De verspeelde tijd en centen van Vopak

Bestuursperikelen, verkeerde investeringen en het ontbreken van een strategie hebben de megafusie in de tankopslag bij Vopak drie jaar gefrustreerd. Maar eind goed al goed, hoopt men.

Fusies in het bedrijfsleven lossen maar zelden de hooggespannen verwachtingen in. Als er één man in de Rotterdamse haven daarover kan meepraten, is het Carel van den Driest, bestuursvoorzitter van tankopslagbedrijf Vopak. In zijn tijd bij Van Ommeren werd Van den Driest onaangenaam verrast door de fusie van dit Rotterdamse tankopslagbedrijf met handelshuis Ceteco tot VOC. Evenals zijn illustere voorganger uit de zeventiende eeuw beschikte de `VOC aan de Maas' over opslagruimte, handel en scheepsvaart. Maar de spijkerbroeken en het witgoed van Ceteco verschaften de kernactiviteit van Van Ommeren (tankopslag) geen enkele meerwaarde. Ten koste van veel geld en energie werd de fusie teruggedraaid.

Om die reden was Van den Driest terughoudend toen zich in 1999 een nieuwe fusiekandidaat aandiende voor Van Ommeren, branchegenoot Pakhoed, eveneens een reus in de tankopslag. Maar Pakhoed was in de ban geraakt van chemische distributie en had voor een slordige 300 miljoen euro acquisities verricht in Frankrijk en de VS. Als klap op de vuurpijl werd na de fusie van Van Ommeren en Pakhoed tot Vopak ook nog eens voor 499 miljoen euro de Britse chemische distributeur Ellis & Everard overgenomen. Centen die allemaal de neus voorbijgingen van de kernactiviteit tankopslag, waar de fusie tot Vopak uiteindelijk om was begonnen. De chemische distributie bleek nauwelijks synergie te hebben met de tankopslag. Vorig jaar werd na een aantal tumultueuze aandeelhoudersvergaderingen de knoop doorgehakt. Chemische distributie werd afgesplitst om verder te gaan onder de naam Univar, de tankopslag werd ondergebracht in Vopak.

Van den Driest, die na Van Ommeren een uitstapje had gemaakt naar containeroverslagbedrijf ECT, werd teruggehaald en aangesteld als bestuursvoorzitter bij het nieuwe Vopak. In het oude Van Ommeren-hoofdkantoor aan de Westerlaan constateert hij dat het spreekwoord `eind goed, al goed' opgeld doet voor Vopak. ,,We hebben in de tankopslag een unieke kans gegrepen.''

De bestuursvoorzitter hoeft daarbij niet ver van huis te gaan om die stelling kracht bij te zetten. ,,In Rotterdam had je in de tankopslag Europak en Van Ommeren Europoort, die grenzen aan elkaar. Paktank had grotere tanks voor zwarte producten, bij Van Ommeren hadden wij op schone producten ingezet. Die zaak is aan elkaar gekoppeld en het is nu de grootste olieproductenterminal in de wereld. Voeg daar de pijpleidingen en unieke achterlandverbindingen aan toe en dan is Vopak in Europoort de spil van een cluster waarvan iedereen die actief is in deze branche alleen maar kan dromen.''

Hetzelfde geldt wat Van den Driest betreft voor de chemieopslag. Vopak beschikte na de fusie over drie terminals in de Botlek. Het punt waar al deze activiteiten worden aangestuurd is gevestigd in Dordrecht. Vandaaruit beheert Vopak ook drie terminals in de haven van Antwerpen. ,,Op die manier zijn we in staat fantastische optimaliseringsslagen te maken. We kunnen nu veel zaken concentreren op één punt, zoals het methanolcentrum in de Botlek. Daardoor ontwikkelen we zowel schaalgrootte als kostprijsvoordelen.''

Voor Azië is het verhaal min of meer vergelijkbaar. Daar is een uniek terminalnetwerk opgebouwd op strategische lokaties aan zeehavens en dicht bij de industrie. Op dit moment heeft Vopak 66 tankopslagterminals in 26 landen met 19,4 miljoen kubieke meter opslagcapaciteit. Van den Driest is trots op dat wereldwijde netwerk waarmee Vopak een vijfde van alle tankopslag in de wereld beheert. ,,Dat netwerk van terminals was wat mij betreft ook waar de fusie om is begonnen. Daar lag zakelijk gezien de grote kans van de fusie. En nergens anders.''

Van den Driest realiseert zich dat de afgelopen jaren veel geld is verspeeld bij Vopak door niet meteen alles op één kaart te zetten met de tankopslag. Als eerste taak ziet hij dan ook herstel van de verstoorde balansverhoudingen bij Vopak, ontstaan door aankopen van in chemische distributie gespecialiseerde bedrijven. Een verhouding van één op één voor eigen vermogen ten opzichte van de schuld noemt Van den Driest acceptabel. Op dit moment ligt het eigen vermogen van Vopak in de buurt van 580 miljoen euro, terwijl de nettoschuld van het bedrijf 700 miljoen bedraagt. Mede daarom hanteert het bedrijf een terughoudend investeringsbeleid, hoewel gestaag wordt gewerkt aan de uitbouw van het terminalnetwerk. In Singapore wordt de opslagcapaciteit dit jaar met 100.000 kubieke meter uitgebreid. Echt zwakke plekken zitten er niet in het terminalnetwerk, vindt Van den Driest. In Estland , één van de kleinste maar meest winstgevende terminals, vormt Vopak

de schakel tussen het olievervoer uit

Rusland via Rotterdam naar het Verre Oosten.

Het olieverbruik in de wereld groeit mondjesmaat, met uitzondering van China. Wel treden regelmatig veranderingen op in de patronen van het olietransport in de wereld. Daar kan Vopak op inspelen. Ook kijkt Vopak als logistiek dienstverlener aan de olieindustrie naar deelname in de exploitatie van pijpleidingen, zoals die bijvoorbeeld langs het het Panama- en Suezkanaal zijn aangelegd.

Tevens beschikt Vopak over een indrukwekkend aantal scheepsagenturen. Daarbij wordt voor veel rederijen in havens in Europa vanuit Rotterdam de afhandeling van de schepen gedaan, waaronder betaling van havengelden en het regelen van de loods. Van den Driest: ,,Dat is een interessante activiteit, want dat bedrijf heeft zich gefocust op de tankvaart en heeft de ogen en oren echt in de markt. Daardoor horen en zien we veranderingen in de markt vaak eerder dan de concurrentie.''