`Een ziek kind is in Frankrijk een rampje'

Stéphanie Fleury (34) heeft een baan van negen tot vijf en een zoon, Rémy, van zes. En géén man. ,,Het zaakje draait, zonder al te grote problemen'', zegt zij. Haar zoon eet in de kantine op school en wordt na schooltijd beziggehouden door de naschoolse opvang, tot half zeven 's avonds. Voor kantine en opvang betalen ouders een bedrag naar rato van hun inkomen. Toen Fleury nog niet gescheiden was en het gezin over een dubbel inkomen beschikte, betaalde ze het volle pond van 200 euro per maand. Nu kost het haar de helft.

Franse kinderen gaan doorgaans op driejarige leeftijd naar de maternelle, de peuterschool. Voor jongere kinderen zijn er de crèches; het heeft Fleury destijds `niet al te veel moeite' gekost er één te vinden. Crèches en speelcentra zijn in zekere zin het gevolg van de Eerste Wereldoorlog die de mannelijke beroepsbevolking uitdunde. Vrouwen gingen massal werken en zijn dat sindsdien blijven doen. Ze maken nu bijna de helft uit van de beroepsbevolking van 26 miljoen. Van de vrouwen met kinderen tot drie jaar werkt 79 procent. Gemeentes beschikken over een bestand nounous, kinderoppassen, waarvoor ouders ook een aan hun inkomen gerelateerde bijdrage betalen. Een particuliere deeltijd-nounou kost al gauw 600 euro per maand.

Inschrijving op een crèche moet volgens Fleury wel op zijn laatst `halverwege' de zwangerschap geschieden. De Franse regering, die er prat op gaat een echte familiepolitiek te voeren, kondigde onlangs aan twintigduizend extra crècheplaatsen te zullen creëren. De extra crècheplaatsen maken deel uit van een 1,2 miljard euro kostend beleid ter stimulering van het geboortecijfer. Met 1,9 kind per vrouw behoort Frankrijk tot de meer vruchtbare landen van Europa, maar toch zijn meer kinderen nodig om de kosten van de vergrijzing op te vangen.

Nieuw onderdeel van het geboortestimuleringsbeleid is een maandelijkse toelage van 340 euro voor de ouder die stopt met werken. Gevoegd bij de basisbijdrage van 160 euro per maand komt de overheidssteun voor een kind neer op vijfhonderd euro per maand. Het is een enigszins tegenstrijdige maatregel, omdat aan de kosten van de vergrijzing meebetalende arbeidskrachten gestimuleerd worden hun werk op te geven en de overheid daar nog voor betaalt ook. Maar volgens de regering-Raffarin loont het beleid op langere termijn.

Stéphanie Fleury werkt als secretaresse bij een importbedrijf, gevestigd aan de rand van Parijs, op dertig kilometer afstand van haar woonplaats Saint-Quentin en Yvelines. Ze begint een kwartier eerder, zodat ze een kwartier eerder weg kan. Voor de zekerheid en met het oog op files. ,,Ouders maken ook onderling afspraken bij het schoolhek, voor de volgende dagen. Dan halen we elkaars kinderen op. Dat ik werk is normaal, dat ik gescheiden ben minder.'' Een ziek kind is een `klein rampje', zegt Fleury. ,,Dan wordt het kunst- en vliegwerk, met snipperdagen, buurvrouwen en grootouders.''

De laatsten zorgen, tot hun vreugde in het geval van Fleury, voor opvang in de grote schoolvakantie van ruim twee maanden. Het gaat alleen om haar eigen ouders, die van haar ex vindt ze `te grofgebekt' om er haar kind aan toe te vertrouwen.

Er zijn vakantiekampen, die `in sociaal opzicht' heel goed zijn voor een kind, volgens Fleury. Maar ze stuurt haar zoon er toch niet naar toe. ,,Toevallig heb ik zelf als kind ervaring gehad met een kampleider die niet helemaal zuiver op de graat was in zijn omgang met ons. Het was toeval en helemaal niet dramatisch, maar het maakt wel dat ik er nu voor kies om dergelijke situaties uit de weg te gaan.''