Reclame goudmijn voor farmacie

De uitgaven aan medicijnen zullen de komende jaren harder stijgen dan welke post ook in de zorg. Hoe meer reclame een farmacieconcern maakt, hoe duurder hij een medicijn kan maken.

Farmacieconcerns zeggen dat het steeds meer geld kost om nieuwe medicijnen te ontwikkelen en op de markt te brengen. Maar volgens critici is het met name de marketing die de bedrijven steeds meer geld kost. Met name in Amerika geven de concerns veel geld uit om nieuwe medicijnen rechtstreeks bij de patiënten onder de aandacht te brengen. Innovatieve farmacieconcerns (ontwikkelaars van nieuwe medicijnen) geven ongeveer een kwart van hun omzet uit aan marketing, zo blijkt uit onderzoek. De farmaceuten zelf ontkennen die cijfers, maar weigeren inzage te geven in de opbouw van hun omzet.

Van alle kosten in de zorg zullen in Nederland de uitgaven aan medicijnen de komende jaren veruit het hardst stijgen. Dat blijkt uit de Zorgnota 2003, die het ministerie van Volksgezondheid (VWS) vorig jaar met prinsjesdag presenteerde. De totale kosten van de zorg in 2003 worden geraamd op circa 44 miljard euro. Daarvan wordt ongeveer de helft aangemerkt als `loongevoelige' kosten. Dat wil zeggen, behalve loon ook toeslagen voor bijvoorbeeld woon-werkverkeer en overwerk. De uitgaven aan medicijnen (inclusief transplantaties en hulpmiddelen zoals hoortoestellen en rollators) bedragen dit jaar naar schatting 3,9 miljard euro. Dat is bijna 9 procent van het totaal. Vergeleken met andere Europese landen is dat nog aan de lage kant. In 2007 zullen de totale zorgkosten naar verwachting zijn opgelopen tot ruim 49 miljard euro. De medicijnuitgaven bedragen dan 5,3 miljard euro, ofwel 10,6 procent. Het meeste geld in de zorg gaat naar de curatieve zorg (waaronder huisarts, fysiotherapie, tandarts, kraamzorg, ambulances). Dat bedrag stijgt de komende vier jaar met circa 10 procent, naar 18 miljard euro.

In vier jaar tijd stijgen de medicijnkosten omgerekend met 36 procent! Volgens een vorig jaar verschenen rapport van het Centraal Planbureau (CPB), het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is de stijging voor de ene helft terug te voeren op volume – er zullen meer geneesmiddelen worden geslikt, onder andere omdat de bevolking vergrijst – en voor de andere helft op prijs – er worden veel nieuwe, dure medicijnen verwacht.

De omzet van de cholesterolverlagers, waarvan simvastatine er één is, steeg vorig jaar veruit het hardst. De kosten namen met 30 miljoen euro toe tot in totaal 266 miljoen euro. De cholesterolverlagers behoren tot de groep van medicijnen tegen hart- en vaatziekten. Daar geeft Nederland het meeste geld aan uit. Dat is ook de eerste groep die een woordvoerder van Nefarma, de brancheorganisatie van de innovatieve farmaceutische industrie, noemt als haar gevraagd wordt naar de toekomst. ,,Je kunt nooit voorspellen welke geneesmiddelen uiteindelijk de markt halen'', zegt ze. ,,Maar er zijn een aantal groepen waar de industrie veel inspanningen aan verricht.'' Volgens haar zijn dat naast medicijnen tegen hart- en vaatziekten, ook medicijnen tegen kanker, tegen ziekten van het centrale zenuwstelsel (depressie, dementie), tegen ademhalingsstoornissen, suikerziekte en pijn. Ook voor aids worden veel experimentele medicijnen en vaccins ontwikkeld. Daarnaast verschijnen er steeds meer weesgeneesmiddelen, medicijnen tegen zeldzame ziektes. Omdat het hierbij gaat om kleine groepen patiënten, zijn deze medicijnen erg duur. Zo kost een behandeling voor de erfelijke spierziekte van Gaucher op jaarbasis 175.000 euro.

Het rapport van CPB, SCP en RIVM constateert nog veel problemen op het gebied van medicijnen. De overheid heeft de afgelopen jaren talloze regels en wetten ingevoerd om de medicijnkosten te beheersen en om de kwaliteit van de medicijnvoorziening te garanderen. Maar artsen maken nog regelmatig fouten met voorschrijven, apothekers zijn te veel uit op geld, patiënten breken hun therapie vaak voortijdig af en farmacieconcerns zetten hun nieuwe producten erg agressief in de markt.

Kenmerkend voor de medicijnmarkt is de ongelijke verdeling in informatie. Een farmaceut heeft jarenlang onderzoek gedaan aan een medicijn, en kent alle voor- en nadelen. Een arts weet weinig van een nieuw middel. Artsenbezoekers zullen met name de positieve kanten van een medicijn benadrukken. Daarnaast zijn de artsen ongevoelig voor de prijs – de zorgverzekeraar betaalt immers. Datzelfde geldt voor de consument. Als er meerdere varianten van een medicijn beschikbaar zijn, zoals bij simvastatine nu het geval is, vraagt hij niet automatisch naar de goedkoopste versie. Uit onderzoek blijkt dat de ongevoeligheid voor de prijs toeneemt naarmate de promotie voor een middel stijgt. Hoe meer reclame, hoe makkelijker een farmaceut prijsstijgingen kan doorvoeren. Reclame betekent marktmacht. In Amerika mogen farmaceuten de consument direct benaderen via publieksmedia zoals de tv. In Europa mag dat niet. Er is vorig jaar wel een poging gedaan om `objectieve informatieverstrekking' toe te staan voor aids, suikerziekte en astma. Maar dat plan is afgeketst.

Nu de zorgverzekeraars de regierol krijgen, is de verwachting dat zorg efficiënter wordt. Maar het rapport van CPB, SCP en RIVM waarschuwt ook voor mogelijke kartelvorming van de verzekeraars. De laatste jaren zijn ze in hoog tempo met elkaar gefuseerd. Bij de drie grootste spelers – VGZ, CZ en Menzis – zijn circa zes miljoen ziekenfondsverzekerden angesloten.

Volgens het rapport van CBP, SCP en RIVM kan de overheid nog een grote bijdrage leveren aan de beheersing van de medicijnkosten, hoewel ze zich langzaam uit die sector terugtrekt. Dat kan via het onderwijssysteem. Hoger opgeleiden leven over het algemeen gezonder. Ze roken minder, bewegen meer en eten minder vet. Door het verhogen van het opleidingsniveau zou de staat zich veel geld kunnen besparen aan medicijnuitgaven. Zeker nu steeds meer mensen last krijgen van overgewicht, waardoor de kans op hart- en vaatziekten en suikerziekte stijgt. Maar, hoe maakbaar is de samenleving?