Voetbal en Kung Fu

Bruce Lee-adept Stephen Chow wordt wel de laatste Hongkong-ster genoemd die nog niet door Amerika is ingelijfd. Met Shaolin Soccer gaat dat zeker gebeuren. Niet omdat deze bizarre, geëxalteerde mix tussen Kung Fu en voetbal nu zo fenomenaal is, maar origineel is hij wel.

Naast de emancipatie van Oosterse gevechtssporten in Oscar-winnaar Crouching Tiger, Hidden Dragon en in The Matrix, is het soms ook wel aardig om minder verheven vormen van het genre te zien zoals in het melodramatische, slapstick en meligheid combinerende Shaolin Soccer. Daar wordt namelijk niet minder virtuoos in gevochten. Maar is de ernst ook niet allesoverheersend.

Centraal staat het voetbalelftal dat de geblesseerde Fung samenstelt om zijn aartsrivaal Hung te verslaan. Er wordt nog even iets gemompeld over `westerse spelregels', maar verder geldt alleen de wet van de slimste. Zelfs natuurkundige wetten worden getart, doordat de film illustreert dat als je een bal maar lang genoeg op dezelfde plek op de muur stuitert, die muur dan inderdaad instort.

En verder wordt er natuurlijk gevlogen, gedoken en gebuiteld dat het een lieve acrobatische lust is.

Het grappigste van de film is dat de voetbalsport wordt gebruikt om de totaal in diskrediet geraakte Kung Fu weer wat glans te geven. Oude vechtmeesters leven verlopen op straat.

Vetter kan de knipoog naar de bakermat van het voetbal, het westen, niet zijn. Daar is Kung Fu inmiddels immers heilig en oefent Patrick Kluivert op de techniek van het `stalen been'.

Shaolin Soccer (siu lam juk kau). Regie: Stephen Chow. Met: Stephen Chow, Vicky Zhao, Ng Man Tat, Yut Fei Wong. In: 12 bioscopen.