Opta: procedures bij rechter te tijdrovend

De toezichthouder op de Nederlandse telecommarkt Opta vindt de procedures voor de rechter te tijdrovend. De doorlooptijd is volgens de Opta het afgelopen jaar gestegen van zeven naar twintig maanden. Hierdoor wordt de onzekerheid voor marktpartijen versterkt, schrijft de toezichthouder in het vandaag verschenen jaarverslag.

Alle geschillen tussen de Opta en de telecomaanbieders worden behandeld bij de bestuursrechter in Rotterdam. Volgens de toezichthouder toetst de rechter de besluiten `integraal' waardoor `lange behandelingstermijnen' nodig zijn. Opta vindt de tijdrovende procedures niet in het belang van de consument en investeerders in telecombedrijven. De toezichthouder stelt daarom voor om voortaan de zogeheten `bezwaarfase' over te slaan. Daarnaast moet er een gespecialiseerde beroepsinstelling komen. ,,Een effectieve beroepsgang is cruciaal voor adequaat toezicht'', schrijft het orgaan.

In het jaarverslag somt de Opta een aantal knelpunten op in de telecommarkt. Zo constateert de toezichthouder dat onafhankelijke internetaanbieders nog altijd geen geen toegang hebben tot kabelnetten. Op het kabelnetwerk van UPC is bijvoorbeeld alleen internetaanbieder Chello te krijgen. Chello is onderdeel van UPC.

Verder constateert de Opta problemen op de markt voor adsl, een breedband internetverbinding via het telefoonnet. Opta spreekt onder meer van `discriminatie van nieuwe aanbieders' en `koppelverkoop'. Maar omdat deze verbindingen in toenemende mate over datanetten worden geleid, mist de toezichthouder de bevoegdheden om in te grijpen.

Volgens de Opta is het marktaandeel van KPN op het vaste net gedaald. In 2001 was dat 95 procent, nu ligt dat tussen de 85 en 95 procent.