Hoofdrol statistiek in proces

Hoe betrouwbaar is statistisch bewijs? ,,Als een ooggetuige iets verklaart, weet je ook nooit helemaal zeker of het klopt.''

Het is gewoon toeval, zei Bianca K. vanmorgen tot het gerechtshof in Amsterdam. Vandaag is daar de behandeling van het hoger beroep begonnen tegen de kinderleidster die wordt verdacht van twaalf pogingen om zes baby's te laten stikken. In 2001 werd ze vrijgesproken bij gebrek aan bewijs. Het openbaar ministerie (OM) zal voor het hof opnieuw een statisticus oproepen om te getuigen dat het nauwelijks toeval kan zijn geweest dat K. bij alle incidenten met de baby's was betrokken.

In maart dit jaar werd de Haagse verpleegkundige Lucia de B. tot levenslang veroordeeld voor de moord op vier patiënten en drie pogingen tot moord. Zij werd verdacht van dertien moorden en vijf pogingen. Ook in haar zaak trad een statisticus op als getuige-deskundige. Hij berekende dat de kans dat zij bij toeval betrokken was bij alle incidenten tijdens haar diensten, één op de 342 miljoen was. De B. is in hoger beroep gegaan.

Het is voor het eerst dat in Nederlandse rechtszaken dit soort statistisch bewijs een prominente rol speelt. Volgens de advocaat van Bianca K., M. de Klerk, is het OM wellicht op het idee gebracht door de opmars van DNA-bewijs, dat ook is gebaseerd op kansberekening. Hij spreekt van ,,een noodgreep ingeval er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is''. Maar volgens statisticus H. Elffers van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving is kansberekening waardevol. ,,Als een ooggetuige iets verklaart, weet je ook nooit helemaal zeker of het klopt.''

Het OM heeft statisticus Elffers zowel voor Bianca K. als Lucia de B. geraadpleegd. Omdat beide zaken nog onder de rechter zijn, legt Elffers zijn werkwijze uit met een fictief voorbeeld. ,,In een fabriek valt steeds de stroom uit als een bepaalde onderhoudsmonteur dienst heeft en de directeur wil weten of dat toeval is. Eerst bereken je dan hoeveel procent van de diensten de monteur heeft gedraaid. Als dat 23 procent is, verwacht je dat hij ook ongeveer 23 procent van de incidenten heeft meegemaakt. Was hij er veel vaker bij, dan lijkt er meer aan de hand te zijn. Je kunt dan uitrekenen hoe groot de kans is dat hij al die incidenten louter bij toeval heeft meegemaakt.'' Die kans wordt dan vergeleken met soortgelijke kansberekeningen voor de collega's van de verdachte.

Om de aanwezigheid van Lucia de B. en Bianca K. bij verdachte voorvallen te verifiëren, raadpleegde Elffers dienstroosters en lijsten met geregistreerde incidenten, ook incidenten die collega's meemaakten. ,,Of de registratie altijd nauwkeurig is gebeurd, is soms moeilijk na te gaan. Het kan natuurlijk zijn dat iemand de pik op je heeft. Dan wordt een incident waar jij bij aanwezig bent misschien eerder vastgelegd.''

De rechters van Bianca K. en Lucia de B. zeiden in hun vonnissen dat een statistische samenhang niet hoeft te betekenen dat de verdachte de incidenten heeft veroorzaakt. De rechter die Lucia de B. veroordeelde, zei dat statistische berekeningen wel een bijdrage tot de bewijsvoering kunnen vormen maar dat aanvullend bewijs noodzakelijk is, zoals toxicologische sporen. [Vervolg STATISTICI: pagina 7]

STATISTICI

'Juristen reageren vaak heel krampachtig op cijfers'

[Vervolg van pagina 1] Ook moet onomstotelijk vaststaan dat er geen alternatieve verklaring is voor het statistische verband tussen verdachte en incident.

In het geval van Bianca K. is zo'n verklaring er wel, vindt haar advocaat Michel de Klerk. In deze zaak vertoonde een aantal baby's verstikkingsverschijnselen kort nadat zij door Bianca K. waren verzorgd, zo bleek uit verslagen van het kinderdagverblijf. Een vertrouwensarts, die voor justitie de medische dossiers van de kinderen onderzocht, concludeerde dat steeds sprake was van een zogeheten Apparent Life Threatening Event (ALTE), waarbij een duidelijke oorzaak en sporen van geweld ontbreken. Maar wie zegt, aldus De Klerk, dat K. deze incidenten op waarde heeft geschat? ,,Het kan ook zijn dat ze uit onervarenheid heel snel alarm heeft geslagen.'' Volgens hem is er meer onderzoek nodig naar de ALTE's. ,,Je zou eigenlijk van alle kinderen in de crèche moeten weten of ze thuis of in de crèche weleens een ALTE hebben gehad.'' Pas dan kun je zeggen, meent hij, hoe bijzonder het was dat ze optraden in de aanwezigheid van K.

Koos Zwinderman, hoogleraar biostatistiek in het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam, bevestigt dat zulk onderzoek ontbreekt. ,,Je kunt daar alleen aannames over maken.'' Zwinderman berekende op verzoek van de rechter-commissaris in het hoger beroep van Bianca K. hoe groot de kans was dat al die ALTE's haar overkwamen. ,,Mijn conclusie: Zelfs bij heel liberale aannames over incidentie van ALTE is het onwaarschijnlijk dat het zich in deze periode twaalf keer heeft voorgedaan.'' In tegenstelling tot Elffers noemt Zwinderman geen getal. ,,Dat vind ik te ver gaan. Daar hangt een aureool van exactheid aan dat onterecht is.''

Zwinderman vindt statistiek in de rechtszaal zinvol, maar waarschuwt dat het zeer zorgvuldig moet worden toegepast. ,,Als statistici moeten wij zonodig zeggen: dáár kunnen we geen antwoord op geven. Dat zie je weleens mis gaan.'' Zoals bij Sally Clark, een Britse advocate die eind 1999 door een jury tot tweemaal levenslang werd veroordeeld voor het doden van haar twee eerste baby's. Beiden overleden plotseling toen ze een paar weken oud waren. Een hoogleraar getuigde dat de kans dat wiegendood zich tweemaal voordoet in één gezin 1 op de 73 miljoen bedroeg. De Royal Statistical Society keurde deze berekening later af. De hoogleraar had niet laten meewegen dat genetische of omgevingsfactoren de kans op wiegendood binnen een gezin kunnen vergroten. Begin dit jaar werd Clark vrijgesproken door het Court of Appeal.

Niet alleen lekenjury's, ook professionele rechters kunnen moeite hebben met de duiding van statistisch bewijs. ,,Juristen reageren vaak heel krampachtig op cijfers, zo van: sorry, ik ben niet goed in wiskunde'', zegt statisticus Marjan Sjerps van het Nederlands Forensisch Instituut, die samen met anderen werkt aan een boek over statistiek voor strafrechtjuristen. ,,Terwijl ze zelf eigenlijk ook een soort kansberekeningen maken, door telkens de waarschijnlijkheid van bewijs af te wegen.'' In de zaak-Lucia de B. riepen de rechters Richard de Mulder te hulp, hoogleraar recht en informatica in Rotterdam. ,,Ik moest hun het rapport van Elffers nog een keer uitleggen.'' De Mulder keurde de berekeningen goed en de rechtbank nam zijn conclusie over.