Pingpongen

Nederland telt zo'n achthonderd buurthuizen. De Achterpagina bezoekt er deze week elke dag één. Vandaag de werklozenmiddag in De Spil in Nieuwegein.

Louis is met zijn 32 jaar de benjamin van het gezelschap. ,,Ik zit hier al tien jaar, maar ik ben nog steeds de jongste.'' Hij heeft een chronische alvliesklierontsteking en mag daarom niet actief worden. Nergens in, eigenlijk. ,,Dat houd ik de rest van mijn leven. Als het verkeerd gaat met die klier, ben ik de pineut. Ik draag een bommetje met me mee.''

Louis kan daarom wel twee dagen per week toekijken als de anderen op deze bijeenkomst voor langdurig werklozen gaan pingpongen, zelf spelen gaat niet. Dan maar ballenjongen – doet hem niks. Er is sowieso weinig dat hem nog wat uitmaakt, ,,ik heb me op deze situatie ingesteld''. Natuurlijk heeft hij nog wel wensen, een vriendin, kinderen misschien. Maar werk? Dat heeft hij uit zijn hoofd gezet. Een wild sociaal leven heeft hij niet nodig. In het begin was dat wel moeilijk, mensen van zijn leeftijd begonnen carrière te maken. ,,En ik bleef een beetje hangen. Onderin.''

Wat andere mensen van hem vinden, interesseert Louis niet zoveel. Zijn soort leven valt toch niet meer echt op in deze maatschappij, zegt hij. Zeventig procent van de mensen werkt zelf toch ook maar voor de helft, of zit ziek thuis. Echte vaste banen bestaan niet meer. Dat hoort Louis van iedereen om zich heen.

Een andere bezoeker, Jan-Willem, had wel zo'n vaste baan, in de binnenvaart. Maar dat was vijftien jaar geleden. Toen kreeg hij een auto-ongeluk. ,,Oorzaak: drank'', zegt Jan-Willem. Hij klapte tegen de voorruit en raakte in coma. Op het moment dat hij zijn verhaal vertelt valt het raam uit de houten speelgoedauto die hij in De Spil samen met zijn maatje Robert aan het bouwen is. ,,Ik zet de klem ertussen'', zegt Robert.

,,Als-ie eenmaal goed vast zit, zit-ie goed vast'', antwoordt Jan-Willem terwijl hij vanuit zijn rolstoel aanwijzigingen geeft. Jan-Willem heeft in het buurthuis al drie poppenhuizen en diverse vrachtwagens gebouwd, nou ja, voor hem láten bouwen. ,,Hij maakt geen tekeningen hoor'', zegt Robert. ,,Hij doet alles uit zijn hoofd.''

Jan-Willem is `wel gehandicapt, maar niet gek'. Die tekst heeft hij op een T-shirt laten zetten. Als geintje, ,,want ik lig nergens meer wakker van''.

Hij wil actief blijven, is al twee keer op reis naar de Canarische Eilanden geweest en komt graag in De Spil, waar hij samen met andere langdurig werklozen en arbeidsongeschikten de dagen doorbrengt. Feestavonden zijn er, ze kunnen een beetje computeren, wat schilderen. Af en toe gaat de groep van wel tachtig werklozen uit de omgeving van Nieuwegein barbecuen. Jan-Willem: ,,Ik doe alles nog. Moet ook wel, hè, anders jaag je iedereen weg. Maak je je leven kapot.''

Dan gaat Jan-Willem even naar buiten, ,,een peukie roken voor de stress''. Louis zit al klaar, met het opgerolde omhulsel van een theezakje in zijn mond gestoken. Maar Jan-Willem kan niet weg. De plank die nodig is om zijn karretje over de drempel heen te rijden, is weg. Voor het eerst kijkt Jan-Willem bedrukt. Hij blijft op en neer rijden voor de deur.