Bank spil in crisis media

Een bankschandaal in de Dominicaanse Republiek heeft geleid tot een bedreiging van de persvrijheid in het Caraïbische land. De Dominicaanse overheid nam gisteren een aantal media over die het eigendom waren van magnaat Ramón Báez Figueroa. Hij is de belangrijkste aandeelhouder van de failliet gegane Banco Intercontinentál, de derde bank van het land.

Onder de media die de regering nu beheerst, is de 113 jaar oude, vooraanstaande krant Listín Diario. De hoofdredacteur van Listín, Miguel Franjul, is direct ontslagen, evenals leidinggevenden bij andere media.

In totaal annexeerde de Dominicaanse regering zeventig radiostations (die in het land met veel analfabetisme een cruciale rol in de nieuwsvoorziening vervullen) en vier televisiezenders. De Inter-Amerikaanse Persassociatie, die de persvrijheid op het westelijk halfrond nauwlettend in de gaten houdt, heeft zich bezorgd uitgelaten over de gebeurtenissen in de Dominicaanse Republiek.

In het `Dominicaanse Enron-schandaal' gaat het om een verlies van 55 miljard Dominicaanse pesos (1,9 miljard euro) door nepdeals en fraude bij de Banco Intercontinentál – een bedrag ter grootte van 15 procent van het bbp van het land. Magnaat Báez vertelde de centrale bank dat hij vliegtuigen charterde en auto's kocht voor president Hipólito Mejía en oppositieleider Leonel Fernández, en verder een groot aantal regeringsfunctionarissen en leden van de rechterlijke macht maandelijkse uitkeringen betaalde. De centrale bank leidt nu de Banco Intercontinentál – de regering garandeert uitbetalingen.