Hockeyers scoren vaker na nieuwe regel

Het aantal doelpunten in de hoogste afdeling van de Nederlandse mannenhockeycompetitie, de hoofdklasse, blijft toenemen. Kwam het gemiddelde vorig seizoen uit op 5,04 doelpunten per wedstrijd, in de zondag beëindigde reguliere competitie (132 duels exclusief play-offs) vielen 695 treffers, wat het moyenne op 5,26 brengt.

`Koploper' is nog altijd het seizoen 1996-'97, toen in de reguliere competitie maar liefst 721 keer (gemiddelde 5,46) werd gescoord. HGC en de latere landskampioen Amsterdam kwamen toen in 22 competitieduels tot respectievelijk 101 en 100 treffers. Die forse toename was destijds grotendeels te wijten aan de introductie van een nieuwe en aanvankelijk omstreden maatregel: het afschaffen van de buitenspelregel.

Dit seizoen besloot de Nederlandse hockeybond, opnieuw op last van de internationale hockeyfederatie, in de winterstop onder meer dat de bal bij de cornerstop voortaan niet meer stil hoefde te liggen. De nieuwe spelregel ging met onmiddellijke ingang in. Uit de cijfers blijkt de maatregel het doelpuntgemiddelde verder omhoog te stuwen. Bedroeg het moyenne vóór de winterstop nog 4,91, na de onderbreking kwam deze uit op 5,66.

In vergelijking met vijftien jaar geleden is het overall-gemiddelde met bijna anderhalf doelpunt per wedstrijd toegenomen: van 3,84 naar 5,26. Toon Siepman, assistent-coach bij Oranje Zwart, heeft wel een verklaring voor de toename: ,,We kunnen in Nederland niet meer verdedigen, en dat begint bij de aanvallers.''

Ook het `aandeel' van de directe en indirecte (doeltreffende rebound of variant) strafcorner vertoont een stijgende lijn. Bijna een derde (227 treffers) van het totaal aantal doelpunten kwam voort uit de korte hoekslag. Niet toevallig groeide een strafcornerspecialist dit seizoen uit tot topscorer: Taeke Taekema. De international van HCKZ scoorde 33 keer.