Speuren naar compromis op Korfoe

EU-landbouwministers speurden gisteren op Korfoe naar een compromis in het politiek gevoelige landbouwdossier. Boeren moeten straks produceren wat consumenten echt wensen.

Renate Künast, de `groene' Duitse minister is optimistisch dat de Europese Unie volgende maand tot een akkoord komt over een hervorming van het landbouwbeleid. ,,In alle lidstaten is men nu aan het rekenen geslagen. Het zou slechter zijn als iedereen nee zou zeggen.'' Haar Nederlandse collega, minister Cees Veerman van landbouw, ziet nog ,,grote verschillen'' maar acht de kans op een akkoord groter dan de helft.

Speuren naar een compromis in het politiek uiterst gevoelige landbouwdossier, dat is het devies voor de Europese landbouwministers op het Griekse eiland Korfoe tijdens een informele bijeenkomst. Kern van de vorig jaar juli gelanceerde voorstellen van Eurocommissaris Franz Fischler is de ontkoppeling van de directe inkomenssteun aan boeren van de productie. Boeren kunnen dan produceren wat de consumenten echt wensen en niet wat de meeste subsidie oplevert. Bovendien kunnen ze worden beloond voor voedselkwaliteit, milieuzorg en dierenwelzijn. Elke boer krijgt één bedrijfstoeslag gebaseerd op de steun in de periode 2000-2002. Daarnaast wil Fischler een deel van de inkomenssteun gebruiken voor plattelandsontwikkeling, iets wat nauwelijks omstreden is.

Fischlers voorstel geldt als de grootste hervorming sinds de totstandkoming van het gemeenschappelijke Europese landbouwbeleid. Minister Künast spreekt onomwonden van een ,,revolutie''. Zij is sterk voor hervormingen, omdat deze een milieuvriendelijker en duurzamer landbouw mogelijk maken. Frankrijk heeft zich als grootste netto-ontvanger uit het Brusselse landbouwbudget (van ruim 40 miljard euro per jaar) altijd het felst verzet.

Ingewijden onderstrepen dat een Europees landbouwakkoord slechts mogelijk is, wanneer Duitsland en Frankrijk het eens worden. Dat bleek nog eens op de EU-top van oktober, toen de Duitse bondskanselier en de Franse president overeenkwamen het landbouwbudget tot 2013 vrijwel te bevriezen. Dat is vooral gunstig voor netto-betalers als Duitsland en Nederland. Parijs ging er vanuit dat in ruil daarvoor het landbouwbeleid voorlopig niet ingrijpend zou worden hervormd. Maar Fischler wil zijn plan snel doorzetten. De EU kan volgens hem zo haar positie bij de handelsbesprekingen in de WTO (Wereldhandelsorganisatie) versterken, omdat het landbouwbeleid minder handelsverstorend wordt.

De landbouwministers spraken tot nu toe vooral over wat ze niet willen. Op Korfoe kwamen diverse bewindslieden voor het eerst met ideeën voor een compromis. De Franse landbouwminister, Hervé Gaymard, is de enige die z'n kaarten voor de borst houdt. Het initiatief is volgens hem aan de Commissie. ,,Als de Commissie niet beweegt komt er in juni geen akkoord.'' Zuidelijke landen als Italië en Spanje toonden zich op Korfoe al veel minder afhoudend dan een paar maanden terug. Wel geldt voor hen dat arme regio's aan hun trekken moeten komen met meer geld voor plattelandsontwikkeling. Ook de Ierse minister, die zich eerder uiterst bezorgd toonde over mogelijke negatieve gevolgen voor de in zijn land belangrijke rundveesector, was nu positiever over een akkoord. Volgens een recent Commissie-rapport heeft de ontkoppeling geen negatieve gevolgen voor inkomens van rundveeboeren. Velen denken nu aan partiële ontkoppeling.

Minister Künast was op Korfoe het meest concreet met een voor Duitsland belangrijk voorstel, dat meer geld moet opleveren voor boeren die extensieve veeteelt bedrijven in grote weidegebieden. ,,Dat is belangrijk als je duurzame en milieuvriendelijke landbouw wil'', zo onderstreepte Künast. Het plan van Fischler bevoordeelt intensieve veebedrijven, omdat de huidige inkomenssteun toeneemt met het aantal dieren. Dat betekent dat intensieve veeboeren straks ook relatief meer ontkoppelde inkomenssteun zouden krijgen. Künast wil geld vrijmaken door de huidige runderpremies voor 50 procent te ontkoppelen. De nationale lidstaten zijn zelf verantwoordelijk voor de herverdeling van het geld over hun boeren. Er komt geen herverdeling tussen lidstaten, waardoor politieke problemen worden vermeden.

De Belgische minister, José Happart, kwam met een voorstel om te voorkomen dat boeren met ontkoppelde steun oneerlijke concurrentie gaan bedrijven tegen telers van `vrije' producten als groenten, die nu en dus ook straks geen steun krijgen. Hij wil dat er voor gesubsidieerde boeren op dit punt beperkende regels komen. Veerman, die zich steeds positief heeft getoond over de richting van Fischlers hervormingsplan, deelt de Belgische vrees voor oneerlijke concurrentie. Hij ziet nog meer problemen. Zo is nog veel onduidelijk over de criteria op basis waarvan boeren moeten worden beloond voor bijvoorbeeld `publieke' diensten als landschapsonderhoud en milieuzorg en over de controle op de uitvoering van de regels waaraan boeren zich moeten houden. Veerman wijst ook op de herverdelingseffecten binnen de landbouwsector. Ook zijn er effecten voor de grondmarkt. Hij meent net als veel van zijn collega's dat volledige doorvoering van een nieuw steunregime slechts stapsgewijs over een lange periode mogelijk is.

Minister Künast sprak van ,,veel'' Frans-Duitse contacten om een compromis te bereiken. Gaymard gaf aan zich ,,in principe'' te kunnen vinden in Künast's voorstel voor meer steun aan groene gebieden met extensieve veeteelt. Maar hij was zeer gereserveerd over partiële ontkoppeling van de directe inkomenssteun. Bovendien is de Franse minister tegen Fischlers voornemen een deel van de inkomenssteun te gebruiken voor de financiering van markthervormingen in de graan- en zuivelsector. Topambtenaren uit alle lidstaten gaan de komende weken mogelijke oplossingen op een rij te zetten. Fischler, die als geen ander het pokerspel om de landbouw kent, is optimistisch: ,,We komen dichter en dichter bij praktische oplossingen.''