Oceanen worden compleet leeggevist

Van de oorspronkelijke aantallen van de grote roofvissen als merlijn, tonijn en zwaardvis rest nog slechts tien procent in de oceanen van de wereld. Datzelfde geldt voor bodemvissen als kabeljauw, heilbot, rog en platvis. Vijftig jaar industriële visserij heeft de vispopulaties wereldwijd aanzienlijk uitgedund.

Die dramatische cijfers zijn afkomstig uit een grootschalige inventarisatie van visserijgegevens die de Canadese bioloog Ransom Myers van de Dalhousie University en zijn Duitse collega Boris Worm in tien jaar tijd verzamelden. De resultaten van het onderzoek verschijnen vandaag in het Britse wetenschappelijke tijdschrift Nature.

Het onderzoek toont voor het eerst aan dat het leegvissen van zeeën niet alleen een lokaal probleem vormt, maar ook op wereldschaal aantoonbaar is. Van de tropen tot aan de polen is de achteruitgang zichtbaar. Nergens zijn de visbestanden meer veilig voor trailers die met behulp van moderne opsporingsmiddelen en geavanceerde vangstmethodes de laatste vis naar boven halen.

In hun onderzoek reconstrueerden Myers en Worm de biomassa en samenstelling van vispopulaties vanaf het moment dat de grootschalige visserij in de jaren vijftig zijn intrede deed tot aan heden. Ze gebruikten de gegevens van vier continentale gebieden en negen oceaansystemen. Daarbij kregen ze ook toegang tot gegevens van de Japanse lijnvisserij. Het vissen met kilometers lange lijnen met duizenden haken is de meest gebruikte vismethode op de open oceaan. De Japanse visvloot maakt veel gebruik van de lijnvisserij. Maar waar men vroeger tien vissen per honderd haken ving, mogen de vissers nu blij zijn als er één aanzit.

De grote roofvissen zijn niet alleen in aantal flink gekelderd, maar ook hun omvang is sterk afgenomen. Door de intensieve visserij bereiken de vissen nooit meer het formaat dat zij vroeger hadden. Veel vissen worden al gevangen nog voordat zij zich hebben voortgeplant.

Volgens Myers is het één minuut voor twaalf. De vissterfte moet met minimaal de helft worden teruggebracht om verdere achteruitgang van de visstand te voorkomen. ,,Als we op die manier de vispopulaties de gelegenheid geven zich te herstellen, dan zouden we evenveel vis uit de oceanen kunnen opvissen met eenderde tot eentiende van de inspanning. Dat zal in het begin lastig zijn voor vissers, maar ze zullen er op de lange termijn van profiteren'', aldus Myers.