`Conventie is als Wagners muziek, die klinkt ook slechter dan ze is'

De Conventie over de toekomst van het bestuur van de Europese Unie nadert haar einde. ,,Compromissen zitten in de lucht'', zeggen sommigen.

,,Omdat het om een gecompliceerde materie gaat, krijgt u allemaal drie minuten spreektijd, een minuut meer dan gebruikelijk.'' Met zijn ontspannen superieure houding, alsof hij de ongekroonde koning van Europa is, maakt Valéry Giscard d'Estaing de 105 leden van de Conventie over de toekomst van Europa duidelijk dat ze in de spannendste fase van hun werk zijn gekomen.

Op 20 juni moet de 77-jarige Franse oud-president de Europese regeringsleiders in het Griekse Thessaloniki het resultaat van de Conventie presenteren: het ontwerp voor een grondwet van de Europese Unie. De regeringsleiders hebben deze uiterste datum opgelegd, veel Conventieleden zien dat als een ondraaglijke beperking. Ze praten al sinds begin vorig jaar. Maar voor het echte werk, het overbruggen meningsverschillen tussen grote en kleine landen, tussen degenen die zoveel mogelijk macht bij de EU-lidstaten willen houden en de federalisten, tussen oude en nieuwe lidstaten, rest nog maar een paar weken. ,,De tijd dat regeringsleiders een grondwetgevende vergadering uit elkaar kunnen jagen is voorbij'', zegt de Duitse europarlementariër Elmar Brok strijdvaardig.

De belangrijkste punten bij deze eindronde zijn de verdeling van de macht tussen de EU-lidstaten, de Europese Commissie en het Europees Parlement. De Benelux heeft daarbij hard ingezet. Geen sprake van een Europese president, zoals is voorgesteld door de grote lidstaten Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland en Spanje. De macht van de Europese Commissie, die het gemeenschappelijk belang van de EU moet bewaken, dient versterkt te worden. Met een president dreigen de grote landen de kleine te overheersen, vinden kleine landen.

De Benelux heeft een toegeving tegenover de grote landen gedaan door af te zien van de eis dat ieder land een eigen eurocommissaris moet houden. Maar die toegeving heeft verdeeldheid gezaaid onder de kleine landen. Vooral toetredingslanden willen niets weten van argumenten over efficiency in een EU met 25 of meer leden en eisen een eigen eurocommissaris. ,,Eén eurocommissaris per land, anders worden de EU-instellingen moeilijk aanvaard. Anders krijgen landen het gevoel aan de kant gezet te worden'', zegt József Szájer, een Hongaarse parlementariër.

,,Compromissen zitten in de lucht'', zegt de optimistische eurocommissaris Michel Barnier, lid van het presidium van de Conventie. Zijn collega Antonio Vitorino, vergelijkt een voorstel van het presidium over onder andere een president van de EU met muziek van Wagner: ,,Het klinkt slechter dan het is.''

De Benelux lijkt bereid om een EU-voorzitter te aanvaarden, die de bijeenkomsten van de Europese regeringsleiders regelt maar verder weinig te zeggen heeft. De grote landen zouden akkoord moeten gaan met deze uitkleding van de functie van vaste president als de kleine landen instemmen niet altijd allemaal een eurocommissaris te hebben.

Maar zowel de grote als de kleine landen zijn verdeeld. Peter Hain, de Britse regeringsvertegenwoordiger, houdt zo vast aan een EU-president, dat vrijwel niemand meer op hem reageert. Zijn afwijzing van voorstellen is een vast ritueel. Een Europese minister van Buitenlandse Zaken die tevens lid is van de Commissie? Goed, maar hij is alleen verantwoording verschuldigd aan de lidstaten zelf en heeft niets te maken met zijn collega eurocommissarissen en met het Europees Parlement, vindt Hain.

De Spaanse regeringsvertegenwoordiger, Alfonso Dastis, dreigt alle overleg te blokkeren als het voorstel van Giscard op tafel blijft om voor besluiten van EU-lidstaten een meerderheid van landen plus een tweederde meerderheid van de Europese bevolking te eisen. Spanje dreigt er in zo'n geval op achteruit te gaan ten opzichte van de zeer gecompliceerde regeling waarover de Europese regeringsleiders het in 2000 na ruim vier dagen moeizaam onderhandelen op de top van Nice eens werden. De scheiding tussen voor- en tegenstanders van het openbreken van het akkoord van Nice loopt dwars door de Conventie.

Aan het eind van deze maand presenteert Giscard een volledig ontwerp grondwet met 350 artikelen aan de Conventie. Daarover wordt in eerste instantie twee dagen gedebatteerd. Vervolgens gaat de Conventie in juni twee keer een marathon bijeenkomst houden van ieder ten minste drie dagen. De discussies zullen onderbroken worden voor overleg met achterbannen: nationale regeringen en parlementen en politieke groeperingen. Desnoods zal weekeinden door worden gedebatteerd. Uiteindelijk moet het presidium van de Conventie onder leiding van Giscard vaststellen welk consensus is bereikt. Velen verdenken Giscard ervan de conclusies naar zijn hand te willen zetten. Maar er is afgesproken dat er niet gestemd gaat worden. Een probleem is nog, dat niemand precies weet wat consensus eigenlijk betekent. Belgische ex-premier Jean-Luc Dehaene, vice-voorzitter van de Conventie: ,,Wanneer je een definitie wilt van consensus, krijg je in ieder geval geen consensus.''