VN-vredesmacht Congo kan de strijd niet stoppen

De Veiligheidsraad praat deze week over het sturen van extra troepen naar de Congolese brandhaard Ituri. Intussen gaat het moorden door. De VN-vredesmacht staat machteloos.

De vredesmacht van de Verenigde Naties in Congo (Monuc) heeft al zes maanden geleden in geheime rapporten aan het hoofdkwartier in New York gewaarschuwd voor de gevaren van de verslechterde veiligheidssituatie in en rond de Noordoost-Congolese stad Bunia. Dit zeggen bronnen binnen Monuc in de Congolese hoofdstad Kinshasa. Volgens Monuc is het mandaat voor zijn vredestroepen ontoereikend om slachtpartijen te voorkomen. Monuc heeft de Oegandese troepen in het gebied er herhaaldelijk van beschuldigd conflicten tussen stammen aan te wakkeren door wapens te leveren.

,,We hebben talrijke rapporten geschreven over hoe Oeganda met vuur speelt omOeganda de controle over Noordoost-Congo te behouden'', zegt een politieke waarnemer binnen Monuc. ,,In het gebied ligt een van de grootste goudreserves ter wereld en bij het Albert-meer is olie gevonden. De Oegandezen willen die rijkdommen controleren. Steeds als de Oegandese troepen zich terugtrekken laten ze militairen achter om de mijnen te beschermen of Congolese milities die hun belangen behartigen.'' Leden van Monuc zeiden gisteren dat het Oegandese leger vorige week voor zijn terugtrekking uit Ituri nog zware wapens heeft geleverd aan milities van zowel de Hema- als de Lendu-stam in een poging onderlinge gevechten te creëren.

Nadat de Oegandezen in 1998 Oost-Congo binnenvielen, steunden ze een militie van de Hema, een stam van veetelers, die al langer ruzie over grond hadden met de Lendu, een boerenvolk. Hoewel Hema's noch Lendu's een meerderheid van de bevolking in het gebied vormen, kregen de Hema's de meeste posten in het bestuur van de door de Oegandesen gecontroleerde provincie Ituri. ,,De Oegandezen stelden de Hema's in staat andere bevolkingsgroepen te onderdrukken'', zegt een bron binnen Monuc.

Vorig jaar kregen de Oegandezen ruzie met Thomas Lubango, leider van de Hema-militie UPC. Hij wil van Ituri een exclusieve Hema-provincie maken en dat stuitte op verzet van Oegandese officieren. Het Oegandese leger verdreef de Hema-milities uit Bunia en andere plaatsen in Ituri en ging vervolgens Lendu-milities bewapenen. Thomas Lubango reisde daarop naar de Rwandese hoofdstad Kigali en vond de Rwandezen bereid zijn soldaten te bewapenen tegen de Oegandezen. Daarmee was Ituri een gevechtsterrein geworden voor Rwanda en Oeganda: de Hema- en Lendu-milities waren de afgevaardigden geworden van hun bazen in Kampala en Kigali.

In dit steekspel van binnen- en buitenlandse belangen kunnen de VN-troepen geen orde brengen. ,,Ik heb een geweer maar mag het niet gebruiken'', klaagt een Uruguayaanse soldaat uit Bunia. ,,De milities bestaan uit gedrogeerde jongeren en die luisteren alleen naar het geweld van wapens. Ze lachen ons uit. We zijn machteloos.'' Volgens hun mandaat mogen de VN-soldaten alleen terugschieten wanneer ze worden aangevallen en kunnen ze alleen burgers beschermen wanneer ze bescherming bij de VN zoeken. Bovendien, zo zeggen bronnen binnen de VN in Kinshasa, beschikt Monuc over veel te weinig troepen. Momenteel zijn er bijna 4.300 militairen gelegerd in Congo, een land dat zo groot is als West-Europa. Met de komst de komende weken van soldaten uit Zuid-Afrika en Bangladesh zal Monuc op zijn maximaal door de Veiligheidsraad toegestane sterkte van 8.700 man komen, een nog steeds veel te kleine eenheid om de vrede in Congo te bewaren.

Al vóór de crisis in Bunia werd de impotentie van Monuc aangetoond. ,,De komst van Monuc heeft niets positiefs voor ons betekend'', zegt het hoofd van een grote Congolese hulporganisatie in de Oost-Congolese stad Kisangani. ,,Toen de rebellen hier vorig jaar mei een bloedbad onder de bevolking aanrichtten, grepen de Marokkaanse Monuc-soldaten niet in. Onder hun neuzen werden burgers vermoord.'' De Veiligheidsraad verordonneerde na eerdere gevechten tussen de Rwandese en Oegandese regeringslegers in Kisangani dat de stad gedemilitariseerd moest worden. De aan Rwanda gelieerde rebellenbeweging RCD is echter nog volop met wapens aanwezig in Kisangani, in alle openheid en in het volle aangezicht van Monuc.