Franse socialisten zijn hun glans verloren

Bleke schimmen die plichtmatig de rechtse regering kritiseren. Daarop lijken de kopstukken van de Franse socialisten, sinds de partij dit voorjaar zijn macht verloor.

Macht geeft glans. Van dat mechanisme is de Franse Parti Socialiste al een jaar lang, sinds de partij van het regeringspluche naar de oppositiebanken werd verjaagd dus, een schoolvoorbeeld. De zogenoemde `olifanten', zwaargewichten als de voormalige ministers Laurent Fabius, Martine Aubry, Élisabeth Guigou, Jack Lang, deden hun bijnaam eer aan toen ze nog regeringsverantwoordelijkheid droegen. Het waren persoonlijkheden met ideeën, die ze met verve over het voetlicht brachten. En nu? Bleke schimmen zijn het die even machteloze als plichtmatige kritiek spuien op de `afbraakpolitiek' van regerend rechts.

Het concrete keerpunt was 21 april 2002, de rampspoedige verkiezingsdag, waarop toenmalig premier Lionel Jospin verslagen werd door de extreem-rechtse leider Jean-Marie Le Pen. Tegen iedere verwachting in haalde Le Pen in plaats van Jospin de tweede ronde van de presidentsverkiezingen. In één klap verloor éen van de twee grote Franse partijen haar leider – omdat Jospin onmiddellijk opstapte – en de mogelijkheid om een president te leveren. De partij zag zich bovendien gedwongen de achterban op te roepen op rechts, in casu Jacques Chirac, te stemmen, om extreem-rechts de pas af te snijden. Direct na Chiracs verkiezing moest dezelfde kiezer weer verteld worden dat rechts niet deugt.

Louter cijfermatig kwam de ramp neer op een soort bedrijfsongeval. Het linkse kamp, Jospins zogeheten `gauche plurielle', een `meervoudig' samenraapsel van progressieve partijen, was in de campagne zo versnipperd geraakt, dat Le Pen was komen bovendrijven. Maar nadat Jospin van de ene dag op de andere van het politiek toneel verdwenen was en zijn partij verweesd had achtergelaten, kwam er ook nog een diepere oorzaak aan het licht. De partij bleek het contact met de kiezer volledig kwijt te zijn en moest noodzakelijkerwijs op zoek naar Een Koers.

En naar een leider. Dat werd weliswaar direct de bleke François Hollande (48), nog door Jospin aangewezen als tweede man en zijn kroonprins. Maar dat Hollandes aantreden eerder het gevolg was van een futloos automatisme dan van enthousiamse voor zijn persoon, bleek wel in de aanloop naar het grote drie dagen durende congres, dat vandaag in Dijon begint en dat de partijtop en koers voor de komende drie jaar kiest en bepaalt. De richtingenstrijd die steeds grimmiger trekken kreeg, duurde tot begin deze maand voort.

Oud-minister en oud-voorzitter van de Assemblée Nationale Henri Emmanuelli opteert met zijn `Nouveau Monde' voor een terugkeer naar een onvervalst links, anti-liberaal programma. De briljante advocaat en afgevaardigde Arnaud Montebourg staat ook al iets `nieuws' voor en wel de Nouveau Parti Socialiste. Die zou zich in de eerste plaats moeten beijveren voor een vernieuwing van de staatsinrichting, de `Zesde Republiek', met een andere status van de president. Als voorschot daarop heeft Montebourg, tevergeefs, alles op alles gezet om de huidige president Jacques Chirac zich voor zijn `affaires' te laten verantwoorden. Ook kwam de machtige en zeer militante noordelijke federatie nog in opstand, evenals de groepering Utopia.

De rust is nu, bij het begin van het congres, enigszins weergekeerd. De leden kozen begin deze maand met een grote meerderheid van 61 procent van de uitgebrachte stemmen voor de richting-Hollande. Zijn overwinning, die door het congres bekrachtigd moet worden, is des te comfortabeler door de verrassend grote deelname aan de verkiezing: bijna zeventig procent van de 130.000 leden bracht zijn stem uit. De opkomst is het eerste gunstige effect van het uitvoerige veldwerk dat de partij het afgelopen jaar heeft verricht in het hele land, waarin noden en wensen zijn geïnventariseerd.

Deze contouren van een nieuwe orde betekenen niet dat de Franse socialisten de schok van vorig voorjaar te boven zijn. Hollande mag zichzelf bezworen hebben `nooit meer een 21 april mee te maken', meer dan de helft van het totale Franse electoraat en bijna de helft van de eigen aanhang vindt dat de partij geen geloofwaardig regeerprogramma heeft. De leiding moet die mening zelf bijna ook wel huldigen. Met het oppositievoeren wil het althans niet erg vlotten. President Jacques Chiracs stellingname in de Irak-crisis konden de socialisten, tot hun spijt, niet anders dan toejuichen, en op het door de kiezer zeer gewaardeerde veiligheidsbeleid van de flamboyante minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy hebben ze nog niet een begin van geloofwaardige kritiek geformuleerd.

Deze maand was er even het lichtpuntje van de sociale onrust wegens de hervormingen van het pensioenstelsel, maar twee vakbonden spraken na enkele concessies van de verantwoordelijke ministers, gisteren, hun steun uit voor de regering van premier Raffarin. Een ander punt van `hoop' is wellicht de toenemende werkloosheid, maar die toename was al begonnen onder Jospin.

In vraaggesprekken in de media heeft Hollande al enkele horizonten van nieuw beleid van zijn partij geschetst. Opvallend is dat hij de veiligheid van de burger in de ogen van velen de voornaamste oorzaak van de nederlaag van het op dit vlak zeer preutse linkse kamp niet of nauwelijks noemt. Hij haalt oude socialistische stokpaarden als onderwijs en nationale solidariteit van stal. Wat zijn plannen ten aanzien van het onderwijs betreft een groot debat met alle betrokkenen is hij alweer ingehaald door de verantwoordelijke minister, Luc Ferry, die op kosten van de staat een `discussieboek' publiceerde waarin hij zich keert tegen het overerfde gedachtegoed van de jaren zestig, dat dicteert dat het kind begin- en eindpunt is van het onderwijsprogramma. De PS heeft de `zelfpromotie' van Ferry heftig bekritiseerd.

Hollande wil dat zijn partij zich aansluit bij de `grote Europese sociaal-democratische beweging'. Ook staat hij verjonging voor van zijn partij, waarbinnen slechts veertien procent van de functies bekleed wordt door de leeftijdsgroep beneden de veertig jaar. Het voornaamste doel dat hij zich stelt voor het congres is de partij op één lijn te krijgen. Hij wil af van het ,,zootje'' van voorgaande congressen.