`Ik heb niks tegen conducteurs. Maar ze moeten niet meteen naar mijn kaartje vragen.' Vito uit Lutjebroek

Ook ik heb wel eens in een geterroriseerde trein gezeten! Et in Arcadia ego! Jawel! Laat ik, voor ik van trots en ijdelheid uiteenspat, vertellen waar het gebeurde. Het gebeurde op de lijn Dordrecht-Rotterdam. Een dozijn grote, dreigende jongens, Algerijnen leken het wel, draafde door de gangpaden op en neer, griste tassen weg, hield coupédeuren gesloten en gooide laptops het raam uit, echt het betere werk, gecoördineerd via het mobieltje en met open mond gadegeslagen door het gezag. In onze coupé – mijn coupé wou ik bijna zeggen – zaten oudjes bevend met de tas op schoot geklemd, anderen keken strak voor zich uit, met lijkwitte wangen, een mager heertje moest hevig hijgen vanwege een dreigende hartaanval terwijl hij tegelijk het hijgen probeerde te onderdrukken uit angst aandacht te trekken, terwijl al die tijd een Algerijnenkop door de ruit van de coupédeur naar binnen loerde met de grijns van de zich verkneukelende kampbeul. Trek maar voort, ossenwagen, trek maar voort. Holland op klaarlichte dag.

Dichter bij de nachtmerrie van veewagen en prikkeldraad ben ik nooit gekomen. Ik ben dan ook van na de oorlog.

Intussen zaten ze in Den Haag gezellig te formeren. Sigaartje, compromisje, jokkerijtje.

Maar dat `treintje pesten' op de lijn Hoorn-Enkhuizen? Ach, kijk nog eens goed naar de foto van die jongens. Melkmuiltjes van veertien, vijftien. ,,In dit gehucht is verder geen ruk te doen'', verklaart elektrotechnicus in opleiding Vito, net als de andere bengels afkomstig uit Lutjebroek. Wie uit Lutjebroek komt is bij voorbaat alles vergeven. Omdat daar niets te doen valt gaan ze zuipen, zwartrijden, aan de noodrem trekken, treinmeubilair vernielen, ruitjes indrukken, zich toegang verschaffen tot de machinistencabines met tijdens handenarbeid op school gemaakte lopers (`meester, ik maak een extra sleutel voor mijn moeder') en zelfs wagons in brand steken.

`Treinterroristen' noemen ze zich stoer.

't Loopt wat uit de hand, het is waar. 't Loopt met jongens altijd uit de hand als er geen bromsnorren, wethouders, chefs, conducteurs of regeerders in de buurt zijn. Die hebben we in Nederland niet. Of liever, we hebben ze wel, in overvloed zelfs, maar ze werken niet. Ze vergaderen en formeren. Ze blazen wolken uit en bedonderen elkaar. Ze lullen en lullen tot ze het land hebben stukgeluld.

Enkhuizen werd Enky en Spijkenisse Spike City. Ziedaar het succes van de Hollandse politiek.

Lutjebroekse knulletjes spiegelen zich aan de heertjes in de beide kamers en in de regering. Ook op het Binnenhof zijn ze verzot op `klooien en matten', zoals dat in Enky heet. Op mollen en afbreken. `We hebben niks tegen kiezers. Maar ze moeten niet meteen iets van ons willen.'

Wie Den Haag zaait zal Lutjebroek oogsten.

Een ballenbak op het Binnenhof, een ballenbak op het perron, en we zijn van het gedonder af.