IOC gaat letten op nasleep van de Olympische Spelen

Steden beconcurreren elkaar fel bij de toewijzing van Olympische Spelen. Het levert onder meer geld, sportaccommodaties, een betere infrastructuur en aanzien op.

Een stad die tegenwoordig de Olympische Spelen organiseert, wordt daar volgens het Nederlandse lid van het Internationaal Olympisch Comité, Hein Verbruggen, in vrijwel alle opzichten beter van. Als voorzitter van de coördinatiecommissie voor de Zomerspelen van 2008 in Peking verdedigde hij die stelling gisteren bij de internationale sportconferentie in Madrid.

Op grond van de cijfers heeft Verbruggen gelijk, want de Zomerspelen van achtereenvolgens Los Angeles, Seoul, Barcelona, Atlanta en Sydney, evenals de Winterspelen van Calgary, Albertville, Lillehammer, Nagano en Salt Lake City hebben winst opgeleverd. Maar alleen daarmee is volgens Verbruggen het succesverhaal niet verklaard. Hij vindt dat er mede dankzij het IOC in alle genoemde steden sprake is van verantwoord nalatenschap. En dan doelt hij op zowel huidige gebruik van de sportaccommodaties als op de verbeterde infrastructuur en het toegenomen aanzien van de stad, zonder dat de inwoners daarvoor moeten bloeden.

De Zwitser Gilbert Felli, directeur Olympische Spelen van het Internationaal Olympisch Comité, wees er tijdens een discussie over het thema `Olympische Spelen: zegen of vloek?' op, dat het IOC geen genoegen meer neemt met enkel op sport gerichte investeringen. Kandidaat-steden worden op hun motivatie getest en krijgen bij aanmelding van het IOC te horen, dat de Spelen ook van maatschappelijke betekenis moeten zijn.

Verbruggen: ,,Als coördinatiecommissie adviseren wij steden stelselmatig de capaciteit van een stadion in te krimpen als het een sport betreft waarvoor in dat land weinig of geen belangstelling is; dan maar 5.000 toeschouwers minder. Dat we daarbij wel eens in conflict met de het organisatiecomité komen, nemen we op de koop toe. Alles beter dan na afloop met onrendabele accommodaties opgescheept zitten.''

Daarnaast vertelde Felli dat het IOC werkt aan een transfer of knowledge tussen olympische steden en kandidaat-steden. ,,We ontwikkelen een systeem waarmee tien jaar na de aanwijzing is na te gaan wat de Spelen een stad hebben gebracht. Op die manier hopen we indicatoren te krijgen ter vergelijking van de nalatenschap in olympische steden.''

Valentino Castellani, voorzitter van het organisatiecomité voor de Winterspelen van 2006 in Turijn, hield zijn gehoor in Madrid voor wat de erfenis van plannen zonder visie kan zijn. Ten tijde van het wereldkampioenschap voetbal van 1990 in Italië was hij burgemeester van Turijn, dat een nieuw voetbalstadion werd opgedrongen. ,,Daar zijn de inwoners en supporters nog steeds niet blij mee, want het is een stadion dat niet bij de stad past en vrijwel nooit vol zit.''

Voor de Olympische Spelen hebben de Italianen de zaken anders aangepakt. Castellani: ,,We hebben eerst een visie ontwikkeld waarmee een investering van een miljard euro in de publieke sector verdedigbaar werd. Het eerste doel is verbeteringen aan te brengen in de stad Turijn en de bekendheid te vergroten. Wie aan Italiaanse steden denkt, denkt niet aan Turijn; de stad is eigenlijk alleen bekend van de Fiat-fabrieken en de voetbalclub Juventus. Ons tweede doel is de regio te ontwikkelingen als wintersportgebied. De Italiaanse Alpen associëren de meeste mensen met Zwitserland en Oostenrijk. Vervolgens zijn we te rade gegaan bij Barcelona, qua grootte een vergelijkbare stad, met ervaring bij de organisatie van Olympische Spelen.''

Gelet de geschiedenis is de toegenomen belangstelling voor het organiseren van Olympische Spelen opmerkelijk. In de jaren zeventig stond het voortbestaan van het sportevenement serieus op het spel. Eerst werden de Spelen van 1972 in München geteisterd door een terroristische aanslag van Palestijnen en vier jaar later werd `Montreal' geboycot door Afrikaanse landen. Bovendien bleef de Canadese stad met een schuld zitten, waarvoor de inwoners jarenlang letterlijk een hoge prijs hebben moeten betalen.

Na de boycot door een deel van de westerse wereld van de Spelen in Moskou (1980), werd het voortbestaan gered door Los Angeles, dat in 1984 als enige stad bereid bleek de organisatie ter hand te nemen. Ondanks een boycot van vrijwel alle Oostbloklanden werden die Spelen zakelijk een groot succes. De winst van 223 miljoen dollar voegde een nieuwe dimensie aan de Spelen toe en opende de ogen van velen; zó kon het dus ook. Het gevolg: steden voeren sindsdien felle strijd bij de toewijzing van Olympische Spelen. Voor de Zomerspelen van 2012 hebben zich bijvoorbeeld al Madrid, Moskou, New York, Havana, Leipzig, Parijs en Londen gemeld.

In dat rijtje ontbreekt een stad in Afrika of Zuid-Amerika, continenten waar nooit Olympische Spelen zijn gehouden. In discussie werd uitgebreid stilgestaan waarom met name Afrika buiten beeld blijft. Volgens deelnemers zou de verklaring daarvoor zijn dat de sponsors van het IOC daar geen belang bij hebben. Felli: ,,Sponsors zijn weliswaar niet betrokken bij de keus voor een stad, maar hebben op de achtergrond wel invloed. Noem het een gevoel, waarvan iedereen begrijpt dat het meespeelt.''