`België voor gezinnen uiterst onvriendelijk'

De Gezinsbond in België heette een halve eeuw geleden nog Bond van Kroostrijke Gezinnen. Met maar 1,4 kind per vrouw (2003) in de vruchtbare leeftijd ligt het Belgische geboortecijfer inmiddels achter bij de meeste andere Europese landen. Het kindertal is veel lager dan nodig om de bevolkingsomvang in stand te houden. Volgens directeur Roger Pauly van de Gezinsbond is het geboortecijfer de afgelopen tien jaar zelfs nog met 13 procent verder gedaald. Zo had Vlaanderen op een bevolking van zes miljoen inwoners vorig jaar niet meer dan 58.000 geboorten.

De precieze oorzaken van het lage geboortecijfer zijn moeilijk aan te geven. Pauly constateert dat België in Europa koploper is wat betreft het aantal gebroken relaties. ,,We zijn een van de meest welvarende landen ter wereld, met de hoogste arbeidsproductiviteit, maar behoren ook tot de grootste pillenslikkers en hebben bijna twaalfhonderd zelfmoorden per jaar.''

De kinderwens blijkt in België hoger te liggen dan het aantal geboortes. ,,We zijn niet voor een demografische politiek'', zegt Pauly. ,,Maar wij willen dat mensen het aantal kinderen kunnen hebben dat ze wensen.''

De Gezinsbond verricht studies en voert een actieve lobby om gezinsvriendelijk beleid te bevorderen. Zo lanceerde de bond het idee van de `kindercheque' om de combinatie van gezin en werk te vergemakkelijken. De kindercheque – een extra uitkering gedurende een aantal jaren – heeft iets van een geboortepremie. Hij is specifiek bedoeld voor gezinnen met jonge kinderen. Met het extra geld kunnen gezinnen bijvoorbeeld dienstverlening inschakelen, of loonverlies wegens korter werken of het draaien van minder ploegendiensten compenseren. Maar de kindercheque is nog lang geen beleid, want alleen de Vlaamse christen-democraten hebben het idee in hun verkiezingsprogramma opgenomen.

,,België is verschrikkelijk onvriendelijk voor gezinnen'', beaamt de `groene' Vlaamse minister Mieke Vogels in de campagne voor de verkiezingen van komende zondag. Zij lanceerde het idee van één jaar ouderschapsverlof, dat kan worden opgenomen tot het kind 18 jaar oud is. Nu loopt België achter met een ouderschapsverlof van drie maanden – het minimum-vereiste in de Europese Unie – waar bovendien maar een lage financiële tegemoetkoming tegenover staat.

Met zijn 15 weken zwangerschapsverlof is België ook al uiterst karig, in vergelijking met bijvoorbeeld Zweden (96 weken), Denemarken (50 weken) en Italië (47 weken). Het feit dat België met z'n hoge staatsschuld (ruim 100 procent van het bbp) nog altijd de tering naar de nering moet zetten, speelt ongetwijfeld een rol.

Volgens Gezinsbond-directeur Pauly neemt de politiek het thema `gezin' wel steeds serieuzer, wat hij merkt aan uitnodigingen die hij van politieke partijen krijgt. De paarsgroene regering heeft op fiscaal terrein ook wel enkele maatregelen genomen, zoals vermindering van de discriminatie van gehuwden en samenwonenden. In de brochure `Vier jaar sociale zaken' van federaal minister Frank Vandenbroucke staat als prestatie van paarsgroen ook genoemd het recht van vrouwen op `borstvoedingspauzes' die ook mogen worden gebruikt voor het afkolven van melk. De uitkering bedraagt 82 procent van het uurloon. De sociaal-democratische bewindsman erkende tijdens een verkiezingsdebat dat zijn land wel eens wat gezinsvriendelijker mag worden.