Duur biertje

Waarom voelen brouwers zich verplicht om te veel te betalen bij overnames? De overname door SABMiller voor 563 miljoen euro van Peroni, na Heineken de grootste bierbrouwer van Italië met een marktaandeel van 25 procent, is slechts de laatste van een reeks prijzige overeenkomsten. SABMiller betaalt bijna dertienmaal de winst vóór rente, belastingen en afschrijvingen (ebitda), méér dan wat Heineken vorige week voor het Oostenrijkse BBAG neertelde en méér dan wat Scottish & Newcastle zal uitgeven aan het Portugese Central de Cervejas.

De Zuid-Afrikaanse brouwer weet heel goed dat de prijs hoog is, ook al heeft Interbrew naar verluidt zelfs nog meer aan de Peroni-erfgenamen geboden. Dat blijkt uit de nadruk die SAB heeft gelegd op de `strategische' waarde van de merken Peroni en Nastro Azzurro. Gedeeltelijk als poging om de betaalde premie een aanvaardbaarder aanzien te geven, heeft SAB een aantal bonusclausules in de overeenkomst laten opnemen die ertoe kunnen leiden dat het op tafel gelegde bedrag als veelvoud van de toekomstige winst een iets redelijker indruk zal maken.

Tot op zekere hoogte hangt dat af van het vermogen van de twee bedrijven om de merken Peroni en Nastro Azzurro op de internationale markt te zetten. SAB heeft de middelen in huis om de distributie en het profiel van Peroni op een hoger plan te brengen, met name in de VS. Maar SAB heeft vooral ervaring met opkomende markten en moet nog bewijzen in staat te zijn merken uit te bouwen op grote, ontwikkelde markten.

SAB heeft niet volledig onthuld welke doelstellingen Peroni moet verwezenlijken om over drie jaar het extraatje van 66 miljoen euro voor de aandeelhouders te rechtvaardigen. De eerste tranche van 25 miljoen euro wordt uitgekeerd als Peroni de ebitda dit jaar van 44,8 miljoen euro naar 53 miljoen euro weet te tillen. Dat houdt een koerswinst in van 6 procent, op basis van een winststijging van 18 procent.

En in elk van de komende twee jaren betaalt SAB 20,4 miljoen euro als bepaalde niet nader gespecificeerde omzetdoelstellingen worden bereikt, waardoor het totale overnamebedrag voor Peroni, inclusief 153 miljoen euro aan schulden, op 629 miljoen euro wordt gebracht.

Volgens SAB komt dat neer op een prijs van 10,6 maal de ebitda, die dan wel aan het eind van het derde jaar op 59 miljoen euro zou moeten uitkomen. Dat is nog steeds een hoge prijs, maar niet zo ongenadig als de eerder genoemde.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.