Straatgevecht om Franse pensioenen

Frankrijk wordt vandaag getroffen door een staking die geldt als eerste schot in een strijd tegen de plannen van de regering-Raffarin voor hervorming van het pensioenstelsel.

Zwarte dinsdag. Het is vandaag weer eens `een dag van alle gevaren' in Frankrijk. De hele transportsector inclusief de luchtvaart, het onderwijs en de elektriciteits- en gasbedrijven zijn vandaag de straat opgegaan. Eén op de vier hogesnelheidstreinen en één op de vijf metro's rijdt niet, 80 procent van de vluchten is afgelast en de post wordt niet bezorgd. De stakers demonstreren tegen de door de regering van Jean-Pierre Raffarin voorgestelde hervorming van het pensioenstelsel.

Die hervorming kan vooralsnog alleen de goedkeuring wegdragen van Jacques Chirac, de Franse president, grote baas achter de schermen en eindverantwoordelijke voor de beslissingen van de regering. Chirac noemde het vorige week bekendgemaakte wetsontwerp `goed voorbereid', al waarschuwde de president dat de regering wel `bijzondere aandacht' zal moeten geven aan de moeilijke gevallen.

De door demografische ontwikkelingen noodzakelijk geworden hervorming van het pensioenstelsel is een politiek loodzware kwestie. Ça passe ou ça casse erop of eronder – heet het ook nu weer. Voor het bedrijfsleven zijn er vooralsnog niet al te grote wijzigingen ophanden, maar voor de reusachtige publieke sector alleen al het onderwijs telt een miljoen werknemers dreigt beknibbeling op een lange lijst van door de jaren heen verworven rechten en voordelen ten opzichte van het bedrijfsleven.

In Frankrijk betaalt de werkende generatie voor het pensioen van de gepensioneerde, een systeem waarvan niemand – ook de hervormingsgezinden niet – het bestaansrecht aanvecht. Het geeft uitdrukking aan de solidariteit en de maatschappelijke samenhang die onlosmakelijk verbonden zijn met het aan niets minder dan de Revolutie ontleende broederschapsideaal. Daarom, en omwille van de traditie, voelen de Fransen niets voor verandering van systeem of voor een mengvorm, met geïndividualiseerde spaarplannen of fondsen die premiegelden beleggen. Gezien de beursmalaise is die benadering nu minder bespreekbaar dan ooit.

Maar een onoverkomelijk bezwaar tegen het huidige, zogenoemde omslagstelsel is dat het onbetaalbaar wordt. De vergrijzing rukt op, de na-oorlogse babyboom gaat de komende jaren veranderen in een `papi' (opa-)-boom. [Vervolg FRANKRIJK: pagina 13]

FRANKRIJK

Pensioenen moeten anders, maar hoe?

[Vervolg van pagina 11] De noodzaak tot hervorming staat zelf niet ter discussie. Maar, zoals dagblad Libération stelt, ,,de Fransen houden van hervormers, zolang ze niet tot actie overgaan''. De onwil vertaalt zich, volgens dezelfde krant, in: ,,wel hervorming, maar niet deze''. Raffarins breed geëtaleerde voornemen maakte dan ook deel uit van een ware campagne om de geesten rijp te maken. Dit voorjaar werd besteed aan overleg tussen de sociale partners en de verantwoordelijke minister, François Fillon. Daarna trachtte `communicator' Raffarin via een open brief in de kranten begrip te kweken voor de plannen.

Nu is de fase van de `verkoop' begonnen en van het verzet. Tegenover dat verzet stelt Raffarin ,,openheid en vastberadenheid''. Het gepleegde overleg paste bij het eerste, zijn verzekering, vorige week, dat er geen sprake kan zijn van `loven en bieden' bij het tweede. ,,Als we vandaag niet hervormen, stort het systeem in elkaar'', zo zei de premier.

Raffarin is zich ervan bewust dat zijn positie in het geding is. Hij heeft in zijn plannen de speciale pensioenregelingen van de spoorwegen, de metro en de energiebedrijven ongemoeid gelaten, omdat de werknemers van deze machtige sector het land kunnen lamleggen. Hun vertrouwen heeft hij daarmee niet gewonnen; integendeel, de bonden hebben de uitzonderingsbehandeling waarschijnlijk niet ten onrechte uitgelegd als een poging om te verdelen en te heersen. Vandaag staat de transportsector juist vooraan.

Over en weer beschuldigt men elkaar inmiddels ook van leugens. Volgens de vakbonden liegt de regering, omdat zij beweert dat niemand erop achteruit gaat, en volgens de regering is dat weer een leugen van de vakbonden.

Voornaamste doelwit van de regering is aanpassing, in 2008, van de periode van premieafdracht door de publieke sector (37,5 jaar) aan die van de particuliere sector (40 jaar), voor een gelijkblijvend pensioen. In 2012 wordt dat voor beide sectoren 41 jaar, in 2020 42 jaar. Zestig jaar wordt, met uitzondering van `zware' sectoren als onderwijs en politie, de minimumleeftijd voor pensioengerechtigdheid. Wie à la carte daarvoor kiest, is gerechtigd aan te blijven tot zijn vijfenzestigste. Het laatste wordt, anders dan nu, beloond met een hoger pensioen.

Verlenging van de periode van premiebetaling en invoering van de mogelijkheid langer door te werken vormen een complexe boodschap. Opeenvolgende regeringen hebben ten behoeve van de werkgelegenheid juist zaak gemaakt van arbeidstijdverkorting.

Los daarvan is het moment voor hervorming het slechts denkbare. Brussel heeft Frankrijk de wacht aangezegd wegens een ontoelaatbaar hoog begrotingstekort. Raffarins consigne aan zijn ministers is dit jaar geen cent meer uit te geven dan vorig jaar. Vertrouwen en optimisme zijn ver te zoeken. Zestig procent van de Fransen staat dan ook achter de stakingen.

Dat wil niet zeggen dat de vakbonden verzekerd zijn van succes. Meer dan driekwart van de Fransen zegt niet bereid te zijn de straat op te gaan. Dat verschil heeft te maken met goedkeuring van delen van Raffarins plannen (met name de mogelijkheid langer door te werken voor een hoger pensioen) en met het verschil tussen de ambtenaren en de particuliere sector.