Eén aanklacht jihad geschrapt

Het openbaar ministerie heeft vanmorgen voor de rechtbank van Rotterdam de aanklacht tegen zeven van twaalf vermeende moslimextremisten aanmerkelijk afgezwakt. Officier van justitie J. Valente kondigde aan vrijspraak te zullen eisen voor het leveren van `hulp aan de vijand ten tijde van oorlog'. Valente handhaafde echter de beschuldiging dat de zeven deel hebben uitgemaakt van een criminele organisatie waarvan het `oogmerk' was deze hulp aan de vijand te leveren.

De twaalf verdachten behoren volgens justitie tot een netwerk van moslimextremisten rond de Al-Fourqaan moskee in Eindhoven dat zich onder meer zou hebben beziggehouden met het ronselen van strijders voor de jihad, de islamitische heilige oorlog. Deze rekrutering pakt het OM aan met een artikel uit het wetboek van strafrecht dat `hulp aan de vijand ten tijde van oorlog of een gewapend conflict' strafbaar stelt. Voor zeven van de twaalf verdachten acht Valente de directe betrokkenheid bij deze hulp aan de vijand nu onvoldoende bewezen. Omdat het openbaar ministerie in dit stadium officieel geen `feiten' van de tenlastelegging mag afvoeren, kondigde Valente aan in deze gevallen vrijspraak te zullen eisen. Tegen twee andere verdachten handhaafde de officier van justitie echter de beschuldiging. Wat het OM in de zaken tegen de drie overige verdachten zal doen, wordt maandag bekendgemaakt.

Volgens een woordvoerder van het landelijk parket is de zaak tegen de twaalf met het `schrappen' van een deel van de aanklacht niet aangetast. ,,Het hart van het onderzoek is het netwerk van extremisten, in juridische termen de criminele organisatie. Daarvoor denken wij voldoende bewijzen te hebben.''

De wijziging van de tenlastelegging heeft grote gevolgen voor de straf die het OM zal kunnen eisen tegen de zeven verdachten. Op `hulp aan de vijand' staat maximaal levenslange gevangenisstraf, voor het lidmaatschap van een crimele organisatie ten hoogste zes jaar. Valente kondigde ook aan vrijspraak te eisen daar waar mensensmokkel en wapenbezit ten laste is gelegd. De beschuldiging van drugshandel voor twee verdachten blijft overeind.