Grondwet en Basken

HET SPAANSE Constitutionele Hof besloot vorige week dat 225 radicale nationalistische kandidaten zich niet verkiesbaar mogen stellen voor de gemeenteraadsverkiezingen die later deze maand in Spanje worden gehouden. Dit vormt het sluitstuk van de acties tegen Batasuna, de Baskisch-nationalistische partij die door justitie als een politiek verlengstuk van de terreurbeweging ETA wordt beschouwd. Batasuna werd vorig jaar verboden; de raadsleden stonden eerder op de lijst van deze partij en mogen zich volgens de Spaanse wet niet onder een nieuwe naam verkiesbaar stellen. De oud-Batasunaleden die inmiddels publiekelijk afstand hebben genomen van het ETA-geweld, mogen dat wel.

Tegen het besluit wordt luid geprotesteerd in Baskisch-nationalistische kring. De maatregel zou ondemocratisch zijn, een substantieel deel van de bevolking zijn rechten ontnemen en bovendien het geweld van de ETA in de kaart spelen. Dat het Hof na een spoedvergadering midden in de nacht zijn besluit kenbaar maakte, verdient geen schoonheidsprijs in zo'n fundamentele kwestie en vormt wellicht een punt van formeel bezwaar. Maar antidemocratisch valt de beslissing niet te noemen. Een politieke partij die systematisch oproept tot haat tegen andersdenkenden, moordaanslagen op niet-nationalistische politici goedpraat en banden met een terreurbeweging onderhoudt, heeft geen plaats in een democratie. De Basken die nationalistisch willen stemmen, kunnen dat doen op een reeks aan nationalistische partijen en politici die weigeren het terreurgeweld goed te praten. Hier wordt geen politieke gedachte geblokkeerd, maar een gewelddadige houding die anderen het recht ontzegt om er een eigen mening op na te houden.

ZAL HET GEWELD van de ETA verder toenemen? Daarvan is niets gebleken. Integendeel: nadat Batasuna vorig jaar verboden werd, bleef het opmerkelijk rustig in Baskenland. De aanslagen lijken af te nemen, het straatgeweld is teruggedrongen, van een volksopstand was geen sprake. De aanpak van het financiële en organisatorische netwerk rond de terreurbeweging lijkt zijn vruchten af te werpen. Niet-nationalistische politici kunnen iets vrijer ademhalen nu de ETA de schijn van politieke legitimiteit heeft verloren.

Dat betekent geenszins dat nu in Baskenland sprake is van een genormaliseerde democratie. Nog steeds moeten niet-nationalistische politici, journalisten, intellectuelen en kunstenaars beschermd worden door een leger van duizenden lijfwachten. De ,,gematigde'' nationalistische PNV, die al meer dan twintig jaar de scepter zwaait in de regio, steekt geen vinger uit om hen te helpen. De PNV weigert Batasuna in het regioparlement te ontbinden en zet de regering in Madrid op één lijn met de ETA. Premier Aznar draagt niet bij aan het kalmeren van de gemoederen door klachten over politieoptreden in Baskenland weinig serieus te nemen. Maar de essentiële voorwaarde voor een normalisering van de democratie en het op gang komen van een dialoog in Baskenland is het stoppen van het geweld. Het besluit van het Constitutionele Hof levert hier een bijdrage aan.