Duitsland en Rusland verbroederd in amber

Ooit speelde Catherina de Grote er kaart bij het licht van 256 kaarsen. Een replica van de kostbare amberkamer gaat binnenkort open.

De stokoude Aleksander Kedrinksi schuifelde gisteren peinzend langs de rij gouden Atlassen die de eindeloze gevel van het Catherinapaleis torsen, trekkend aan zijn sigaretje. Zijn levenswerk was volbracht: na een kwart eeuw studeren, experimenteren, slijpen en graveren is de amberkamer voltooid. ,,Het achtste wereldwonder'', zei een spreker gisteren. ,,Het grootste mysterie van de 20e eeuw.'' Eind deze maand openen president Poetin en bondskanselier Schröder de kamer als symbool van Duits-Russische vriendschap.

Kedrinski is een van de weinigen die de originele barnsteenkamer als jongeman bestudeerde, voordat Duitse SS-troepen in 1941 de amberpanelen, mozaïeken en spiegels afvoerden naar Köningsberg. `Heim ins Reich' werd de kamer een jaar later tentoongesteld, om in 1945 te verdwijnen. Sindsdien is rond de verloren amberkamer een cultus ontstaan die met name in Duitsland licht hysterische trekken vertoont. De panelen liggen in een ondergelopen mijn bij Köningsberg, weet de een. In zoutmijn bij Chemnitz, zegt de ander. Drie jaar geleden groeven Duitsers en Tsjechen elk van hun kant van de grens verbeten naar een grot waar de SS de panelen verborgen zou hebben. Duikploegen zochten in de Oostzee. Elders worden nog altijd riolen doorzocht, bunkers uitgegraven, valse muren ingeslagen. Medio jaren negentig kreeg de speurtocht een nieuwe impuls toen een kast en een mozaïek uit de kamer onverwachts opdoken.

Op dat moment was de replica al half voltooid. Na een geduldige lobby van Kedrinski, die zijn haar eens oranje verfde uit protest tegen de trage besluitvorming, stelde de Sovjet-Unie in 1979 acht miljoen euro beschikbaar om een kopie te maken. De restaurateurs hadden slechts zwart-wit foto's en één kleurenfoto van het orgineel. De kleuren van de nieuwe kamer zijn dus deels op gevoel gebaseerd – en veel te rood, aldus een dissidente restaurateur. Het ambacht van het graveren, van het verhitten van amber tot de juiste tint geel, oranje of rood, was verloren gegaan.

Medio jaren negentig was het geld op en leek het project te stranden. Toen stapte Ruhrgaz in de bres. Als grootafnemer van Russisch gas stelde het bedrijf in 1999 als exclusieve sponsor 3,5 miljoen dollar beschikbaar. Ergens steekt het de Russen dat ze het project met Duits geld moesten voltooien. Toen Rusland belasting dreigde te heffen over de donatie, wilde Ruhrgaz zich zelfs terugtrekken. ,,Er is moed voor nodig om een hulp te accepteren'', merkte minister Sjvidkoi gisteren op. ,,Rusland en Duitsland naderen elkaar met kleine stapjes, maar de kooltjes van de Koude Oorlog kunnen soms hoog opvlammen.''

Nog twee weken poetsen, dan komen Poetin en Schröder naar de amberkamer, een hoogtepunt in de viering van het 300-jarig jubileum van Sint Petersburg. De pers mocht gisteren kijken. Een kamer van honderd vierkante meter, tot het acht meter hoge plafond belegd met honinggeel, oranje en vuurrood amber. Verlicht door 256 kaarsen moet het mysterieus hebben gegloeid op de avonden dat tsarina Catherina de Grote er kaart speelde. Maar voor het moderne oog is de amberkamer, na alle ophef, toch een beetje een anticlimax. Razend knap, de ornamenten van onyx en lapis lazuli, de krullen en wapenschilden, de dieprode brokken amber met minuscule molentjes, boertjes en soldaten erin gegraveerd. Bijna een kwart eeuw hebben de restaurateurs met microscopen boven zes ton amber van de hoogste kwaliteit gezwoegd, het haar en de longen vol amberstof. Maar onder elektrisch licht oogt het geheel net iets te nieuw, als plastic. ,,Het moet er zo uitzien als in 1716'', zegt Kedrinkski. Hij alleen kan de vraag beantwoorden: welke kamer is mooier, de oude of de nieuwe? ,,De replica'', zegt hij resoluut. ,,Het orgineel is overschat. Ik herinner me mijn ontgoocheling toen ik de kamer voor het eerst zag. Zij was dof, bruinig.''

De vloerpanelen werden begin 18e eeuw gemaakt voor Frederik I. Zijn zoon Frederik Wilhelm, de `soldatenkoning', schonk de kamer in 1716 aan Peter de Grote in ruil voor 55 `lange Kerl' voor zijn leger. Pas in 1770 voltooide architect Rastrelli de amberkamer in het Caterinapaleis. Hij voegde er toppanelen aan toe, Venetiaanse spiegels met gouden nimfen, Florentijnse mozaïeken die de zintuigen verbeelden. Maar door het zonlicht vervaalden in de loop der tijd de tinten, een knullige restauratie versnelde dat verval.

De nieuwe amberkamer zal zoiets niet overkomen. Air-conditioning houdt de kamertemperatuur constant, zonlicht valt gefilterd naar binnen. Maar hoe nu verder met de restaurateurs? Zij zijn nu meesters in een ambacht waarnaar weinig vraag is. Amber wordt nog altijd gedolven, als grondstof voor goedkope sieraden. ,,Voor goede restaurateurs is altijd werk'', zegt projectleider Igdalov. Desnoods slijpen we souvenirs voor het winkeltje van het Catherinapaleis, mompelt een medewerker.