Een rusteloze volksheld

Gisteren overleed oud-wielrenner Rik van Steenbergen. Rik I won meer dan duizend wedstrijden. De 78-jarige Belg was een van de meest complete wielrenners.

Tot vlak voor zijn dood keek `Rik I' met veel plezier terug op zijn rijke carrière. Van zijn eerste blauw-witte `koersveloke' dat door zijn opa was gemaakt tot aan zijn breed in de pers uitgemeten rivaliteit met zijn opvolger Rik van Looy, Rik II. Gisteren overleed Rik van Steenbergen, een van de meest complete wielrenners ooit, in de Eeuwfeestkliniek in Antwerpen, niet ver van zijn geboortedorp Arendonk.

,,Wereldkampioenschappen en klassiekers; dat was m'n ding'', zei hij vorig jaar in een vraaggesprek met deze krant, in zijn stamcafé in Westmalle. Hij schitterde in eendaagse koersen. Won Milaan-Sanremo en tweemaal de klassiekers Parijs-Roubaix en de Ronde van Vlaanderen. In 1949, '56 en '57 werd hij wereldkampioen, de laatste keer voor eigen volk, in Waregem. Voor de ogen van koning Boudewijn versloeg hij de Franse Tourlegende Louison Bobet.

,,Er is nooit een coureur zoals Rik geweest en er zal er geen meer komen.'' Dat zei gisteren Briek Schotte, `de laatste Flandrien'. De 83-jarige oud-wereldkampioen noemde zijn vriend met recht een legendarische figuur. Schotte: ,,25 jaar lang winter en zomer koersen, dat heeft niemand ooit gekund en dat zal ook nooit iemand nog kunnen.'' `De Boss' behaalde meer dan duizend zeges, op de baan en op de weg. In alles was hij snel. Grootvader werd hij op z'n 38ste.

Als het wegseizoen voorbij was, trok de rusteloze Van Steenbergen naar de zesdaagsen. De wintermaanden spendeerde hij op de piste, waar hij koppels vormde met Miel Severeyns, Peter Post, zijn schoonzoon Palle Lykke, Stan Ockers en zelfs met zijn rivaal Rik van Looy. Hij reed 133 zesdaagsen – opgeteld meer dan twee volle jaren – en won er veertig. Soms vertrok hij na een zesdaagse ook naar landen waar het op dat moment zomer was. Zoals in 1952, toen hij de Ronde van Argentinië won. ,,Geen bestrating, maar van die cowboywegen.''

Hoewel hij vier etappes in de Tour de France won en in 1951 als tweede eindigde in de Ronde van Italië, was Van Steenbergen niet geschikt voor het rondewerk. Hij was geen klimmer, hoewel hij zich in de Ronde van Spanje van 1956 even de gelijke toonde van `adelaar' Federico Bahamontes.

Gevormd was hij als slagersknecht, in de dagen dat Karel Kaers zijn idool was. In Turnhout en omstreken trapte `Rikske' in weer en wind bestellingen naar klanten, op een bakfiets van twintig kilo. ,,Als ik dan weer op m'n eigen fiets stapte'', zei hij vorig jaar, ,,dan vloog ik naar huis, zeker met de wind van achter.'' Zijn eerste Ronde van Vlaanderen, z'n eerste klassieker, won hij op z'n negentiende. De laatste editie van `Vlaanderens Mooiste', begin april, was tevens de laatste koers die hij als toeschouwer bijwoonde.

Van Steenbergen, die afscheid nam in '66, als 42-jarige, is altijd een man van het volk gebleven. De Belgen vergaven hem zijn zonden: enkele jaren nadat hij zijn carrière had beëindigd, belandde hij in de criminaliteit. Hij speelde vals met kaarten, werd verdacht van opiumsmokkel en in '72 werd hij veroordeeld als hoofd van een bende die zich schuldig maakte aan overvallen en inbraken.

Desondanks was hij overal nog een graag geziene figuur, die alom werd gerespecteerd. Met zijn imposante gestalte verscheen hij nog regelmatig op tv, zoals aan de vooravond van het WK wielrennen in Zolder. Gesoigneerd, vaak in colbert, optimistisch, vol humor. Met plezier herinnerde hij vorig najaar in zijn stamcafé in Westmalle aan een recent interview met een Italiaanse verslaggever die hem had gevraagd of hij net zoveel vrouwen had gehad als dat hij wedstrijden had gewonnen. ,,Hij dacht dat ik een Cipollini was'', zei hij lachend, om daarna een verhandeling te geven over de gevaren van seks voor de koers.

Die dag werd hij bij toeval herenigd met de fiets waarop hij in 1957 in Waregem wereldkampioen was geworden. Hij herkende de Superia direct en wees op de aangetaste lak van de bovenste framebuis, gevolg van de vele zweetdruppels die er tijdens de wedstrijden op terecht waren gekomen. Zijn grote handen kneep hij bijna instinctief om het stuur.

Het fietsen kon hij niet laten. Tot voor kort reed hij elke dag 30 kilometer. Kaarten deed hij ook nog veel. In oktober was het interview in café Trappisten voorbij na de mededeling dat hij nog een kaartafspraak had. Sterven, nee, daar dacht hij ,,nooit nie'' aan, zei hij naar aanleiding van de dood dat jaar van oud-wereldkampioen Marcel Kint. Van Steenbergen keek zijn vriend Jos Meesters aan, een oud-renner die hem vaak vergezelde. ,,Wij lachen altijd als we weg zijn, hè?'' Rik van Steenbergen heeft van het leven genoten.

Zaterdag 24 mei wordt hij in St. Anthonius-Zoersel begraven.