Afghaanse tussen burqa en pumps

Wie gelooft dat democratie waar dan ook ter wereld kan worden ingevoerd door militair ingrijpen, zal het niet met mijn film eens zijn, zegt de Iraanse Samira Makhmalbaf in Cannes over haar productie Panj é asr (`At Five in the Afternoon'). Ze nam de film vorig jaar op in een buitenwijk van Kabul, met Afghaanse niet-professionele acteurs.

De hoofdpersoon is een jonge vrouw van een jaar of twintig die tegen de wil van haar fundamentalistische vader stiekem naar school gaat. Ze verwisselt op de drempel van hun huis haar zwarte stappers voor witte schoenen met hoge hakken en doet de burqa dan af. Op school blijkt haar ambitie te zijn om president van de republiek te worden, net als Zenafir Bhutto in Pakistan. Ze vraagt vluchtelingen die ze tegenkomt en een Franse militair wie er nu president is in hun land, een man of een vrouw. En welk betoog ze hielden om gekozen te worden.

Samira Makhmalbaf (23) is nauwelijks ouder dan haar hoofdpersoon, en toch regisseerde ze al drie lange speelfilms, die alle voor het eerst in Cannes te zien waren. Je zou kunnen zeggen dat ze het uithangbord vormt voor het feministische gehalte van het huidige Iraanse regime, dat toch maar jonge vrouwen in staat stelt om fundamentalisme te bekritiseren.

Ook haar vader, Mohsen Makhmalbaf, maakte voor 11 september al een film, Kandahar, over het wrede lot van Afghaanse vrouwen. Alleen is het standpunt van Samira Makhmalbaf niet erg duidelijk. Zeker, ze laat zien dat democratie een moeizaam proces is, en dat een cultuur zonder tradities op het gebied van gelijkheid tussen de seksen en individuele burgerlijke vrijheden niet zomaar ineens vrijheid en democratie omarmt. Haar sympathie gaat uit naar de ambitieuze politica in spe, maar ook naar de man die zich vrijwillig naar de muur keert als een ongesluierde vrouw passeert.

In een curieuze scène, nadat een klasgenoot van de hoofdpersoon door een mijn is omgekomen, loopt ze stap voor stap op haar pumps door een lange galerij. Je denkt dat daar misschien ook een mijn ligt. Dan schopt ze de schoenen uit en hinkelt op blote voeten verder. Wat we hiervan moeten denken, is niet helemaal duidelijk. Misschien juicht de regisseuse het afwerpen van valse iconen van vrouwelijkheid toe en bepleit ze het recht op kinderlijkheid.

Het probleem van dit politiek-humanitaire essay, dat artistiek fraai is vormgegeven, is dat er toch ook een propagandistische bijsmaak aan zit. Je kunt niet helemaal bevroeden wat er in Samira omgaat, maar in de persmap eindigt ze haar betoog met de opvatting dat wij allen Talibaan zijn: Bin Laden, Bush, Samira Makhmalbaf, iedereen die een fanatieke regering verdedigt. Zou de film dan misschien bedoeld zijn als zelfkritiek?