Genetische modificatie

DE ROZE KATOENMOT is resistent voor chemische bestrijdingsmiddelen. Door middel van genetische modificatie is er een katoenzaad ontwikkeld dat een natuurlijk stofje produceert dat giftig is voor de katoenmot. Bij gebruik van dit zaad hoeven boeren hun katoenplanten minder te bespuiten en dit scheelt tijd en geld. Het is een voorbeeld van de manier waarop genetische modificatie de ziekteresistentie van planten kan vergroten en het gebruik van bestrijdingsmiddelen beperken.

Bij genetische modificatie (gm) wordt een blijvende verandering aangebracht in de code van het DNA, de drager van de erfelijke eigenschappen. Voor een aantal gewassen en in een aantal landen zijn gm-zaden sterk in opkomst. In de Verenigde Staten is driekwart van de oogst van sojabonen, zeventig procent van katoen en een derde van maïs afkomstig van gm-gewassen. Canada, Argentinië en China zijn groeiende gebruikers van gm-zaden en de verwachting is dat grote ontwikkelingslanden zoals Brazilië en India binnen afzienbare tijd gm-zaden zullen toelaten. De VN-organisatie voor ontwikkeling, UNDP, heeft twee jaar geleden al vastgesteld dat genetisch gemodificeerde zaden een bijdrage kunnen leveren om oogstopbrengsten te vergroten en de klimaatsbestendigheid van planten te verbeteren. Dit zou tot een tweede `groene' revolutie kunnen leiden.

In de Europese Unie is het verzet tegen gm-gewassen groot. Actiegroepen voeren felle campagnes tegen `Frankenstein-voedsel' en consumenten zijn huiverig. Voedingsmiddelenproducenten houden vrijwillig producten waarin plantaardige oliën van gm-gewassen zijn verwerkt uit de schappen. Een beperkt aantal gm-zaden is in de EU toegelaten, maar sinds oktober 1998 is er in feite sprake van een moratorium op nieuwe gm-gewassen. De Europese Commissie hoopt het moratorium later dit jaar te kunnen opheffen, maar hiertegen is veel verzet in het Europees Parlement en bij de lidstaten. Met name Duitsland en Frankrijk liggen dwars. In het geval van Frankrijk heeft dat alles te maken met bescherming van de Franse grootschalige landbouw – maïs, zonnebloemen, koolzaad – tegen de import van goedkoper geproduceerde gm-gewassen.

DE VERENIGDE STATEN ergeren zich al jaren aan de Europese weigering om nieuwe gm-landbouwproducten toe te laten en deze week was het zover. Amerika brengt met steun van twaalf andere landen, producenten van gm-gewassen, een klacht tegen de EU in bij de Wereld Handelsorganisatie WTO. De Amerikaanse landbouwexport en de Amerikaanse producenten van landbouwzaden voelen zich benadeeld door de afwijzende Europese opstelling. Daar is wel reden voor: vorig jaar wilden de VS genetisch gemodificeerd voedsel verschepen naar landen in zuidelijk Afrika waar hongersnood heerste, maar onder druk van de EU weigerden deze landen de voedselhulp.

Niettemin is het ongelukkig dat de klacht bij de WTO aanhangig is gemaakt. Bij de WTO loopt ook al een Europese klacht tegen de VS – over oneerlijke belastingconcurrentie voor Amerikaanse bedrijven – en zo dreigt een escalatie van handelsgeschillen tussen de VS en de EU. Met een kwakkelende wereldeconomie en een stagnerende start van een nieuwe internationale handelsronde is dat onwelkom. De Verenigde Staten moeten hun klacht niet opspelen en de Europese Unie moet het moratorium op nieuwe gm-gewassen zo snel mogelijk herzien.