Welkom in de fantoomrecessie

Morgen komt de eerste raming over de Nederlandse economische groei in eerste kwartaal van dit jaar. Economen houden rekening met een lichte krimp, na acht kwartalen van stagnatie.

Hij is er niet, maar je voelt wel de pijn. Welkom in de fantoomrecessie van de Nederlandse economie. Al acht kwartalen lang schommelt de economische groei rond de nullijn. Morgen publiceert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de eerste schatting voor het eerste kwartaal van 2003. Ook daarvoor zijn de voortekenen niet goed.

Of ze voldoende zijn om een `recessie' te bewerkstelligen, is de vraag. De gangbare definitie van een recessie is een negatieve economische groei van kwartaal op kwartaal, die zich twee kwartalen achtereen voordoet. Aangezien de economie in het vierde kwartaal van vorig jaar met 0,1 procent op kwartaalbasis kromp, mag morgen van een recessie gesproken worden als zich ook in het eerste kwartaal een krimp blijkt te hebben voorgedaan.

De verwachtingen gaan die kant uit. Zowel P. van Doesburg van de zakenbank Kempen & Co als H. Berendsen van de Rabobank verwachten een krimp van 0,1 procent in het eerste kwartaal. En ook de consensus-raming onder analisten, zoals bijgehouden door het informatieconcern Bloomberg, bedraagt min 0,1 procent.

Analisten moeten zich ditmaal echter baseren op een minimum aan gegevens. Het CBS publiceerde dit jaar om technische redenen nog geen gegevens over de consumptieve bestedingen van huishoudens en de detailhandelsverkopen. Aangezien de bestedingen van consumenten rond de 60 procent van de vraagzijde van de economie uitmaken, tasten Nederland-watchers dus in het duister.

Maar gegevens die wel bekend zijn, wijzen er op dat de stagnatie op zijn best heeft voortgeduurd. De aanloop en de start van de oorlog in Irak wegen zwaar op de stemming in het eerste kwartaal. Berendsen van de Rabo wijst met name op de bedrijfsinvesteringen, die geleden kunnen hebben, en het feit dat de overcapaciteit in het bedrijfsleven nog niet helemaal is weggewerkt. De stijging van de werkloosheid, en de druk op de koopkracht moet de consumptieve bestedingen hebben aangetast.

Ook Van Doesburg vindt de oplopende werkloosheid in het eerste kwartaal de belangrijkste aanwijzing, en wijst daarnaast op het sterk gedaalde consumtenvertrouwen, dat op zijn laagste punt belandde sinds begin jaren tachtig. Enig herstel van de industriële productie is er voorzover bekend wel geweest, maar niet voldoende om tegen alle andere factoren op te wegen. Bovendien kan de handelsbalans verder zijn verslechterd. [Vervolg RECESSIE: pagina 18]

RECESSIE

Recessie 2001 al weer uit cijfers weg

[Vervolg van pagina 1] Of een negatief groeicijfer ook zal leiden tot een `recessie' is nog onzeker. De gegevens over de kwartaalgroei worden door het CBS vaak nog naderhand gereviseerd. Op basis van gegevens die het CBS vanmorgen aanleverde, kan worden berekend dat het gemiddelde verschil tussen een eerste raming van het kwartaalgroei en de tweede raming die na enige maanden volgt, 0,2 procentpunt bedroeg in de afgelopen dertien jaar. Ook na die tweede raming zijn flinke bijstellingen mogelijk als de nationale rekeningen over een heel kalenderjaar worden opgesteld en daarna weer worden gereviseerd.

Zo kon het voorkomen dat pas in januari van dit jaar bleek dat zich in het derde én vierde kwartaal van 2001 een negatieve economische groei had voorgedaan. Nederland had dus in 2001 met terugwerkende kracht een `recessie'. Maar vorige maand was, na een kleine opwaartse revisie van een van die kwartaalcijfers uit 2001, de recessie van dat jaar plots weer verdwenen.

Zo kan het ditmaal ook gaan. Ook nu wijken de groeicijfers zo weinig af van de nullijn, dat een kleine bijstelling het verschil kan betekenen tussen groei en krimp. Het vierde kwartaal van 2002 werd al een keer bijgesteld van plus 0,1 procent naar minus 0,1 procent. Het is mogelijk dat er morgen een krimp over het eerste kwartaal van 2003 wordt gerapporteerd, maar dat nóg een revisie het vierde kwartaal weer uit de rode cijfers haalt.

Daarmee zou voor een tweede maal een recessie zijn vermeden, net als tijdens de conjunctuurdip van begin 1992, toen er officieel ook geen was. De Amerikanen lossen dat anders op: daar stelt een groep topeconomen naar eigen inzicht `officieel' vast wanneer een recessie is begonnen en geëindigd. Dat kan arbitrair lijken, maar staat waarschijnlijk dichter bij de realiteit. Want de vraag of er technisch al dan niet sprake is van een recessie doet minder ter zake dan de pijn voor de burgers.