Pleidooi voor snel ingrijpen in Congo

Het hoofd van de VN-vredesoperaties, Jean-Marie Guehenno, heeft gisteren gewaarschuwd voor een bloedbad in de Oost-Congolese provincie Ituri als de Veiligheidsraad niet snel besluit tot uitbreiding van de troepenmacht in het gebied. De Pakistaanse voorzitter van de veiligheidsraad, Munir Akram, zei gisteren dat een besluit over Congo niet voor het eind van de week mag worden verwacht.

De Veiligheidsraad besprak gisteren de mogelijkheden om op te treden tegen de gevechten in Noordoost-Congo die meer dan honderdduizend mensen hebben verjaagd en een ernstige bedreiging vormen voor het vredesproces in Congo. De mogelijkheden variëren van het uitbreiden van de bestaande vredesmissie in Congo van 4.300 man tot het inschakelen van een buitenlandse snelle reactie-eenheid die de steun krtijgt van de VN. Frankrijk heeft voor die rol gisteren belangstelling getoond. Volgens hoofd vredesoperaties Guehenno is het huidige aantal van 700 VN-militairen in Ituri ,,volstrekt ontoereikend''.

Twee rebellengroepen die bestaan uit leden van de Hema-stam, hebben gisteren Bunia bezet, de hoofdstad van Ituri. Volgens de UPC en de PUSIC zijn bij de slag om Bunia meer dan honderd strijders van de Lendu-stam gedood. Ze zeggen dat de vredesmissie van de Verenigde Naties bij het waarborgen van de veiligheid van de burgers ernstig is tekortgeschoten. Nadat het Oegandese leger zich vorige week terugtrok uit Bunia, zoals in een vredesakkoord was overeengekomen, ontstonden onmiddellijk gevechten tussen rivaliserende stammen, waarmee de Lendu-meerderheid zich richtte tegen de Hema-minderheid.

De leider van de UPC, Thomas Lubango, zei gisteren dat zijn beweging had ingegrepen om de rust in de regio te herstellen, de strijdende partijen te scheiden en vluchtelingen de kans te geven om naar huis terug te keren. Lendu's toonden weinig vertrouwen in die geruststellende woorden van de Hema-rebellengroep: ze zijn massaal gevlucht.

De strijd tussen Hema's en Lendu's dateert al uit het begin van de vorige eeuw. Ze kreeg een nieuwe impuls door de Congolese burgeroorlog die in 1998 begon. Rwanda en Oeganda maakten eerst gebruik van plaatselijke milities om het Congolose regeringsleger te bestrijden, de laatste jaren ook om elkaar te bekampen. De UPC werd eerst gesteund door de Oegandezen, tegenwoordig door de Rwandezen. Maar volgens een VN-vertegenwoordiger in Congo heeft de UPC onlnags nog wapens van de Oegandezen gehad.

De Oegandese president Yoweri Museveni noemde de VN-vredesmissie in Congo afgelopen weekend ,,waardeloos''. ,,Zij blijven in hun auto's terwijl mensen 500 meter verderop worden gedood. Dat is gevaarlijk toerisme.''