Wereldbelastingstelsel

In de rede, welke Alexander Rinnooy Kan uitsprak bij de vijf mei-herdenking `Vrijheid is niet te koop' (NRC Handelsblad, 5 mei), verwelkomt hij de grenzeloze wereldmarkt als `een geweldige kans' om de arme landen een serieuze kans te gunnen om op eigen kracht tot welvaart te geraken. Hij geeft toe dat zo'n versnelde economische groei vergroting van de ongelijkheid met zich mee kan brengen. ,,Er is nu eenmaal geen wereldbelastingstelsel dat zou kunnen zorgdragen voor een eerlijke wereldwijde inkomensverdeling.''

Rinnooy Kan lijkt niet in een wereldbelastingstelsel te geloven. Voor hem is er als substituut `verstandige ontwikkelingshulp', bijvoorbeeld schuldsanering op voorwaarde van `goed bestuur', of humanitaire hulp (`burenhulp'). Dat er `onverstandige ontwikkelingshulp' bestaat is niet voldoende om de gedachte van een wereldbelastingstelsel ter zijde te schuiven. Het was in ons land vooral Jan Tinbergen, die tot het einde van zijn leven bleef hameren op het belang van een wereldbelastingstelsel (naast vrijhandel), niet alleen om de primaire inkomensverdeling tussen landen te corrigeren, maar ook om essentiële publieke taken op mondiaal niveau te kunnen uitvoeren.

Willen we echt `freedom from want'? Een `leefbare aarde' voor 9 miljard mensen in het jaar 2150? Dan moeten kolossale inspanningen worden gefinancierd, op milieugebied, (drink)watervoorziening, energie, infrastructuur, bodemvruchtbaarheid, veiligheid, sociale zekerheid. Dat vergt goed nationaal bestuur, zeker, maar ook aanvullend goed bestuur op hoger regionaal, mondiaal niveau, en wel met eigen inkomsten. De Europese gemeenschap, met zoveel instemming door Rinnooy Kan genoemd, demonstreert dat. Wereldbestuur zonder een vorm van wereldbelasting is speelbal van machten en belangen. Jammer dat Rinnooy Kan's fundamenteel betoog over economische vrijheid terughoudend blijft over dit langetermijnaspect van mondiale verantwoordelijkheid.