Altijd de handen vol

Halverwege Godin van de jacht, de tweede roman van Heleen van Royen, wordt een curieuze mededeling gedaan: Oscar, de bezadigde echtgenoot van de hitsige hoofdpersoon Diana, wil graag weten wat haar vriendschap met een zekere Tim precies inhoudt. `Doe je het met hem?', vraagt hij. Maar daar wil Diana geen antwoord op geven. `Ik zweeg. Mijn sexleven is een privé-aangelegenheid, die niemand wat aangaat', denkt Van Royens heldin. Het is een mooi geval van onbedoelde humor. Als er iets is wat in Godin van de jacht breed wordt uitgemeten, tot vervelens toe zelfs, dan is het juist deze zogenaamde privé-aangelegenheid. Ons blijft geen detail bespaard over de stootkracht van Tim, het spuitvermogen van Joshua of de ochtenderectie van Oscar, die zo graag penetreert `in doggy style'. De heren worden met elkaar vergeleken: `Tim had ook best een lekkere pik. Eigenlijk was ie lekkerder dan die van Joshua. Hij was dikker. Toch vond ik Joshua geiler.' Ook Van Royen zelf wordt niet moe om in de media tekst en uitleg te geven over deze privé-aangelegenheid – aan interviewers die eigenlijk maar één ding willen weten: heeft zijzelf, net als haar Diana, ook twee buitenechtelijke minnaars, heeft zijzelf ook wel eens een abortus ondergaan, doet zij misschien zelf ook aan internetseks?

In haar debuutroman, Een gelukkige huisvrouw (2000), over een vrouw die leed aan een postnatale depressie, brak Van Royen een lans voor de pijnloze bevalling, dat is: de ziekenhuisbevalling met verdoving. Ook Godin van de jacht zou je een roman met een missie kunnen noemen. De boodschap is dat seks er helemaal bij hoort, altijd en overal, binnen en buiten het huwelijk en dat vooral ook voor vrouwen veel genot is weggelegd in diverse standen, heel anders dan wel is beweerd. Of, zoals Diana tijdens het klaarkomen boos uitroept: `fuck de Rutgersstichting, fuck de biologieleraar, fuck de wereld.' Zij doet het met een banaan, met vibrator Tarzan, maar het liefst `met een kerel'. Zij snapt niet waarom er over seks altijd zo moeilijk wordt gedaan. `Het leven draait om het rammen der pikken in natte kutjes', zo luidt haar levensmotto.

Toch gaat haar leven, in weerwil van dit simpele uitgangspunt, niet helemaal over rozen. Want Diana is wel van het open huwelijk en heeft met haar man `het monogamiepunt uitonderhandeld', maar spreekt en ziet haar minnaars toch het liefst in het geniep, om de spanning erin te houden. `Thuis had ik er een dagtaak aan', zo heet het nogal aanstellerig, `om de nummers van mijn minnaars na het bellen uit het systeem te verwijderen en ze te vervangen door de onschuldige cijfercombinaties van mijn moeder, schoonmoeder en andere familieleden.' Ook tobt Diana met de anticonceptie. Ze wil niet aan de pil, dus zeg maar gerust: fuck de pil, want onderzoek zou hebben uitgewezen dat die het libido aantast. En haar minnaars zijn ook problematisch, want die hebben een hekel aan condooms en gaan dan maar liever, bij wijze van tussenoplossing, voor het zingen de kerk uit. Zo vreemd is het dus niet dat Diana ongewenst zwanger raakt van een van haar drie mannen: Oscar, Tim of Joshua. Ze wil geen kind meer, want ze heeft al een jongenstweeling. Leuke `mannetjes' weliswaar, waar ze goed mee voor de dag kan komen, maar Diana heeft het er flink druk mee, want ze werkt ook nog halve dagen op kantoor. Bovendien was het eerste levensjaar van de tweeling `dermate traumatiserend', zoals ze het wat vaag uitdrukt, `dat ik het grotendeels heb verdrongen'.

Het is, laten we zeggen, een modern boek geworden, met een flinterdun en akelig leeghoofdig verhaal. De rode draad is de overtijdsbehandeling in een Amsterdamse kliniek waartoe Diana na veel vijven en zessen besluit. Ofwel, in haar eigen woorden: `Als het dan toch moest, ging ik voor de zuigcurettage. De stofzuiger erin, slurpen en klaar.' Van Royen probeert die abortus nog enigszins te vergroten tot het dramatische dieptepunt van de roman, tot een geestelijke en lichamelijke marteling voor haar heldin, maar tegen haar vlotte, geinige babbelstijl is weinig dramatiek bestand. Na de stofzuigerbeurt herneemt Diana zich bovendien razendsnel. Nog dezelfde dag wordt de liefdesjacht heropend en alles wijst er op, in het laatste hoofdstuk, dat haar leven weer even `top' zal worden als voor de abortus. Nu maar hopen dat deze nieuwe privé-aangelegenheden niet ook weer aan de grote klok gehangen gaan worden.

Heleen van Royen: Godin van de jacht. Vassallucci, 288 blz. €19,95