Zwanenzang voor Man van Staal

Corus moest gisteren – opnieuw – voor het Britse parlement verschijnen. Kritische parlementariërs zetten vraagtekens bij de strategie van het Brits-Nederlandse staalbedrijf. `U lijkt Frank Sinatra wel'.

Sir Brian Moffat, president-commissaris van het Brits-Nederlandse staalbedrijf Corus, had zich zijn afscheid waarschijnlijk wel wat anders voorgesteld. Gisteren moest hij, na 35 jaar bij British Steel en twee weken voor zijn pensioen, de Britse vaste Kamercommissie voor handel en industrie uitleggen waarom Corus nog altijd zwaar verliesgevend is en er alweer een nieuwe saneringsronde nodig is, de zoveelste.

De commissie leek de directe aanleiding om een onderzoek in te stellen naar de toekomst van de Britse staalindustrie – het debacle rond de verkoop van de aluminiumactiviteiten, die door de commissarissen van Corus Nederland geblokkeerd werd – al bijna weer vergeten. De parlementariërs bleken vooral geïnteresseerd te zijn in de sanering die Corus twee weken geleden aankondigde en die 1.150 banen kost.

Twee jaar geleden moest Moffat zich ook al voor dezelfde commissie verantwoorden, toen Corus tot woede van de vakbonden en het Britse parlement op grote schaal fabrieken sloot en daarbij 8.000 banen schrapte. De commissieleden hadden gehoopt dat het ergste leed daarmee geleden was, maar nu vallen er dus opnieuw ontslagen. ,,De operatie van toen is dus kennelijk mislukt, want het gaat nog steeds niet goed met Corus en nu zit u hier alweer'', hield commissievoorzitter en Labour-Kamerlid Martin O'Neill Moffat voor. ,,U lijkt Frank Sinatra wel'', voegde zijn partijgenoot Lindsay Hoyle daaraan toe. ,,Die maakte ook steeds weer zijn comeback.'' Moffat kon Hoyle geruststellen. ,,Ik ga eind deze maand met pensioen en daarna kom ik niet meer terug.'' Over het uitblijven van betere resultaten als gevolg van de eerdere saneringen – Corus leed vorig jaar voor het vierde achtereenvolgende jaar verlies – kon hij kort zijn. ,,Bij het opstellen van dat plan twee jaar geleden gingen wij er nog van uit dat de economie zich zou herstellen, maar het is alleen maar erger geworden en de vraag naar staal is gedaald.'' Mislukt zou Moffat de sanering van 2001 niet willen noemen. ,,Als we die niet hadden doorgevoerd, had Corus waarschijnlijk niet meer bestaan.''

Vorige maand kondigde Corus aan de komende twee tot drie jaar een aantal kleine staalfabrieken te sluiten en de staalproductie te concentreren op de drie grootste filialen van Corus in het Verenigd Koninkrijk: Port Talbot (Wales), Sheffield en Teesside. Analisten hielden er tot dan rekening mee dat Corus één van die drie locaties volledig zou gaan sluiten, om daarmee structureel overcapaciteit en verliesgevende afzet uit de markt te nemen. Het meest daarvoor in aanmerking kwam Teesside, omdat daar in plakken gegoten ruwstaal gemaakt wordt dat tegen hoge kosten per trein van Noord-Engeland naar Wales wordt vervoerd om daar te worden uitgewalst tot platte staal. Deze inefficiënte werkwijze is één van de belangrijkste verliesposten. Corus besloot daarom dat Teesside zijn staalplakken niet langer intern mag afzetten, maar dat voortaan op de wereldmarkt moet doen.

Het is de vraag of Teesside op de door structurele overcapaciteit geplaagde wereldstaalmarkt kan concurreren met goedkoop staal uit bijvoorbeeld Rusland en Brazilië. ,,Gelooft u werkelijk dat er op die markt ruimte is voor de staalplakken uit Teesside?'', vroeg Labour-commissielid Ashok Kumar zich af. Corus-bestuurder Stuart Pettifor, die eveneens aanwezig was, denkt van wel. ,,De markt voor staalplakken groeit nog steeds en door zijn gunstige ligging aan zee kan Teesside die markt tegen lage kosten betreden.''

Moffat erkende wel dat dit een ultieme poging is om Teesside te redden. ,,We willen voorkomen dat Teesside dicht moet en er nog eens 2.200 man op straat komt te staan.'' Teesside hoeft volgens Moffat niet eens winst te maken, zolang de kasstroom maar positief is. Corus bekijkt nog of er voor Teesside een ander staalbedrijf als strategische partner te vinden valt. ,,Als dat kan helpen om Teesside competitiever te maken, zullen we dat zeker doen.''

Labour-Kamerlid Linda Perham wilde weten of er nog wel toekomst is voor de Britse staalindustrie. Met 25.000 werknemers is Corus nu nog één van de belangrijkste industriële werkgevers in het Verenigd Koninkrijk, maar voor hoe lang nog? ,,Het wordt steeds moeilijker'', erkende Pettifor. ,,Steeds meer afnemers verplaatsen hun productie naar Oost-Europese landen en China, waardoor de binnenlandse vraag naar staal steeds kleiner wordt.'' Produceren voor de export is lastig voor Corus, wegens de hoge koers van het Britse pond. ,,Al beweegt die koers nu wel in de goede richting.''

Aan een brede visie op de toekomst van de staalindustrie waagde de scheidende president-commissaris – en sinds het vertrek van Tony Pedder, na het aluminiumdebacle, ook bestuursvoorzitter – Moffat zich niet. Dat laat hij graag over aan de 1 mei aangetreden Philippe Varin, afkomstig van de Franse aluminiumproducent Pechiney. Die was gisteren wel aanwezig, maar mengde zich niet in de discussie. Gevraagd naar zijn kijk op het lot van Corus, antwoordde hij commissievoorzitter O'Neill: ,,Ik heb in tien dagen helaas nog geen duidelijke toekomstvisie ontwikkeld.''