Kunstwethouders willen zakelijkheid

In Rotterdam debateerden gisteravond cultuurwethouders Stefan Hulman (VVD) van Rotterdam en Hannah Belliot (PvdA) van Amsterdam. Schrijver Marcel Möring had de leiding. Volgens de wethouders moet de kunstsector zich bedrijfsmatig organiseren.

,,Hebt u soms een geheim sociaal-democratisch verleden?'' onderbrak schrijver en Rotterdammer Marcel Möring gisteravond zijn wethouder van cultuur, Stefan Hulman. Hulman (VVD) was bezig op de hem kenmerkende, korzelige toon uit te leggen dat kunst en cultuur moesten worden ingezet bij het oplossen van grote stads-problemen als integratie en veiligheid, dat de cultuur ,,de wijken in'' moest, en de wijken de theaters in. ,,Dat was in de jaren zestig en zeventig een van de stokpaardjes van de PvdA'', zei Möring. ,,Het verheffen van het volk door middel van cultuur.'' De zaal gniffelde, maar Hulman vertrok geen spier. ,,Ik was daar niet bij'', zei hij. ,,Maar ik vind het wel een goed idee.''

De dialoog was tekenend voor de sfeer gisteravond, tijdens een door de Rotterdamse Kunststichting georganiseerd debat met Hulman en zijn Amsterdamse collega, Hannah Belliot (PvdA). Beide wethouders zijn nu een jaar in functie, en lieten tot nog toe vooral via voor de kunstsector onheilspellende publicaties van zich horen.

Hulman wil een drastische versimpeling van het subsidiestelsel in zijn stad, en ziet theaters en musea het liefst verzelfstandigen; Belliot pleit voor meer zakelijke initiatieven en de algehele `volwassenwording' van de Amsterdamse kunstsector.

Belliot gelooft niet in het oude ideaal van de volksverheffing, bleek gisteravond. Dat vindt ze achterhaald. Cultuur is een middenklasse-verschijnsel, en wie er op school al vertrouwd mee raakt, komt tenslotte ook in het theater. Goede straatcultuur ,,borrelt vanzelf naar boven'', als het publiek het wil zien.

Kunnen de subsidies dan helemaal op de schop en moet elke kunstenaar een `ondernemer' worden, zoals voormalig staatssecretaris Rick van der Ploeg placht te zeggen? ,,Er zal altijd geld van de overheid bij moeten'', zei Hulman. ,,Maar speciale bescherming, dat hoeft niet.'' Hij en Belliot zijn allebei voorstander van samenwerking met het bedrijfsleven. Als voorbeeld noemde Hulman de sponsordeal die het Wereldmuseum begin dit jaar sloot met twee touroperators, terwijl Belliot de plannen van Joop van den Ende voor een theater op het Leidseplein nog eens verdedigde.

,,U spreekt uzelf tegen'', wreef Möring beide wethouders vervolgens aan. ,,U wilt dat de kunst zoveel mogelijk mensen bereikt en u zet het in als politiek instrument, en tegelijkertijd zegt u dat de sector `zijn eigen broek moet ophouden' door zich bedrijfsmatig te organiseren.'' Het kan allebei, aldus de wethouders. Belliot: ,,Het initiatief moet bij de instellingen komen te liggen, de overheid is er voor steun op de achtergrond.'' Iemand als Van Gogh was anno nu nooit zo armoedig en ellendig gestorven.

Maar wat als een instelling geen concessies aan het grote publiek wil doen? Als een groep boven alles zichzelf wil blijven? Hulman: ,,Dat is bijzondere kunst. Daar hebben we een broedplaatsenbeleid voor.'' Belliot: ,,In het Rembrandthuis in Amsterdam komen te weinig mensen, het is een verliespost. Maar ik steun het tòch. Het heeft grote culturele waarde.'' En nieuwe kunst? Moet die zich, om kans op overheidssteun te maken, vanaf het begin op bezoekersaantallen en hekenbaarheid richten? ,,U wilt niet erkennen dat álle kunst zoekende is'', zei een bezorgde vrouw uit het publiek, die werkt bij toneelgezelschap 't Barre Land. ,,Als je herkenbaarheid tot criterium verheft, botst dat met het wezen van de kunst.'' Hulman stelde haar niet gerust. ,,In de toekomst zal er onherroepelijk meer op de vraag gelet worden'', zei hij. ,,In dit economische tij moet iedereen zich verantwoorden voor z'n budget.''