De ene tomaat is de andere niet

Amerika wil gmo's op de Europese markt brengen, omdat er geen wetenschappelijk bewijs is dat ze gevaarlijk zijn voor mensen. Voor de huidige gmo's lijkt dat zo te zijn. ,,Maar we moeten de vinger goed aan de pols houden.''

In de discussie rond genetisch gemanipuleerde voedingsmiddelen is de centrale vraag of deze gevaren opleveren voor de menselijke gezondheid. ,,Ik zie ze niet'', zegt dr. E. Kok van het Rijks-Kwaliteitsinstituut voor Land- en Tuinbouwproducten (RIKILT). Volgens Kok worden genetisch gemanipuleerde organismen (gmo's) streng getest. Dat gebeurt volgens de Europese Novel Food Verordening die sinds 1997 van kracht is. De fabrikant van een nieuw voedingsmiddel waarin een gmo is verwerkt, moet aantonen dat zijn product veilig is. De eerste stap in dat onderzoek vergelijkt het gemanipuleerde met het traditionele, niet-gemanipuleerde product. Is het `wezenlijk gelijk'? Een gmo, of een ingrediënt daarvan, moet volgens dit concept gelijk zijn aan het niet-gemanipuleerde product, of ingrediënt. Zo zijn er in Europa acht typen koolzaadolie op de markt die uit genetisch gemanipuleerd koolzaad worden gewonnen. De gm-olie is identiek aan de traditionele olie. Dus wordt de gm-olie op de markt toegelaten. Het concept van `wezenlijke gelijkheid' gaat uit van de jarenlange ervaring die we hebben met bestaande voedingsmiddelen. Als die veilig zijn, wordt ervan uitgegaan dat een vergelijkbaar gmo ook veilig is.

Als er bij de beoordeling onduidelijkheden zijn, volgen verdere tests. Bijvoorbeeld op mogelijke giftigheid. Ook wordt onderzocht of een product ingrediënten bevat die bij de mens allergieën kunnen veroorzaken. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de Voedsel en Landbouw Organisatie van de Verenigde Naties (FAO) hebben zich in 1996 uitgesproken voor dit onderzoeksconcept.

In Europa zijn er tot op heden elf gmo's toegelaten. Een type maïs, een type soja, acht typen koolzaadolie, twee typen katoenolie, en het voedselingrediënt riboflavine. Dat laatste wordt gewonnen uit een genetisch gemanipuleerd micro-organisme. Het gm-riboflavine is identiek aan het normale product.

Een test op `wezenlijke gelijk' kan nog lastig zijn. De samenstelling van normale producten kan sterk variëren. De ene tomaat is de andere niet, zo blijkt uit onderzoek van RIKILT. Onderzoekers vergeleken tomaten van verschillende rassen en variëteiten. Ze bepaalden het gehalte aan eiwitten, vetten, koolhydraten, calcium, vitamine C, fosfor, chloor, kalium, natrium, magnesium, ijzer. Ook het gehalte aan giftige glycoalkaloïden werd vergeleken.

Uit het onderzoek bleek dat de concentratie koolhydraten uiteen liep van 283 tot 833 gram per kilo, de concentratie vitamine C varieerde van 3.448 tot 6.000 milligram per kileo en chloor van 3.636 tot 14.375 milligram per kilo, afhankelijk van het ras en de variëteit. Binnen de OECD loopt een project om de variatie van dit soort ingrediënten bij zeven grote gewassen vast te stellen.

Het onderzoek naar mogelijk allergene stoffen in een gmo, concentreert zich op het gen dat in het gewas is ingebracht. Het gen bevat informatie voor een eiwit – allergieën worden veroorzaakt door eiwitten. Zo'n eiwit wordt vervolgens vergeleken met bekende, allergie-opwekkende stoffen uit bijvoorbeeld noten of vis.

Maar dat is geen sluitende test, geeft dr. A. Pennings van TNO Voeding in Zeist toe. ,,Helaas bestaat er nog geen lijst met eigenschappen waaraan je een allergene stof kunt herkennen. Vergelijken met de bekende allergene stoffen is in dit geval het beste wat we kunnen doen.'' Ook ontbreekt het nog aan een goed diermodel om stoffen te onderzoeken op hun mogelijke allergene werking.

Niet alle voedselingrediënten vallen onder de Novel Food Verordening. Additieven, smaakstoffen en enzymen die uit gmo's worden gewonnen, hoeven nu niet onderzocht te worden. Maar dat gaat veranderen, aldus Kok. Eind volgend jaar vallen ze waarschijnlijk ook binnen deze Europese regelgeving. Van de huidige generatie gmo's verwacht Kok weinig gevaar. Dat zijn gewassen waarbij één of enkele genen zijn ingebracht. Maar bedrijven als Monsanto en Bayer werken ook aan gmo's waarbij complete, zogeheten metabole routes (processen in de cel om bijvoorbeeld vitamines of vetzuren te maken) worden veranderd. ,,Dan ga je flink ingrijpen in de samenstelling van de nutriënten'', zegt Kok. ,,En dan moet je de vinger toch goed aan de pols houden.''