Hypotheekplan gaat niet ver genoeg

Dat nu wordt gemorreld aan het heilige huisje van de hypotheekrenteaftrek, laat zien dat de nood hoog is gestegen, vindt Leo Stevens.

Ondanks duidelijke kiezersbeloften wordt de hypotheekrenteaftrek ter discussie gesteld. Niet dat ik daar moeite mee heb, want elke weldenkende beleidsmaker behoort een groot vraagteken te plaatsen achter een jaarlijkse belastingsubsidie van circa 7,5 miljard euro voor de eigenwoningbezitters. Zeker als daarvan het grootste gedeelte in de zakken komt van de mensen met de hoogste inkomens en de duurste huizen. Maar de noodzaak tot herbezinning was al jaren zichtbaar. Er mocht echter niet over gesproken worden. De kiezer werd tegen beter weten in beloofd dat er niet aan `zijn' hypotheekrenteaftrek zou worden getornd. Nu die belofte wordt gebroken, haasten de politici zich te benadrukken dat het niet echt gaat om het afschaffen van de hypotheekrente. Slechts degenen die bij de verkoop van hun huis een verkoopwinst realiseren en deze niet herinvesteren in een vervangend huis, krijgen daarover geen renteaftrek meer. Met terugwerkende kracht, en in strijd met de wetsgeschiedenis, wordt dit als `oneigenlijk gebruik' bestempeld. Ondanks het verhullend woordgebruik zal de kiezer als conclusie trekken, dat een kiezersbelofte bederfelijk is als vis. Dat is een belangrijke reden waarom velen reeds de politiek de rug toekeerden. Nogmaals, beperking van de hypotheekrenteaftrek is onontkoombaar, maar de omfloerste en fragmentarische wijze waarmee thans met deze problematiek wordt omgesprongen, is bepaald geen pronkstuk van bestuurlijke vernieuwing. Het is gewenst de diversiteit van fiscale aspecten van het eigenwoningbezit (ook de overdrachtsbelasting en OZB) in kaart te brengen en op basis daarvan doordacht beleid te formuleren.

De weeffouten in het huidige eigenwoningregime zijn evident. Het eigenwoningregime is bewust in de progressieve box voor werk en woning ondergebracht. Iedere belastingbetaler weet dat daardoor zijn hypotheekrenteaftrek geld waard is. Elke euro rente levert boven 100.000 euro inkomen een belastingsubsidie op van 52 cent. Inkomens onder 30.000 euro krijgen echter per euro niet meer dan 38 cent. Inkomens lager dan 16.000 euro ontvangen slechts 32,9 cent (maar daar zullen weinig eigenwoningbezitters zitten). AOW'ers kunnen nog slechter af zijn. Een bizar systeem. Waar elders zien we dat het subsidiebedrag toeneemt naarmate het inkomen hoger is? Toename niet alleen omdat per euro rente de belastingsubsidie hoger is, maar ook omdat het beslag op de subsidiepot groter is naarmate men zich een duurder huis met hogere hypotheek kan veroorloven. Deze weeffout is geen consequentie van de plotseling ingetreden economische malaise. Hij is bestuurlijk bewust gewild. Daarom werd de eigen woning ook niet als alle andere vermogensbestanddelen onder de vermogensrendementsheffing gebracht. Was dat wel gebeurd dan zou het forfaitaire rendement geen 0,8 procent bedragen, zoals het huidige eigenwoningforfait, maar 4 procent. Ook zou de feitelijk betaalde rente niet tegen het progressieve tarief aftrekbaar zijn, maar tegen een voor iedereen gelijk tarief van 30 procent op basis van een forfaitaire renteaftrek van 4 procent.

Logisch dat iedere belastingbetaler zich tot de nok van zijn huis volzoog met hypotheek. Dit heeft zelfs menigeen verlokt tot bedenkelijke risico's door op basis van de `overwaarde' van het huis grotere hypotheken te nemen die toegang zouden bieden tot `aantrekkelijke' beleggingsmogelijkheden. Als het netto rendement van deze beleggingen hoger is dan de netto rentebetaling, is dit inderdaad voordelig. Maar de vermogensrendementsbox is voor menigeen geen `pretbox' gebleken.

Bij invoering van dit eigenwoningregime was bekend dat dit systeem aflossingsvrije hypotheken of hypotheken die via een (fiscaal onbelaste) levensverzekering worden afgelost, zou stimuleren. In de marge is daartegen opgetreden door de verzekeringsuitkering verplicht aan te wenden voor aflossing van de hypotheek. Thans wordt voorgesteld dit ook te doen met de gerealiseerde verkoopwinst. Maar wat als deze `overwaarde' al is geïnvesteerd in niet meer florissante beleggingen? Toch verplicht minder aftrekbare hypotheekrente? Het zal de doorstroming niet ten goede komen. Degene die dan voor zijn werk of door echtscheiding zijn huis moet vervangen, is de klos.

De enige evenwichtige oplossing is de eigen woning onder te brengen in de vermogensrendementsheffing. Dan verdwijnt de overfinanciering met geleend geld vanzelf. Ter bevordering van het eigenwoningbezit kan een deel van de eigenwoningwaarde onbelast blijven, zoals dat ook met maatschappelijke beleggingen gebeurt. Uiteraard moet een dergelijke aanpassing geleidelijk en behoedzaam geschieden. Het huidige gemorrel compliceert de uitvoering en blijft hangen in symptoombestrijding.

Leo Stevens is hoogleraar fiscale economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.