Ramp en recht

DE VUURWERKRAMP in Enschede – vandaag precies drie jaar geleden – heeft alle sporen van zijn oorzaak weggewist. Dat constateerde het gerechtshof te Arnhem gisteren in hoger beroep. Aan de vooravond van de herdenking deed het uitspraak in de strafzaken tegen de twee directeuren van het rampbedrijf S.E. Fireworks en André de Vries, die eerder tot vijftien jaar was veroordeeld wegens brandstichting. Het hof kwam tot een opmerkelijke correctie van de vonnissen die de rechtbank Almelo had geveld. In het geval van de directeuren had de rechtbank het falen van de overheid zwaar laten meewegen. ,,Onvoorstelbaar onzorgvuldig'' was de term die zij gebruikte en dat betrof zowel de staat als de gemeente. Het zat de Almelose rechters met name dwars dat de overheid in dit soort gevallen een beroep kan doen op strafrechtelijke immuniteit. Dat mag ergerniswekkend zijn, maar met reden brengt het gerechtshof in herinnering dat dit de twee directeuren niet ontslaat van een serieuze eigen verantwoordelijkheid. De in het gedoogtijdperk belangrijke vraag in hoeverre falen van de overheid in het voordeel van de verdachte burger mag werken, wordt nu voorgelegd aan de Hoge Raad.

De principiële vraag in het geval van André de Vries betrof het plaatsen van een undercoveragent op zijn cel tijdens zijn voorarrest. Juist omdat de ramp zijn eigen sporen had uitgewist was de justitie afhankelijk van verklaringen van getuigen – en van de verdachte. Deze moet bij een verhoor wel worden gewaarschuwd dat hij niet tot antwoorden verplicht is. Dit fundamentele recht is uit de aard der zaak niet gewaarborgd bij de inzet van een undercoveragent. Deze methode werd vorig jaar november dan ook afgekeurd door het Europees Hof voor de mensenrechten in een Engelse zaak.

Het gerechtshof in Arnhem is dit pijnlijke punt zoveel mogelijk uit de weg gegaan. Het acht de inzet van agent A 1046 op zichzelf wel geoorloofd, maar de door hem verzamelde opmerkingen van De Vries niet bruikbaar voor het bewijs. Het gerechtshof vindt dat de inzet van A 1046 in dit geval niet valt te vergelijken met een echt politieverhoor, en dat was wel de grondslag voor het afkeurend oordeel van het Europese Hof. Het onderscheid blijft echter dun. Het laatste woord over de inzet van `mollen' in de huizen van bewaring en gevangenissen is nog niet gezegd.

ONVERVAARD hebben de rechters in Arnhem wel de vinger gelegd op het tunnelzicht dat de opsporing en vervolging in de zaak-De Vries heeft gekenmerkt. Hier lijkt duidelijk een les geleerd van de Puttense moordzaak, waarin hetzelfde aan de orde was. Het gerechtshof in Arnhem kwam destijds wel tot een veroordeling, die onlangs in herziening niettemin ongedaan werd gemaakt. ,,Rechtspraak is geen wiskunde'', zei de voorzittende rechter bij deze laatste gelegenheid. Juist dat maakt de waarschuwing van het Arnhemse hof tegen de `verbetenheid' in de zaak-De Vries zo relevant. Het resultaat is niet gering: vrijspraak na een aanvankelijke veroordeling tot 15 jaar. En dat is een zaak met enorme maatschappelijke impact. Het herinnert eraan dat ook een vrijspraak een vorm van recht doen is.