Europa wacht koude pensioenwinter

In Frankrijk en Oostenrijk werd gisteren geprotesteerd tegen ingrepen in de pensioenen. Ook elders in Europa borrelt het. Duitsland verwacht een `hete herfst' en Nederland zware bezuinigingen. Een Europese rondgang.

`Pensioenroof' en `diefstal' riepen gisteren tienduizenden demonstranten op de Heldenplatz in Wenen. Niet alleen in Frankrijk lag het openbare leven plat uit protest tegen de pensioenplannen van de regering. In Oostenrijk gingen voor de tweede keer deze maand boze burgers de straat op om te ageren tegen de plannen van de regering.

De sociale onrust borrelt in heel West-Europa. In tal van Europese landen zetten werknemers zich schrap tegen de afslanking van het pensioensysteem.

,,Er bestaat in West-Europa een koortsachtige druk om te hervormen. We zitten allemaal in één boot, sommigen zitten voorin, zoals Duitsland en Oostenrijk, anderen achterin. Maar we drijven allemaal naar de waterval toe'', reageerde Meinhard Miegel, een van de toonaangevende sociologen in Duitsland en directeur van het Instituut voor Economie en Maatschappij in Bonn. De onrust zal zich niet beperken tot Oostenrijk en Frankrijk, verwacht Miegel. Zodra de Duitse regering binnenkort concrete plannen op tafel legt voor sociale hervormingen, gaan ook de Duitsers de straat op.

Eén ding staat vast. De West-Europese welvaartsstaat, die na de Tweede Wereldoorlog werd opgebouwd, is over het hoogtepunt heen. De ommezwaai naar bescheidenheid moet worden gemaakt. Nederlanders, Duitsers, Belgen, Fransen of Oostenrijkers – Europeanen zullen allemaal langer moeten werken en aan het eind van de rit wacht een lager pensioen.

,,Europa zal hard moeten ingrijpen om te voorkomen dat de pensioenen onbetaalbaar worden'', stelde het Economisch Bureau van ABN Amro deze week in een rapport vast. Als de huidige pensioenstelsels niet worden aangepast, zal dat over vijftig jaar tekorten opleveren die niet meer te financieren zijn. De bevolking in Europa wordt snel ouder en er worden minder kinderen geboren. Daardoor lopen niet alleen de pensioenkosten op, ook de kosten voor de gezondheidszorg. In Nederland wordt nu al 80 procent van de zorgkosten besteed aan bejaarden.

In de toekomst zullen pensioenen en zorg een groeiend deel van het nationaal inkomen voor hun rekening nemen. In Nederland slokten de pensioenkosten in 2000 nog 7,9 procent op van het bruto binnenlands product (bbp). Maar in landen als Italië (14 procent) en Oostenrijk (14,5 procent) was dat bijna twee keer zoveel, zo blijkt uit een vergelijkend onderzoek van de Europese Unie naar de pensioensituatie in de lidstaten. Verandert er niets, dan lopen de kosten alleen al voor de belangrijkste twee economieën in Europa zorgwekkend op: in 2030 zal in Frankrijk 16 procent van het bbp in beslag worden genomen door pensioenlasten, in Duitsland 15,5 procent.

Nu al lukt het de regering van bondskanselier Gerhard Schröder en de Franse premier Jean-Pierre Raffarin niet de begrotingstekorten te beteugelen. ,,Een radicale aanpak is vereist om de problemen te lijf te gaan'', zegt Paul de Grauwe, econoom aan de Universiteit van Leuven.

Overheden zijn gedwongen maatregelen te nemen om de pensioengelden te kunnen vrijwaren. Vooral in landen als Frankrijk, Italië, Duitsland, maar ook België en Oostenrijk waar de staat grotendeels voor de pensioenen opdraait, zijn harde maatregelen nodig. Anders kunnen pensioenen niet worden uitbetaald. Raffarin waarschuwde dat Frankrijk in 2020 een tekort zal hebben van 65 miljard euro in het pensioenfonds als de regering niet ingrijpt.

Het meest voor de hand liggende recept luidt: langer werken zodat werknemers langer premie betalen. De vijf miljoen ambtenaren mogen hun hakken in het zand zetten, maar als het aan de Franse regering ligt moeten ook zij langer werken om voor een normaal pensioen in aanmerking te komen.

,,We buigen niet voor de macht van de straat'', zei Raffarin. Dat betekent net zo lang werken als werknemers in het bedrijfsleven die met hun 60ste met pensioen kunnen. Tal van ambtenaren, zoals politieagenten, treinmachinisten en leraren, kunnen zelfs al met 55 jaar met pensioen. In Oostenrijk, waar de regering 90 procent van de pensioenen voor haar rekening neemt, zijn de maatregelen ingrijpender. De Oostenrijkers zullen veel langer moeten werken, tot hun 65ste. De meeste mannen gaan nu met 59 jaar met pensioen, vrouwen met 57 jaar. ,,De maatregelen hakken erin'', zegt Alois Guger, econoom bij het Instituut voor Economisch Onderzoek in Wenen. ,,Het pensioenvoorstel van de regering-Schüssel betekent op den duur een kwart minder pensioen'', zegt Guger. Op een doorsnee pensioen van 1.000 euro per jaar is dat een ,,aderlating''.

In Duitsland wil de regering de pensioengerechtigde leeftijd optrekken naar 67 jaar als onderdeel van een groter sociaal hervormingspakket. Maar ook daar heeft de vakbeweging `een hete herfst' aangekondigd. In Nederland wil het komende kabinet van CDA, VVD en D66 de aanstormende vergrijzing te lijf gaan met drastische bezuinigingen (minimaal 15 miljard), zodat de pensioenen betaalbaar blijven. Vervroegd uittreden en prepensioen worden afgeschaft en er moet in ieder geval worden doorgewerkt tot het 65ste levensjaar.

,,Reorganisatie van de Europese welvaartsstaat is onontkoombaar'', zegt De Grauwe. ,,Er zijn te veel regels waardoor er in Europa te weinig mensen werken.'' In België is nog maar 25 procent van de 55-plussers actief in het arbeidsproces. Dat is extreem, aldus De Grauwe. ,,Zweden heeft aangetoond dat sociale hervormingen en concurrentiekracht hand in hand gaan. Dat is hard nodig om in Europa meer economische groei te bereiken.''