Sleutelpassages arrest EU-Hof van Justitie

Sleutelpassages uit het 108 punten tellende arrest van het Europees Hof van Justitie in Luxemburg in de zaken Müller-Fauré en Van Riet, over vergoeding van zorg in een andere EU-lidstaat:

,,Wat de extramurale medische zorg betreft, zoals verleend aan MÜller-Fauré en gedeeltelijk aan Van Riet, zijn voor het Hof met name door het ziekenfonds te Zwijndrecht, het ziekenfonds te Amsterdam en de Nederlandse regering geen precieze feiten en omstandigheden aangevoerd tot staving van de stelling dat de vrijheid van de verzekerden om zich zonder voorafgaande toestemming naar een andere dan de lidstaat van vestiging van het ziekenfonds waarbij verzekerde staat ingeschreven, te begeven voor behandeling door een behandelaar met wie geen overeenkomst is gesloten, het financiële evenwicht van het Nederlandse socialezekerheidsstelsel ernstig zou aantasten. (Punt 92)

Uit de aan het Hof voorgelegde stukken blijkt [...] niet dat het schrappen van de voorwaarde van voorafgaande toestemming voor dit type behandelingen zou leiden tot een dermate grote toename van het grensverkeer van patiënten dat daardoor ondanks taalbarrières, geografische afstand, kosten voor verblijf in het buitenland en gebrek aan informatie over de aard van de aldaar geboden zorg, het financiële evenwicht van het Nederlandse socialezekerheidsstelsel ernstig zou worden aangetast en dus het algehele niveau van de bescherming van de volksgezondheid zou worden bedreigd, hetgeen een goede grond zou zijn voor een belemmering van het vrij verkeer van diensten. (Punt 94)

De artikelen 49 en 50 [van het EU-Verdrag] moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een wettelijke regeling van een lidstaat als in de hoofdgedingen aan de orde is, die enerzijds de vergoeding van zorg die in een ziekenhuis in een andere dan de lidstaat van vestiging van het ziekenfonds waar de verzekerde staat ingeschreven, is verleend door een zorgverlener met wie dit ziekenfonds geen overeenkomst heeft gesloten, afhankelijk stelt van de voorafgaande toestemming van dit ziekenfonds, en anderzijds voor deze toestemming als voorwaarde stelt dat deze voor de medische behandeling van de verzekerde vereist is. [...] Daarentegen verzetten de artikelen 49 en 50 van het Verdrag zich tegen deze wettelijke regeling, voorzover daarin de vergoeding van extramurale zorg die in een andere lidstaat is verleend door een persoon of een instelling waarmee het ziekenfonds waarbij de verzekerde staat ingeschreven, geen overeenkomst heeft gesloten, afhankelijk wordt gesteld van de voorafgaande toestemming van dit ziekenfonds, ook al kent de nationale wetgeving een regeling van vertrekkingen in natura volgens welke de verzekerden geen recht hebben op vergoeding van de kosten die zij voor medeische verzorging hebben gemaakt, maar op de verzorging zelf, die gratis wordt verleend. (Punt 108)''