudheid tot nu. Bert Bakker, 652 blz. €32,50