`Duurte houdt Britse gezinnen 's nachts wakker'

`Vorig jaar om deze tijd had ik nog twee kinderen, binnenkort heb ik er vijf'', zegt John FitzGerald (35), een producer bij een tv-maatschappij in Londen. Hij en zijn vrouw Fiona hebben intussen een baby gekregen en werden kort daarna verrast met het bericht dat er een tweeling onderweg is.

Dat idee geeft ze nu vooral ,,logistieke'' hoofdbrekens, zegt John, maar ,,binnen een paar jaar wordt het een financiële last.'' Zo zullen ze moeten verhuizen, maar Londen, waar de prijzen binnen een paar jaar zijn verdubbeld, wordt dan onbetaalbaar. Een particuliere school is financieel uitgesloten en de toelatingsexamens die de meeste scholen hebben betekenen ,,een nachtmerrie'' – maal vijf. Daarom overwegen de FitzGeralds naar Noord-Ierland te verhuizen, waar John is geboren. Het onderwijs is er beter, de boodschappen en de huizen goedkoper. ,,Denk je eens in, daar kunnen we een tuin hebben'', zegt hij.

Anders dan de meeste Britten, die maar 1,6 kind krijgen, leveren John en Fiona dapper strijd tegen de vergrijzing. Verder zijn ze niet uniek: de vraag hoe je goede opvoeding, woonruimte en het peperdure leven, zeker in de hoofdstad, kunt combineren, houdt veel gewone gezinnen 's nachts wakker. Eén van de ouders laten stoppen met werken, zoals Frankrijk met een premie aanmoedigt om het geboortecijfer op te krikken, is daarbij ongeveer de laatste optie.

In Britse twee-oudergezinnen, waaruit overigens niet meer dan eenderde van de huishoudens bestaat, werken in 65 procent van de gevallen beide ouders. De man werkt meestal meer uren dan de vrouw, maar de kloof wordt snel kleiner. De algehele trend is dat vrouwen, ongetrouwd of niet, meer werken: zeventig procent van de Britse vrouwen heeft nu een baan, eentiende meer dan tien jaar geleden.

Dat is nodig om het huishoudboekje sluitend te maken en heeft ook te maken met de brede trend om het krijgen van kinderen uit te stellen. Nergens in Europa zijn weliswaar zoveel tienermoeders als op de Britse eilanden, maar steeds meer vrouwen krijgen pas rond hun dertigste hun eerste kind. Daarna gaan ze steeds vaker opnieuw werken en maken gebruik van kinderopvang. Op de vrije Britse markt is daarvoor een bonte reeks mogelijkheden, variërend van een gratis gemeentecrèche tot een geüniformeerde nannie.

De Britse regering geeft vergroting van de werkgelegenheid prioriteit boven een stijgend vergrijzingsprobleem. Het openlijk aanmoedigen van kinderen krijgen zou politiek ook een netelig onderwerp zijn: Britten hebben het liefst dat de staat zich zo min mogelijk met hun privéleven bemoeit.

Daarom sturen gezinsman Blair en de (nog) kinderloze Gordon Brown (Financiën) een middenweg: werken moet, als het kan, en kinderen hebben mag daarbij geen belemmering zijn. Zo is er onder meer met een belastingkorting voor werkende ouders, die toeneemt per kind. Zwangerschapsverlof plus een vergoeding is in de wet geregeld. Belangrijkste bijdrage van de staat is kinderbijslag: ongeveer 400 euro per kwartaal voor het eerste kind. Al die werkbevordering is niet onomstreden: kinderen, uit overbelaste tweeverdienershuishoudens én met alleen een working mum presteren slechter op school.