Ramp Enschede: vrijspraak De V.

De 35-jarige André de Vries uit Enschede is gistermiddag op vrije voeten gesteld nadat het Arnhemse gerechtshof hem in hoger beroep had vrijgesproken van brandstichting bij vuurwerkbedrijf S.E. Fireworks in Enschede. De directeuren van het bedrijf, R. Bakker en W. Pater, zijn gisteren tot één jaar gevangenis veroordeeld.

De Almelose rechtbank had De Vries op 22 augustus vorig jaar veroordeeld tot vijftien jaar gevangenis. De twee directeuren werden veroordeeld tot zes maanden, voor overtreding van milieuregels en illegale handel in vuurwerk. Anders dan de rechtbank acht het hof de beschuldiging `brand door schuld' wel bewezen. Bakker en Pater worden hierdoor medeverantwoordelijk gehouden voor de escalatie van de brand en de gevolgen.

Het bewijsmateriaal, grotendeels gebaseerd op uitlatingen van De Vries, was volgens het hof niet overtuigend genoeg. Bekentenissen van De Vries over zijn betrokkenheid bij de vuurwerkramp, onder meer tegen een undercoveragent,noemt het hof ,,vaag en inconsistent''. Deze missen ,,voldoende overtuigingskracht''. Het Openbaar Ministerie in Arnhem, dat vijftien jaar gevangenisstraf had geëist, weet nog niet of het in cassatie gaat.

De Vries, die sinds januari 2001 vast heeft gezeten, was zelf niet bij de uitspraak aanwezig. Zijn advocaat, A. Moszkowicz, zei gisteravond ,,enkele tonnen'' schadevergoeding te eisen.

Het gerechtshof in Arnhem keurde de infiltratie van een politieagent in het huis van bewaring goed. Moszkowicz zegt dat de agent zijn cliënt min of meer verhoord heeft, zonder kenbaar te maken dat hij agent is.

Het gerechtshof accepteerde tevens vuurwerksporen op de rode sportbroek van De Vries als bewijsmiddel. Dat er met de broek door rechercheurs ,,gesold'' is, zoals Moszkowicz zegt, is voor het hof niet van belang. ,,Zelfs als er met de broek grappen zijn uitgehaald, zijn de sporen op de broek daardoor niet veroorzaakt.''

Uit de vuurwerksporen blijkt volgens het hof dat De Vries op 13 mei 2000 ten tijde van de explosies op korte afstand van S.E. Fireworks was, hoewel hij dit altijd heeft ontkend. Zijn aanwezigheid betekent volgens het hof nog niet dat De Vries ook daadwerkelijk brand heeft gesticht. [Vervolg FIREWORKS: pagina 3]

FIREWORKS

Recherche 'verbeten'

[Vervolg van pagina 1] Verklaringen van andere getuigen, tegenover wie De Vries verteld zou hebben dat hij betrokken was bij de vuurwerkramp, worden door het gerechtshof ,,vormeloos, vaag en onsamenhangend'' genoemd.

R. Bakker en W. Pater, de beide directeuren van S.E. Fireworks, gaan in cassatie tegen de straf van één jaar cel die het gerechtshof heeft opgelegd. Gezien hun deskundigheid hadden de directeuren volgens het hof in Arnhem moeten weten wat de risico's waren van een brand op hun terrein, waar te veel en te zwaar vuurwerk was opgeslagen. Ook andere factoren, onder meer een falend toezicht van de overheid, hebben volgens het gerechtshof tot de vuurwerkramp geleid. Anderen zijn volgens het hof weliswaar ,,onbestraft gebleven, maar daarom nog niet minder medeschuldig''. De onachtzaamheid en onzorgvuldigheid van onder meer de overheid pleit S.E. Fireworks niet vrij. Bij de vuurwerkramp op 13 mei 2000 kwamen 22 mensen om het leven, raakten 950 personen gewond en werd een woonwijk vernield. Deze gevolgen kunnen volgens het hof alleen in een substantiële vrijheidsstraf tot uiting komen.

De grote maatschappelijke impact van de vuurwerkramp heeft het opsporingsonderzoek van politie en justitie volgens het hof zowel positief als negatief beïnvloed. De recherche heeft in het onderzoek naar De Vries een ,,zekere mate van verbetenheid getoond'' die gezien een groot aantal afgelegde onjuiste verklaringen de ,,geloofwaardigheid van het onderzoek niet ten goede is gekomen''. Twee rechercheurs die de leiding van het rechercheteam hebben beschuldigd van een tunnelvisie worden door het gerechtshof geprezen. Dat de oorzaak van de vuurwerkramp niet is achterhaald, lijkt volgens het hof op een brevet van onvermogen voor de recherche, maar dit is het niet. ,,Waar geen steen meer op de ander staat, is het moeilijk de onderste steen boven te krijgen.''

HOOFDARTIKEL: pagina 7