Donner wacht nog even met screening

Demissionair minister Donner (Justitie) laat periodieke screening van ambtenaren afhangen van onderzoek naar de aard en omvang van corruptie en fraude in het ambtelijk apparaat.

Donner noemde periodieke screening 'een forse ingreep' in het persoonlijke leven van betrokkenen waarvoor rechtvaardigingsgrond moet bestaan.

De minister zei dat gisteren in de Tweede Kamer in reactie op een rapport van de criminoloog H. Nelen van de Vrije Universiteit Amsterdam. Ambtenaren op kwetsbare posities worden alleen bij indiensttreding gescreend, later in hun carrière niet meer, was een bevinding na bestudering van 150 rapporten van de Rijksrecherche over corruptie-en fraude in het ambtelijk en bestuurlijk apparaat.

Volgens Donner nam de conclusie uit dat VU-onderzoek en eerder een rapport van de Raad van Europa over dat er onvoldoende inzicht is in de aard en omvang van corruptie. ,,De corruptie kan groter zijn dan we verwachten. (..) We moeten weten wat we bestrijden voordat we maatregelen nemen.'' Donner gaf tijdens het debat in de Tweede Kamer over de bevindingen van de parlementaire enquêtecommissie bouwnijverheid al aan dat hij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) gevraagd heeft om dat corruptie-onderzoek te verrichten.

Volgens criminoloog Nelen is periodieke screening voor een aantal overheidsinstellingen 'geen overbodige luxe'. Dergelijk onderzoek zou zich vooral moeten richten op nevenfuncties die ambtenaren bekleden. ,,Afgaande op de onderzochte zaken van de rijksrecherche en de aanvullende interviews ligt dat terrein nog goeddeels braak.''

Registratie laat in veel ambtelijke organisaties te wensen over en ambtenaren worden door leidinggevenden zelden aangesproken op mogelijke belangenverstrengeling.