Verwijten aan de architectuur

Het onlangs verschenen `Jaarboek Architectuur 2002-2003' was gisteren aanleiding tot een debat over de oppervlakkingheid van de Nederlandse architectuur.

De Nederlandse architectuur verwordt steeds meer tot design. Dit verwijt kregen de Nederlandse architecten gisteren in De Balie in Amsterdam te horen van de architectuurcriticus Roemer van Toorn. De architectuur is ,,verdampt'', stelde Van Toorn vast, ze is onderdeel geworden van de steeds meeromvattende westerse beeldcultuur. Architecten zijn alleen nog maar bezig met het leveren van mooie plaatjes voor op design kickende consumenten. Het ornament is terug in de architectuur en vitaler dan ooit, zei Van Toorn ook nog, en sinds de Oostenrijkse architect Adolf Loos, die in 1910 het essay Ornament und Verbrechen schreef, weten we allemaal dat dit de ergste misdaad is in de architectuur.

Met zijn geseling van de Nederlandse architectuur opende criticus Roemer van Toorn gisteren het architectuurdebat ter gelegenheid van het nieuwste Jaarboek Architectuur 2002-2003 in Nederland. Elk jaar is het jaarboek, met een oplage van 7.000 exemplaren, de onverbiddelijke bestseller onder de Nederlandse architectuurboeken. Naast een stuk of dertig gebouwen, die elk in een paar bladzijden worden gepresenteerd, bevat het jaarboek steevast enkele essays over de stand van zaken van de Nederlandse architectuur.

Natuurlijk zijn de uitverkoren architecten altijd blij als ze het jaarboek hebben gehaald. Het boek ligt jaar in jaar uit op de bureaus van wethouders en andere mogelijke opdrachtgevers die op zoek zijn naar een architect. Dat ze in de jaarboekessays soms op de hak worden genomen, nemen ze op de koop toe. Gisteren toonden ze zich bovendien niet erg onder de indruk van Van Toorns kritiek. De Rotterdams-Berlijnse architect Kees Christiaanse, met twee projecten vertegenwoordigd in het jaarboek, wees op het oude-koeien-karakter van Van Toorns kritiek. Al eerder in de geschiedenis was architectuur onderdeel van de beeldcultuur geweest, zei hij, zoals in het Japan van de jaren zestig of het New York van de jaren dertig. De Duits-Rotterdamse architect Christian Rapp, niet present in het jaarboek, zei dat hij zich moeilijk kon voorstellen dat een eerbiedwaardige architect als Abel Cahen nu met zijn uitbreiding van het Van Abbemuseum in Eindhoven aan het concurreren was met de design-minnende popster Lenny Kravitz. En de Rotterdams-Praags-Londense architect Erick van Egeraat, van wie twee werken in het jaarboek waren opgenomen, vroeg zich af wat er eigenlijk mis mee was dat hij zich bezighield met design. ,,Design is het Engelse woord voor ontwerp'', zei hij. ,,Ontwerpen is ons vak. Wat wil je dat we dan doen?''

Van Toorn kreeg ook nauwelijks bijval uit de volle zaal. Aaron Betsky, de Amerikaans-Rotterdamse directeur van het Nederlands Architectuurinstituut, vond het ,,schandelijk'' hoe Van Toorn het begrip design misbruikte en stelde vast dat architecten nog wel iets kunnen leren van designers. Maarten Kloos, de Amsterdamse directeur van het architectuurcentrum ARCAM, vertelde dat hij net was verhuisd naar het Amsterdamse appartementencomplex de Silodam, ontworpen door MVRDV en opgenomen in het jaarboek. Daar viel wat design betrof nog wel iets aan te verbeteren, liet hij het publiek weten: ,,Ik woon in het enige appartement met een deugdelijke plattegrond en de detaillering van het gebouw is om te huilen.''