Het VMBO kiest zelf de examennorm

Vandaag zijn 190.000 scholieren begonnen aan het landelijke eindexamen. Voor het vmbo is dat examen niet alleen nieuw, maar ook omstreden.

Het grootste probleem van het vmbo? Locatiedirecteur C. van Breukelen van het Arentheem College in Arnhem hoeft er niet lang over na te denken. ,,Negatieve stukken in de pers. Vooral de koppen boven artikelen zijn vaak vernietigend, en die blijven hangen.''

Het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, bezocht door 60 procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs, kampt met een imagoprobleem. Het vmbo ontstond in 1999 als fusie tussen de mavo en vbo-opleidingen als lts en huishoudschool. Door de koppeling met de mavo zou het beroepsonderwijs worden `opgewaardeerd', was de politieke motivatie. Afzonderlijke – `categorale' – mavo's zijn er echter nog steeds. Ze zijn populair bij ouders die huiverig zijn voor de slechte naam van het vmbo.

Net als havo- en vwo-leerlingen volgen alle vmbo-leerlingen eerst twee jaar basisvorming. Vooral op het vmbo is dat omstreden, omdat de meeste leerlingen meer behoefte hebben aan het leren van praktische vaardigheden dan theoretische kennis. Na de basisvorming kiezen ze voor de volgende twee jaar voor een van de vier sectoren landbouw, zorg en welzijn, techniek of economie en een van de vier `leerwegen'. Die variëren van theoretisch tot zeer praktisch. Met de eerste kan een leerling door naar de havo, met de andere drie leerwegen naar het middelbaar beroepsonderwijs.

Veel recente publiciteit rond het vmbo betreft de examens. Van de 190.000 leerlingen die dit jaar examen doen, zitten er 110.000 op het vmbo. Met ingang van dit jaar doen vmbo-leerlingen, net als havo- en vwo-leerlingen, naast hun schoolexamen ook een centraal landelijk examen. Voorheen kende mavo/vbo de `niveaudifferentiatie': leerlingen konden examen doen op a-, b-, c- of d-niveau. Nu komt er een landelijke norm, zodat het niveau van scholen en leerlingen kan worden vergeleken. De examens voor praktijkvakken worden morgen afgesloten, maandag begint het centraal examen voor de `gewone' vakken.

Het wordt een slagveld, voorspelden schooldirecteuren vorig jaar. De landelijke norm zou veel hoger liggen dan de schoolnormen. Veel leerlingen zullen zakken en gedemotiveerd de school verlaten, zo vreesden ze. Inmiddels zijn ze niet meer zo bang voor het centraal examen, dankzij het Nederlandse gedoogbeleid. Het ministerie van Onderwijs hanteert voor het eerste jaar een overgangsregeling, waarbij scholen zelf mogen kiezen of ze de examens beoordelen naar hun eigen of naar de landelijke normen. Die landelijke norm wordt bepaald door de Centrale Examencommissie Vaststelling Opgaven. Het is de bedoeling, zo antwoordde minister van der Hoeven eind februari op een Kamervraag, dat de school eerst de eigen normering toepast en vervolgens kijkt hoe die zich verhoudt tot de CEVO-norm. ,,Vervolgens kan, indien de door de school gestelde norm een positievere uitslag voor de kandidaten laat zien, door de school worden beslist deze eigen normering toe te passen.''

,,Geen enkele school zal 50 procent van zijn leerlingen laten zakken'', zegt Van Breukelen. In Arnhem is niet op voorhand gekozen welke norm wordt toegepast. ,,We accepteren dezelfde aantallen gezakte leerlingen als voorheen. Als de CEVO-norm leidt tot hogere aantallen, zullen we dat corrigeren door onze eigen normen toe te passen.'' J. Hawinkels is directievoorzitter van het DaCapo College in Sittard, Geleen en Born. Hij zegt uit te zullen gaan van de CEVO-norm. ,,Maar we houden redelijkheid voor de leerlingen in het oog, en doorstroming naar het mbo is ons doel. Wellicht leggen we de lat wat lager om dat doel te bereiken.'' Hawinkels verwacht dat niet minder dan 92 procent van de 2.650 leerlingen zal slagen.

Als de vmbo-examens voor de cognitieve vakken van hetzelfde niveau zijn als die voor de praktijkvakken, hebben de scholen sowieso weinig te vrezen. ,,Bij de praktijkvakken was het niveau schandalig, een diskwalificatie voor leerling en docent'', vindt conrector C. Geertzen van het Prisma van Cooth in Breda. ,,Bij de bakkersopleiding moesten ze een sollicitatiebrief schrijven en een taartdoos plakken en knippen. Met zulke lage kwalificaties maak je de opleiding belachelijk.'' Voor de zorg-leerlingen in Arnhem was het bereiden van een spaghettimaaltijd evenmin een grote uitdaging.

De vrijheid van scholen om de eigen beoordeling te laten prevaleren boven de landelijke norm, is een flinke relativering van het vmbo-diploma. De discussie gaat nog verder: schoolleiders vragen zich af of een vmbo-diploma überhaupt wenselijk is. Leerlingen worden geacht door te stromen naar het mbo, dus waarom zou je door middel van een diploma suggereren dat de opleiding voltooid is?Hawinkels: ,,De kwaliteit van het vmbo wordt alleen bewezen in het mbo, een meting aan het eind van de mbo-opleiding zegt meer dan eentje halverwege de rit.''

Geertzen vindt het vmbo-examen niet echt nodig: ,,De politiek is bang voor gesjoemel, en daarom willen ze een landelijk toetsinstrument. Maar ook zonder dat is de kwaliteit heus wel gewaarborgd.'' Van Breukelen vraagt zich af of ,,dat vreselijke circus'' dat nu wordt opgezet om de vmbo-scholen landelijk te kunnen vergelijken, wel zinvol is.

De drie directeuren voelen meer voor het portfolio-systeem, waarbij de capaciteiten van leerlingen de laatste twee jaar aan de hand van opdrachten en stages in kaart worden gebracht. Als het landelijke examen zinvol is, vindt Van Breukelen, dan is dat niet vanwege de vergelijkbaarheid. ,,Het belangrijkste is dat het de leerlingen motiveert. Het is natuurlijk toch leuk, zo'n papiertje na vier jaar.''

Tikte de surveillant constant met zijn pen tegen de tafel? Speelde dat draaiorgel uitgerekend voor jouw aula? Mail je eindexamenervaringen naar www.nrc.nl/scholieren. Sommige inzendingen zullen in de krant terechtkomen. De origineelste krijgt twee kaartjes voor het Lowlands festival.