Vrijheid patiënten nog beperkt

Nog geen procent van Nederlandse patiënten gaat naar een buitenlandse arts. Ook nu vooraf geen toestemming meer nodig is verwacht men geen exodus.

,,Een verrassende uitspraak, maar het legt zeker geen bom onder het Nederlandse zorgstelsel'', zegt B. Hermans, verbonden aan de afdeling gezondheidsrecht aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Hij verwacht allerminst dat Nederlandse patiënten op basis van het arrest gisteren van het Europees Hof van Justitie nu massaal de grens over zullen trekken voor eenvoudige medische behandelingen.

Het hof besliste in een zaak die door twee Nederlandse patiënten was aangespannen, dat geen voorafgaande toestemming van het ziekenfonds nodig is voor zogenaamde extramurale zorg. Dat was tot nu toe wel het geval. Het gaat hier om alle handelingen die buiten het ziekenhuis plaatsvinden, veelal de zorg door huisartsen, fysiotherapeuten en tandartsen. Die toestemming vooraf is volgens het Hof in strijd met het vrije verkeer van diensten in Europa. Voor intramurale zorg, de behandelingen in ziekenhuizen, geldt die toestemming vooraf nog wel. Het gaat hier namelijk om veelal dure operaties en langdurige behandelingen, die grote risico's (kwaliteit, planning, financieel) met zich meebrengen voor de nationale zorgstelsel.

,,Nog geen procent van de Nederlandse patiënten gaat nu wel eens naar het buitenland voor medische zorg'', aldus Hermans. Uit een eerste verkenning voor de Europese Commissie naar de omvang van grensoverschrijdend patiëntenverkeer in Europa die Hermans net heeft afgerond, blijkt dat zeker sprake is van een nieuwe trend, maar dat de omvang nog uiterst bescheiden is. ,,Je ziet het vooral in de grensstreken'', zegt hij. ,,Bijvoorbeeld in Zeeuws-Vlaanderen shopt vier procent van de patiënten wel eens in België voor een medische ingreep.'' CZ, de grootste zorgverzekeraar in Zeeland, Brabant en Limburg, zegt dat de stijging met 5.000 naar 18.000 patiënten die vorig jaar gebruik maakten van een buitenlandse arts, inderdaad slechts een fractie is van hun klantenbestand van ruim twee miljoen. Ook J. Legemaate, hoogleraar gezondheidszorg en verbonden aan de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij ter bevordering der Geneeskunst (KNMG) verwacht niet ,,dat de Nederlandse patiënt nu opeens bereid is om langer te reizen voor medische zorg''.

Voor de koepelorganisatie Zorgverzekeraars Nederland (ZN) is één ding duidelijk: het huidige systeem van contracten tussen Nederlandse zorgverzekeraars en buitenlandse zorgaanbieders staat danig onder druk. Tot nu toe sloten zorgverzekeraars zelf contracten met ziekenhuizen, huisartsen en bijvoorbeeld fysiotherapeuten in met name de grensstreek. Hierdoor hielden ze de kosten van de zorg zelf in de hand en hadden ze zicht op de kwaliteit. Maar nu mag een ziekenfondspatiënt zich ook tot anderen dan waarmee zijn zorgverzekeraar een contract heeft wenden voor eenvoudige medische zorg. Of dat tot hogere kosten zal leiden, is twijfelachtig. Want de vrijheid van de patiënt beperkt zich tot die zorg die in het ziekenfondspakket zit en tegen het in Nederland geldende tarief. Dus als de rekening in het buitenland duurder uitvalt moet de patiënt dat zelf toeleggen, is de verwachting. Wel legt het arrest, is de indruk, een bom onder het systeem van abonnementstarieven. Huisartsen krijgen voor ziekenfondspatiënten een vast bedrag per jaar in plaats van een bedrag voor elk consult. Maar patiënten kunnen nu voortaan ook naar een huisarts in het buitenland. Een andere vraag is of buitenlandse artsen nu in het voordeel zijn boven hun Nederlandse collega's waarmee de zorgverzekeraars geen contract heeft gesloten. Want dat vrij shoppen kan alleen in het buitenland

De uitspraak van het hof beperkt zich tot de ziekenfondspatiënten, tweederde van de Nederlandse bevolking. Deze hebben recht op zorg in natura. Particulier verzekerden hebben recht op teruggave van de gemaakte kosten van de verzekerde zorg. En het arrest beperkt zich tot extramuale zorg. Maar wat het Hof daaronder precies verstaat is nog onduidelijk. Ook zorgaanbieders en zorgverzekeraars hanteren verschillende intepretaties, evenals de lidstaten onderling. Voor de één betreft het eenvoudige medische ingrepen buiten het ziekenhuis, anderen menen dat het ook gaat om poliklinische en dagbehandelingen. Dat is een belangrijk verschil nu als gevolg van medisch-technologische ontwikkelingen poliklinische ingrepen een grotere vlucht nemen. De reikwijdte van het arrest mag dan beperkt zijn, maar hoe béperkt?