Harteloos verstopt

Morgen is het vijftig jaar geleden dat het beeld `De verwoeste stad' van Ossip Zadkine in Rotterdam werd onthuld. Rotterdam is trots op Jan Gat, maar niet op de plek waar het oorlogsmonument nu staat.

Eindelijk was het dan zo ver. Vrijdagmiddag, 15 mei 1953, mevrouw Van Walsum-Quispel trok aan het koord, het doek gleed haperend op de grond. Namens de anonieme gever werd het beeld `De verwoeste stad' van Ossip Zadkine officieel overgedragen aan burgemeester Van Walsum van Rotterdam.

Het was een publiek geheim dat het Bijenkorfconcern de goede gever was. De burgemeester prees de wens van de schenker om anoniem te blijven, ,,omdat zij voortvloeit uit de intentie dat de Rotterdamse bevolking dit kunstwerk zou beschouwen als behorende tot de stad en uitsluitend als bezit van de burgerij'. Zijn vrouw had een gedicht geschreven, waarin de bronzen gestalte als een kubistische Christus aan het hemelgewelf van de havenstad was genageld. Het werd 's avonds tijdens het officiële diner in het stadhuis voorgedragen.

Ossip Zadkine kreeg het idee voor zijn Monument à une ville détruite toen hij in 1945 uit Amerika, waarheen hij was uitgeweken, in zijn tweede vaderland terugkeerde en het verwoeste Le Havre aanschouwde. In zijn atelier in Parijs (thans Musée Zadkine) maakte hij schetsen op papier en kleine modellen in terracotta en gips, die op tentoonstellingen in Brussel, Amsterdam en Parijs waren te zien. Het Stedelijk Museum Amsterdam kocht het gipsen beeldje.

Dr. G. van der Wal, toenmalig hoofddirecteur van de Bijenkorf, liet er een afgietsel in brons van maken en ging er begin 1949 mee naar de burgemeester van Rotterdam. Het warenhuisconcern wilde Rotterdam een gedenkmonument schenken, waarin het leed dat de stad was aangedaan tot uitdrukking werd gebracht. Vanaf dat moment begon het touwtrekken tussen de verschillende personen en instanties die de schenking wilden aanvaarden of afwijzen.

De directeur van Gemeentewerken vroeg zich publiekelijk af of ,,deze bezetene, zes meter hoog, voor altijd als een demonische gesel het nieuwe hart van mijn stad met verlamming moet slaan'. De kranten signaleerden dat veel Rotterdammers `dit monster van Frankenstein' liever op de bodem van de Maas zagen dan op een prominente plaats in hun geliefde stad in wederopbouw.

Maar bestuurders en publieke opinie waren als was in de handen van de beeldhouwer. In 1947 zag Zadkine vanuit de trein de lege vlakten van het Rotterdamse stadshart en werd Le Havre als bron van inspiratie vervangen door Rotterdam. Zijn sculptuur had de aandacht van andere verwoeste steden getrokken, waaronder Coventry, maar naarmate de kans toenam dat het beeld in Rotterdam zou komen, noemde Zadkine zijn schepping voortaan Monument pour la ville détruite de Rotterdam. De sculptuur zocht een verwoeste stad die bij haar paste.

De Rotterdammers raakten er van overtuigd dat het gat, dat door het kubistische vormenspel ter hoogte van de maagstreek was ontstaan, het hart was dat door het brute geweld van de nazi's uit hun stad was gerukt. Al spoedig werden bijnamen verzonnen, wat een teken van acceptatie was: Jan Gat, Jan met de Handjes (Bootwerker: ,,Net m'n baas: z'n klauwen staan verkeerd en hij heeft geen hart in z'n lijf') en Zadkini. Overigens bleef het beeld een kwart eeuw titelloos en vermeldde het voetstuk slechts: mei 1940.

Pas in 1978 werd een plaquette aangebracht waarop de officiële titel `De verwoeste stad' en de naam van de schenker staan vermeld. Maar iedereen noemt het beeld kortweg naar de naam van de maker: `Zadkien'. Onvermeld bleef dat de Rotterdamse Steenhouwerij het materiaal voor het voetstuk gratis beschikbaar had gesteld uit een partij Noors labradorgraniet, dat oorspronkelijk was bestemd voor de sokkel waarop in Berlijn een kolossaal beeld van Adolf Hitler had moeten verrijzen.

Rotterdam is trots op zijn Zadkine. Maar niet iedereen is gelukkig met de plek waar het staat. In 1953 had Zadkine zelf de kop van de Leuvehaven aangewezen, ,,waar het beeld moet oprijzen in een geweldige ruimte en van ver en veel kanten zichtbaar is'. Sindsdien is het twee keer opgeschoven, voor de bouw van de metro en het Maritiem Museum. De ruimte om `De verwoeste stad' is volgebouwd. Wie nu Jan Gat wil zien, moet er naar zoeken.